Alleen Lieke van Lexmond brengt passie in The Passion

Het is de paradox van het informatietijdperk. Alle kennis is beschikbaar, waardoor je bewust of onbewust keuzes maakt die leiden tot een steeds beperkter blikveld. Zo kon het gebeuren dat ik nog nooit van The Passion had gehoord toen mijn hoofdredacteur vroeg of ik daar niet iets mee kon. Omdat ik moeite heb met nee zeggen, stemde ik toe.

Op het moment dat The Passion werd uitgezonden, bevond ik mij niet voor de televisie, maar in een concertzaal waar de maker van het beste hiphopalbum van 2013 een optreden gaf, zoals men dat gewoon is te doen in concertzalen. Voor mensen die menen kennis van zaken te hebben: nee, ik heb het niet over Kanye West, wiens Yeezus (ja, zo heet dat album echt, zonder ironie) inderdaad gezien wordt als het beste hiphopalbum van 2013, maar dat is het natuurlijk niet. Daar zou ik uren over kunnen debatteren, wat ik niet doe, want niets is zo vervelend als debatteren met mensen die smaak noch gelijk hebben.

Jezus on fastfood
Nee, ik heb het over Jonwayne. Die naam is geen grappig bedoelde verwijzing naar de gelijknamige cowboy-acteur. De man heet echt zo: Jon Wayne. Hij ziet eruit als Jezus on fastfood, al draagt hij zijn sandalen omdat zijn voeten te breed zijn voor normale schoenen en niet omdat het toevallig in de mode is.

Wayne rapt zoals een bouwvakker in de lunchpauze zijn bammetjes eet: gulzig, tevreden en zonder op zijn tong te bijten. Zijn beats klinken, om op de bouwplaats te blijven, als bakstenen die schijnbaar lukraak op elkaar gestapeld worden. Schijnbaar, want wie oplet ontdekt onvermoede dwarsverbanden, kleurrijk en robuust, alsof Hundertwasser de Tower Of London opnieuw heeft ontworpen. Muziek, kortom, die het verdient dat Leo Samama er cursussen over gaat geven in het Concertgebouw.

Muziekfeest op het plein
Eenmaal thuis bekijk ik The Passion op uitzendinggemist. Het blijkt een kruising te zijn tussen de Matthäus-Passion en Muziekfeest Op Het Plein en ik zie ertegen op als tegen een dozijn BigMac-menu’s na een uitgebreide maaltijd in De Librije.

Beau van Erven-Dorens is de verteller van dienst. Hij zegt dat de helft van de Nederlanders niet weet waar Pasen over gaat en dat hij daarom het verhaal van de laatste uren van het leven van Jezus Christus zal vertellen. Ik keur dat goed. De publieke omroep is er eerst en vooral om de mensen wat bij te brengen.

Een stukje muziekeducatie
Vervolgens kondigt Beau aan dat het verhaal verteld wordt aan de hand van de allermooiste Nederlandstalige popnummers. Daar gaat het mis. In totaal worden er vijftien liedjes gezongen, waarvan er twee van Nick & Simon zijn, twee van Bløf en vier van Marco Borsato. Je kunt mij heel veel wijsmaken, maar niet dat Nick & Simon, Bløf en Marco Borsato samen verantwoordelijk zijn voor meer dan de helft van de allermooiste Nederlandstalige popnummers. Als je dan toch bezig bent de mensen iets bij te brengen, waarom dat niet een stukje muziekeducatie?

Hoewel, het enige fatsoenlijke nummer dat gezongen wordt, Zing, Vecht, Huil, etc. van Ramses Shaffy, klinkt uit de mond van Jan Dulles, die Jezus speelde, ook alsof het van Marco Borsato is. Dat ligt allemaal aan de productie. Hele volksstammen televisiemakers leven nog altijd in de overtuiging dat verdriet groter wordt door honderd violen, dat spanning zinderender wordt van onrustig getrommel, dat vreugde pas vreugde is wanneer een in het wit gekleed koor, met de handen naar de hemel reikend, zingt dat het leven mooi is.

Het voordeel van uitzendinggemist is dat je de liedjes door kunt spoelen.

Lieke van Lexmond
Als skippend stuit ik op Lieke van Lexmond, die met een microfoon door de menigte loopt om de stemming te peilen. Lieke van Lexmond is een slachtoffer van mijn beperkte blikveld. Ik weet van haar bestaan, zoals ik van het bestaan van Dedemsvaart op de hoogte ben, maar wat ik me erbij moet voorstellen, geen idee.

In zijn cabaretvoorstelling Geen Excuses gebruikt Daniël Arends Lieke van Lexmond als voorbeeld van iets waar je niets van vindt. Zijn andere voorbeeld is klei. Nu heb ik toevallig een heel sterke mening over klei, die ik omwille van de goede vrede voor me zal houden, maar mijn vertrouwen in Arends is eindeloos en dus maak ik mij op om uitgebreid geen mening te hebben over Lieke van Lexmond.

Geen meter
Het lukt voor geen meter. Ik vind Lieke van Lexmond eerst eenvoudig, daarna lief en hartelijk en na een halve minuut weet ik dat zij de uitzending gaat redden. Zij begrijpt dat méér niet altijd beter is, dat klein groter kan zijn dan groots en meeslepend. Het enige wat Lieke van Lexmond nodig heeft is zichzelf. Haar open, misschien ietwat onbeholpen manier van interviewen geeft diepte aan het overgeproduceerde circus. Lieke brengt liefde, rouw, vertrouwen, pijn, hoop en, jazeker, passie in de huiskamers, iets waarin verder niemand slaagt. Niet Jan Dulles, maar Lieke van Lexmond is de held van het stuk.

Yvonne Kroonenberg
Aan het eind van de uitzending vertelt Jack van Gelder, die Pilatus speelt, hoe de spijkers in het lichaam van Jezus geslagen worden. Het gaat gepaard met voor de hand liggende geluidseffecten. Ik word misselijk van de onnozelheid en zet het album van Jonwayne op.

Ik dommel in slaap en waan mij Yvonne Kroonenberg. Even sta ik weer bij dat clubje in het MC Theater moeilijke muziek van Jonwayne tot me te nemen en dan denk ik, denkend aan Jan Dulles en Kanye West: iedereen noemt zich ook maar Jezus tegenwoordig.

Meer leuke content? Like ons op Facebook