Mali: onze jongens komen eraan! (Ze moeten alleen nog wachten op een lading hout)

Sommige berichten moet ik enkele malen lezen om ze te kunnen geloven. Zo las ik gisteren in de Volkskrant dat de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali was vertraagd. Er moet gewacht worden op de door de VN gewenste aanbesteding voor bouwmaterialen van het Nederlandse kamp. Ik herhaal het nog maar even. Nederlandse militairen konden niet naar het verscheurde Mali, omdat zij moesten wachten op een aanbestedingsprocedure voor bouwmateriaal.

In het Afrikaanse land woedt al tijdenlang een complex conflict met diverse partijen, waaronder enkele Islamitische groeperingen die de sharia willen invoeren. De Nederlandse militairen hebben als voornaamste taak het inwinnen en beoordelen van inlichtingen over terroristen. Om dit werk uit te voeren dient er een kamp gebouwd te worden. Voor het te bouwen kamp is er hout nodig.

In een door een burgeroorlog verscheurd, arm land als Mali gaat de doe-het-zelfmarkt niet zo lekker. Of, zoals een betrokkene bij de missie sprak, “in het land is geen recht stuk hout te krijgen, dus het spul moet geïmporteerd worden”. Geen tekort aan hout in Nederland, evenmin aan transportmiddelen. Een en een is twee. Maar niet als de missie onder de VN valt. Volgens de regels van de VN moeten grote transporten namelijk openbaar aanbesteed worden.

Commerciële bedrijven kunnen bieden op het vervoeren van hout naar Mali. En omdat bedrijven moeten nadenken wat zo’n klus moet opleveren, kost dit tijd. Tijd waar terroristen ongetwijfeld dankbaar gebruik van kunnen maken. Dat in deze wereld niet voor niets gaat is genoegzaam bekend. Maar waarom belasten we als internationale gemeenschap conflictgebieden in godsnaam met onze bureaucratische tredmolen? Kan dat niet anders? Dat Defensie of de VN een transportbedrijf belt en vraagt of er wat hout verscheept kan worden. De directeur van zo’n bedrijf leest ook wel eens de krant, beseft dat het niet niks is wat er gebeurt in Mali en geeft daarom aan dat men ‘het later wel over de prijs eens wordt’.

Een aanbestedingsprocedure is een mooi instrument om eerlijke concurrentie tussen bedrijven te garanderen, terwijl belastingbetalers niet te veel betalen voor overheidsprojecten. Ideaal voor het bouwen van metrolijnen, de ICT-diensten van de overheid of het kopen van gammele Italiaanse treinen. Soms zijn er belangrijkere dingen dan de laagste prijs. Wanneer het gaat over vrede en veiligheid, bijvoorbeeld. Als snel handelen het verschil tussen leven en dood kan betekenen, ga je niet steggelen over een paar kwartjes. Dat de VN, een organisatie die ‘vrede en veiligheid’ als een van haar kernactiviteiten heeft, de Malinezen laat wachten omwille van eerlijke concurrentie tussen (westerse?) bedrijven is onbegrijpelijk. Daar snap ik geen hout van.