Waarom we samen moeten lachen om onze onbenullige angsten

Elk mens heeft angsten en gewoonten die door 99 procent van de mensen als volkomen geschift wordt beschouwd. Alledaagse dingen die de rillingen over je lijf bezorgen. Het gevoel dat vrijwel iedereen heeft wanneer nagels langs een schoolbord schrapen.

Eén van mijn beste vrienden heeft een grote angst voor piepschuim. Als hij thuiskomt met een nieuw setje speakers dan is zijn eerste zorg niet het aansluiten, maar het uitpakken van de boxen. Een hartgrondige vloek klinkt wanneer de fabrikant heeft besloten dat piepschuim de aangeschafte waren een betere bescherming biedt dan bubbeltjesplastic.

Kiwischillen, of preciezer de minuscule haartje op de kiwihuid, bezorgen mijn vriendin kippenvel. De wetenschap dat er mensen zijn die kiwi’s met huid en haar verslinden leiden tot een onaangenaam prikkelend gevoel in haar keel. Het bestaan van de kiwiverslinders is voor haar even onbegrijpelijk als het bestaan van oorlog of aanstaande ouders die echofoto’s op Facebook delen.

Rariteiten van anderen zijn altijd leuk, dus vooruit, ik doe er nog een. Een vriendin van mij kan niet rustig gaan slapen als het gezette alarm eindigt op een oneven cijfer. Toen ik haar vertelde dat ik mijn wekker in de afgelopen jaren wel eens om 05:45 zette, leidde dat tot een meelijwekkende blik. Nu krijg ik deze blik wel vaker, maar dan van mensen die menen dat vroeg opstaan voorbehouden is aan bouwvakkers en vrachtwagenchauffeurs. Mensen die een studie in een sociale wetenschap hebben afgerond zijn consultant en beginnen om half 10 met een kwartiertje bij het koffieapparaat.

De motivatie voor de blik van de vriendin lag in het ongeloof dat ik mijn wekker niet om 05:44 of 05:46 had gezet. Even getallen brengen soms rust. Haar vriend moet zich bergen wanneer hij het in zijn hoofd heeft gehaald om het televisievolume op 21 te zetten in plaats van 20 of 22. Gelukkig voor hem beperkt haar evengetallenfetisj zich tot deze twee onbenulligheden, zodat zijn exclusieve positie als verloofde niet in het geding lijkt.

Mijn kleine angst ontdekte ik terwijl ik mijn blijdschap over de terugkeer van de ijssnack Winner Taco verwoordde (Nee, hiervoor heb ik niet betaald gekregen. Martin Bril had in meer opzichten een voorbeeld moeten zijn). De angstgegner? Houten ijsstokjes. Bepaalde in chocola omhulde roomijsjes (geen gratis product placement meer) zijn heerlijk, maar de laatste happen zijn altijd een uitdaging. Hoe krijg ik zoveel mogelijk ijs van het stokje, zonder mijn lippen en tong in contact te brengen met het weerzinwekkende hout. Het hout dat dezelfde rillingen oproept als het schrijven met die kleine IKEA-potloodjes. Waarom verstrekken die Zweden geen potloden met zo’n fijn plastic laagje? Anderzijds bestaan er mensen die op de achterkant van zo’n IKEA-potlood sabbelen. Ook zijn er mensen die na het oppeuzelen van een ijsje nonchalant op een ijsstokje kauwen, alsof het een grassprietje is. Deze mensen bezorgen mij kriebels in de keel, zoals mijn vriendin die van kiwiverslinders krijgt.

Wat moeten we met deze kleine angsten? Therapie is een wat zwaar geschut. Dus laten we elkaar maar zoveel mogelijk uit de brand helpen. Toen ik de boxen uit de verpakking haalde keek mijn piepschuimbange vriend mij aan alsof ik zojuist met één hand op mijn rug Badr Hari tegen het canvas had geslagen. Goed voor mijn gemoed. Goed om samen te lachen. Angsten verhelp je zo niet, maar het maakt ze wel draaglijker. Schaam je daarom niet voor onbenullige angsten, maar vertel het de wereld. Kunnen we lachen.