Een Heel Erg Moment in het verder tamelijk olijke leven van Karl-Heinrich Dittmar

Over de menselijke aanraking zouden best eens grondige afspraken gemaakt worden. Via een referendum, en als dat niet helpt: gedragsregels, opgelegd van hogerhand. Botsende verwachtingen over menselijke aanrakingen behoren tot de Heel Erge Momenten in een mensenleven. Enkele schrijnende voorbeelden.

* Je leunt naar voren, lippen getuit, om een vrouwelijke kennis gedag te zoenen, terwijl zij net heeft besloten het dit keer eens bij een uitgestoken hand te houden.
* Je steekt je hand uit naar een goede vriend, die je bij wijze van begroeting op de schouder slaat. Voor de vorm houd je je hand nog een tijdje in de lucht, als het bordje “CAFE” aan de gevel van een pand dat al jaren geen café meer huisvest, om hem pas drie seconden (die een uur per stuk duren) later weer te laten zakken.
* Je ontmoet iemand met wie je al jaren op handenschuddende voet bent. Ook nu steek je je hand uit en houdt hem zachtjes deinend ter hoogte van zijn buik, als het centenbakje van een persisterende orgeldraaier. De iemand in kwestie tilt echter zijn hand naar schouderhoogte en laat hem een pets in de jouwe vallen.
* Je kent iemand al wat langer. De kennis is een goede vriend geworden, je hebt genoeg aangename momenten met elkaar meegemaakt om het niet meer bij zomaar een handdruk te laten – dat vinden beide partijen te kil. Denk je. Dus wanneer je de ander ziet, loop je met breed uitwaaierende, uitnodigende armen op hem of haar af om de ander eens flink te huggen. Halverwege je toenadering merk je dat de ander zijn of haar armen niet uit elkaar houdt, zodat je voorgenomen omhelzing een houdgreep dreigt te worden, als je tenminste niet snel actie onderneemt. Wat te doen? Je houdt nog maar een arm – je slechte arm – in de lucht voor de omhelzing en houdt de ander – de goeie arm – klaar om een eventuele uitgestoken hand onschadelijk te maken.

Wat volgt is de vreselijke ‘vlees noch vis-omhelzing’: er wordt omhelst, maar op een dermate halfslachtige manier dat zelfs mensen in de directe omgeving van de omhelzing een rilling van plaatsvervangend ongemak niet zullen kunnen onderdrukken.

Karl-Heinrich Ditmar
De wereld is een onvast bouwwerk van sociale onhandigheden, een bouwsel dat vermoedelijk allang ingestort zou zijn als we ons allemaal voortdurend van al dat ongemak bewust zouden zijn. We besteden er maar liever geen aandacht aan, want al wat aandacht geeft, groeit en veel van wat groeit, wordt groter.
Soms, op die Heel Erge Momenten van sociaal ongerief, echter dient de ongemakkelijkheid draad voor draad te worden uitgesponnen te worden, als een pleister die je haartje voor haartje lostrekt van je knie.

Zo’n moment beleefde Karl-Heinrich Dittmar vorige week.
Karl-Heinrich Dittmar is teamarts bij de Duitse club Bayer Leverkusen, een club die trouwens wordt gesponsord door een medicijnengigant.
Vorige week speelde Bayer onder een nieuwe trainer – de vorige was eruit gegooid – tegen Hertha BSC uit Berlijn.
Er moest gewonnen worden.
Gebeurde ook: 2-1.
De nieuwe trainer, opgelucht natuurlijk, liet zich langs de kant feliciteren door Jan en alleman. Daarna beende hij naar een van zijn spelers, die een belangrijk aandeel in de zege had gehad.

Onderweg passeerde de trainer van Bayer Leverkusen de teamarts, Karl-Heinrich Dittmar.
Een man met een keurig huisartsenmontuur dat zozeer niet bij zijn ietwat zakkig zittend trainingspak paste dat het leek alsof een verwarde lopendebandmedewerkster in de Grote Mensenfabriek het hoofd van een CDA-staatssecretaris op het lichaam van een Oost-Duitse metselaar had gedraaid.
Karl-Heinrich Dittmar, arts, vier kinderen – alles in zijn leven leek te verlopen zoals je dat van iemand met die naam en opleiding mag verwachten.
Tot die vermaledijde zaterdag in Leverkusen.
Zijn hand ging de hoogte in, klaar voor een high five.
Maar de trainer wilde geen high five.

De trainer passeerde hem alsof hij een weinig bezienswaardig, middelgroot stuk steen was in een gebergte vol bijzondere, grote en kleine stukken steen.
Daar stond hij, Karl-Heinrich Dittmar, met zijn hand.
Niemand om mee te high fiven.
Het was onmogelijk om hier nog een halfhartig wuifje van te maken.
En die hand hing daar maar, voor niks.
Zijn gezicht had de uitstraling van iemand die hoopvol aanschuift aan een chic diner, om na het “Decloche” tot de conclusie te komen dat het z’n lieve hond is die op het menu staat.
Aarzelend ging de hand alsnog naar beneden. Daar beklopte hij de rug van de trainer, die het vermoedelijk niet eens voelde.
Het was een gruwelijk moment.
Dan kun je nog honderd keer vier kinderen, een fijne baan, een leuk huis, een jofele vrouw en een perfecte bloedsuikerspiegel hebben. Dit was een sociale catastrofe, het intermenselijke equivalent van er te laat achter komen dat het toiletpapier op is: op dat moment het allerergste wat je zou kunnen overkomen.

Ook gij
Ik zal blijven pleiten voor wereldwijde afspraken: Karl-Heinrich Dittmar is niet meer te redden, maar er kunnen nog zoveel toekomstige slachtoffers gered worden.
Help mee. Praat mee. Denk mee. Twitter mee.
En weet: het kan ook U overkomen.