Tonglezen. Of: de mond als spiegel van het lichaam

Soms gaat er een wereld voor je open, vandaag had ik dat.

De mondhygiëniste zei: “Steek je tong eens uit”. Ze keek twee seconden, mompelde iets over de maag-milt-meridiaan en mooi wittig beslag en vroeg toen: “Ben je druk? Werk je hard? Heb je altijd haast? Wil je alles goed doen? Ben je perfectionistisch?” Ik moest alle vragen met “ja” beantwoorden en voelde me lichtelijk betrapt. We hadden elkaar nog nooit ontmoet, hoe weet zij dat?!

‘Ik kan tonglezen’, zei ze.

Ik had nog nooit iemand ontmoet die kon tonglezen. En ik was meteen intens gelukkig dat ik nu dus iemand kende die kon tonglezen. Bovendien vond ik het meteen een leuk werkwoord om aan mijn vocabulaire toe te voegen, voortaan kon ik dingen zeggen als: “Joh, voel je je niet zo goed? Moet je even langs de tonglezer, die zegt binnen twee minuten wat er aan de knikker is”.

Vanuit de tandartstoel en met uitgestoken tong keek ik haar aan met een blik die zei: tell me more. “Tsja, ik ben mondhygiënist maar ook holistisch, collega’s hier op de praktijk zijn daar natuurlijk niet zo van, maar ik kan er toevallig veel aan zien: de mond is de spiegel van je lichaam.”

Uit de verticale streep die over het midden van de tong loopt, leidt ze af dat ik nooit stilzit, zelden een dag niets doe. Met een scherp voorwerp prikt ze op verschillende plekken in mijn tandvlees en blijft hangen bij een stukje waar het gevoelig is. “Ja, zie je wel, deze tand staat voor je milt en die pijn betekent dat je milder moet zijn voor jezelf en vaker een rustmoment moet inbouwen. Dat hoeft niet moeilijk te zijn, gewoon een stukje gaan wandelen bijvoorbeeld.”

Ik was nog nooit bij een mondhygiëniste geweest, maar na drie kwartier krabben, slijpen, polijsten, poetsen en tonglezen wist ik: dit wil ik vaker. Een uurtje in deze stoel is een soort vakantie voor je tanden. Ik vroeg haar hoe vaak een mens per jaar eigenlijk naar de mondhygiëniste zou moeten. “Minstens één keer, maar twee keer is beter. Niet alleen voor je mond, zo’n behandeling is ook tijd voor jezelf.”

Bij de balie maakte ik een afspraak voor over een half jaar. In mijn agenda droedelde ik er een lopend poppetje naast, bij wijze van herinnering dat ik er wandelend naartoe ga.