Jong? Knap? Schrijfaspiraties? Neem een literair agent in huis!

Laatst kwam ik op een feestje een literair agent tegen. Ik weet nooit precies wat dat is. Het klinkt heel echt. Schrijvers met een literair agent klooien niet zomaar wat aan, zij wérken voor hun geld. Dat moet ook wel, waar betalen ze anders die agent van?

Ik had het kunnen vragen natuurlijk, maar durfde niet. De agent wist zich omringd door knappe jongens en meisjes met cocktails en hippe accessoires in hun hand.

Lucht
Navraag leerde mij dat een literair agent betaald wordt van de opbrengst van een boek. O, dus van de paar euro die je ongeveer aan elk boek overhoudt (als je geluk hebt) moet je een percentage aan de agent betalen. Eigenlijk houd je dus niets over van niets. Maar dat geeft niet, iedereen weet dat schrijvers in een gedroomde wereld leven. Schrijvers eten niet, drinken niet, poepen en plassen niet, gaan nooit op vakantie, kortom schrijvers léven niet. Zij schrijven er slechts over.

Knappe strenge man
Een literair agent. Zucht. Daar droom ik wel eens van. Zo’n knappe strenge man in huis die mij een beetje in de gaten houdt. Of ik niet ga schmieren. Geen spelfouten maak. Of ik wel recht achter mijn schrijftafeltje zit. Maar ook de afwas doet als ik het schrijven wel even alleen af kan. Met opgestroopte uniformhemdsmouwen. Om mij vervolgens, als ik niet goed mijn best heb gedaan, wijdbeens tegen de muur van mijn werkkamer te zetten en stevig te fouilleren op lekkende pennen of zoiets.

Bent u beroemd? Jong en aantrekkelijk?
Tijd om er één te bellen. Ik ‘neem’ de eerste de beste die ik tegenkom. De agent vraagt of ik ooit een bestseller heb geschreven. Ik antwoord dat dit niet het geval is, maar dat ik het wel zou willen. Willen is niet genoeg, zegt de agent. Van willen kunnen we niet leven. Nee, ‘we’ niet, antwoord ik, maar misschien ik wel, een klein beetje? Of ik beroemd ben. Eh, nee, ook al niet. Ik voel het ongeduld aan de andere kant van de telefoonlijn groeien. Ik ben duidelijk iemands tijd aan het verdoen. Ook niet een beetje beroemd? Ik denk diep na. Laatst werd ik herkend in de supermarkt, en een keertje op straat. Telt dat ook? Een licht genegeerd kuchje aan de andere zijde. Okay, niet dus. Ben ik dan misschien jong en aantrekkelijk? Nou, meneer K zegt altijd dat ik een lekker wijf ben, maar echt jong ben ik niet, nee. Ik ben net 46 geworden, is dat erg? De stilte houdt nu wel erg lang aan. Dan het verlossende antwoord. Misschien kan ik over de overgang schrijven? En dat ik vooral de tijd moet nemen hoor, geen haast. ‘We horen het wel, als het af is.’

Gek
Ik sputter dat ik nu juist een literair agent wil om mij bij te staan in het schrijfproces. Een beetje leuke, die veel bij mij is, en op me let. De agent vraagt of ik gek geworden ben. Daar moet ik even over nadenken. Ik wil hier graag een goed antwoord op geven. Misschien is het een test. Vroeger hadden gekke schrijvers een streepje voor, ze deden het altijd leuk in interviews en zo, ik ben er niet zeker van of dit nog geldt maar voor ik antwoord kan geven is de haak er al opgeknald.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.