Als je niet kunt slapen

Ik vraag me af wat andere mensen doen als ze niet kunnen slapen. Stel me voor dat allerlei mensen in bed liggen zoals ik. Vlakbij en ver weg, in (half)donkere kamers, (half) onder de dekens. Klaarwakker. Ik zie ze voor me als lichtpuntjes op een landkaart. Er wordt vast nog eens een app voor verzonnen, waarop je je kunt aanmelden. ‘Ik ben ook wakker’.

Wat ik doe als ik niet kan slapen zijnĀ eerst de simpele dingen, zoals in het donker kijken of ik iets zie op het plafond. Aan mijn been krabbelen. De deken kraakt. (De deken kraakt eigenlijk niet, hij ‘sgjjjjhhht’ meer. Maar dat is geen woord.)
Ik vraag me af of andere mensen dan ook naar de ademhaling van hun partner luisteren. En zich dan ook ergeren aan het feit dat hij wel slaapt. Een brommer stopt verderop in de straat, een vrouw zegt iets, op de achtergrond hoor je het geruis van de rest van de stad. Ik fantaseer dat ik in Spanje ben.

Adem in, adem uit, mediteer, masturbeer
Ik vraag me af of andere mensen ook, na een tijdje, hun telefoon erbij pakken als het fantaseren over Spanje niets heeft opgeleverd. Omdat ze nog iets waren vergeten op te schrijven in hun digitale agenda, waar ze ineens weer aan dachten. Een notitie. Of ze dan ook een bericht sturen. Even Facebook checken. Daarna nog even Twitter, of Instagram. Het nieuws of een spelletje. En daarmee een tijdje zoet zijn.

Slaperig word je er niet van. Ik vraag me af of andere mensen ook wel eens hebben gelezen dat het licht van het scherm van je telefoon of iPad niet rustgevend is en het apparaatje, nadat ze het licht al op z’n zachts hadden gezet, toch maar weer wegleggen.
En verder gaan met woelen onder de dekens. Of ze ook naar hun eigen adem luisteren. De gedachten blijven komen. Aan de afgelopen dag, aan het eerste wat je morgen moet doen. Meestal datgene waar je het minst zin in hebt. Aan uitgestelde klusjes waar je nu met geen mogelijkheid aan zou kunnen of willen beginnen, tegen middernacht, zoals de autobanden vervangen. Zou je nog wel op tijd zijn met dat inschrijfformulier? In gedachten vliegt de kalender voorbij.
Als ik niet kan slapen, praat ik tegen mezelf in mijn hoofd. En maak ik me zorgen.

Gedachten en zorgen werken waarschijnlijk net zo slecht als smartphonelicht. Ik vraag me af of andere mensen wel eens serieus schaapjes tellen. Die zijn er meestal niet in de buurt van je bed. Adem in, adem uit. Langzamer. Mediteer, dat schijnt te werken. Masturbeer, niet omdat je per se opgewonden bent maar omdat je er soms loom van wordt. In beide activiteiten faal je als je gedachten weer afdwalen.

Soms krijg ik daar ook hoofdpijn van
Ik vraag me af of andere mensen als ze niet kunnen slapen zich ook wel eens zorgen maken over de wereld. Over oorlogen en milieuvervuiling en hoe dat op dit late uur nog uitzichtlozer lijkt dan het normaal al is. Als ik niet kan slapen wil ik het liefst de wereld redden. Soms krijg ik daar ook hoofdpijn van.
Soms wil ik gaan werken. Maar als je dat doet, werken, achter de computer kruipen, kan je helemaal nooit meer slapen.

Ik vraag me af of andere mensen, als ze niet kunnen slapen, zich ook wel eens zorgen maken over hoe ze er morgen uit zullen zien. En zichzelf vervloeken omdat een goede nachtrust precies vandaag belangrijk was, morgen komt namelijk die fotograaf. Je kijkt op de klok en telt hoeveel uren en minuten er nog over zijn totdat de wekker gaat. Steeds minder, een stuk minder dan toen je hiermee begon, in bed. Achteraf had je beter meteen op kunnen staan in plaats van blijven liggen.
Of helemaal niet naar bed kunnen gaan.
Maar nu heeft eruit gaan ook niet zoveel zin meer.
Naast je ademt iemand rustig door.

Ik vraag me af of andere mensen als ze niet kunnen slapen, ook op een gegeven moment uit pure wanhoop maar de schoonheid van de nacht gaan zien. Het donker, de relatieve stilte. Hier liggen en niets kunnen. Er zijn tegenwoordig niet zoveel momenten meerĀ over waarin je niet iets nuttigs doet. Misschien zit er iets bijzonders in de nacht.
Meestal, als ik hier ben, worden mijn ogen zwaarder.
De wereld redden hoeft niet meer, niet meer per se nu.
Met gekke wendingen veranderen de laatste gedachten langzaam in een minstens even gekke droom.
Het is gelukt.
Morgen blijf ik liever wakker.