Studio Voetbal op de Snijtafel

In de eerste zes minuten van het voetbalprogramma Studio Voetbal werd gisteren een heuse discussie gevoerd over het begrip salonremise. Hoe verliep die discussie precies en wat was de conclusie? Schoot de voetbalwereld iets op met de visie van vier ervaren analytici? Omdat het belangrijk is – en omdat het dezer dagen uiterst populair is: Studio Voetbal op de Snijtafel.

Van Gelder: “Welkom Co, Pierre, Ronald en Jan Mulder.”

De presentator begint met het welkom heten van zijn gasten. Gasten die kennelijk zo bekend zijn dat wij als kijkers weten wie dat zijn. Ze worden voorgesteld alsof het goede bekenden van ons zijn. Behalve Jan Mulder, die met zijn hele naam genoemd wordt, terwijl dat dus de enige is die iedereen kent!

Van Gelder: “We hebben het onder meer over deze onderwerpen: het kampioenschap van Ajax. Een mooi kampioenschap, het vierde op rij, maar is het ook een beetje het kampioenschap van de armoede?”

In de aankondiging wordt dus al een voorschot op de discussie genomen: is het vierde kampioenschap van Ajax mooi of armoedig?

Van Gelder: “En dit is een geweldig afscheid.”

Onder de beelden van Ronald Koeman die afscheid neemt van Feyenoord. Hier is kennelijk geen ruimte voor discussie, maar wordt al in de inleiding vastgesteld dat iets geweldig is. Voor een discussieprogramma is dat niet echt handig…

Van Gelder: “Treurnis: NEC of Roda, wie gaat er uit?”

Hier wordt wel weer een vraag opgeworpen, maar geen vraag waarover gediscussieerd kan worden door de heren aan tafel. Het is namelijk nog niet bekend wie er degradeert, daar kun je alleen maar naar gissen. Maar Jack van Gelder brengt het als een onderwerp om over te discussiëren, terwijl het daadwerkelijke discussiepunt – is het treurig of niet? – door hem al om zeep is geholpen: ja, het is treurig.
Oké, tot zover de inleiding: we kunnen beginnen met de discussie.

LEADER

O nee. Eerst nog de leader die duidelijk maakt dat we het over de Eredivisie gaan hebben. De laatste vijftien minuten van het programma zullen echter over de Champions League en Manchester United gaan – dit terzijde.

Mulder: “En er was een heiligverklaring vandaag. Echt gezien. En tijdens die ceremonie ging de laureaat dit doen (Frank de Boer loopt de catacomben in). Vijf minuten voor het einde van de heiligverklaring ging hij naar binnen. (–) Maar dat kon makkelijk, want ze waren al twintig minuten aan het surplacen op dat veld.”
Van Gelder: surplacen. Zuurplassen.
Mulder (lacht): “Volgens mij is het nog nooit vertoond en ik vraag me af: kan dat door de beugel?”

Zo, de toon is gezet. Jan Mulder, die het programma altijd inleidt met een soort minicolumn waarin hij op prikkelende wijze stelling neemt in de actualiteit van die dag, stelt de vraag of het door de beugel kan. Wat hij bedoelt is: mogen twee voetbalteams, die baat hebben bij een gelijkspel, samen afspreken dat ze gelijkspelen? En het is duidelijk wat Jan Mulder daarvan vindt: nee, dat kan niet.

In zijn inleiding verwijst Mulder naar de heiligverklaring die eerder die dag heeft plaatsgevonden – van de twee voormalige pausen – maar die hyperbolische vergelijking heeft niets met zijn vraagstelling te maken – want die gaat over het eventueel maken van afspraken over de uitslag van een wedstrijd. Bovendien klopt die vergelijking niet: de wedstrijd Heracles-Ajax was niet om aan te zien en bovendien afgesproken werk, dus als er al sprake zou zijn van een overdreven heldenverering voor Frank de Boer, dan heeft die wedstrijd er alleen maar afbreuk aan gedaan.

Daarna stelt Mulder dat dit nog nooit vertoond is. Letterlijk verwijst ‘dit’ naar een trainer die tijdens een kampioenswedstrijd naar binnen gaat om te plassen, maar figuurlijk bedoelt Mulder vermoedelijk met ‘dit’: wedstrijden die onderling worden geregeld.
En dan klopt de stelling niet, want er worden natuurlijk om de haverklap wedstrijden afgesproken. Ieder jaar is er wel een wedstrijd in de Eredivisie die in een gelijkspel eindigt omdat allebei de ploegen daar baat bij hebben. Het komt zelfs zo vaak voor dat er in de Nederlandse taal een speciaal woord voor is: salonremise.
Of dat door de beugel kan, is een totaal andere vraag – die niets te maken heeft met hoe vaak het voorkomt – die Mulder aan de rest van het panel voorlegt.

Van Gelder: “Nog nooit vertoond… Ronald Waterreus.”
Waterreus: “Zegt mij helemaal niks. Nee, dat is zeker ooit vertoond, Jan.”
Van Gelder: “Het is vaker gebeurd, maar het blijft afschuwelijk.”

Dit is de tweede keer dat Van Gelder uit zijn rol van gespreksleider valt en een mening geeft. Namelijk de mening dat salonremises afschuwelijk zijn. Daarover dient iedereen het nu dus eens te zijn. Daarmee staat de gespreksleider op twee opinies en de rest van het panel op nul.
Ook opvallend is dus dat Mulder een prikkelend begin verzorgt met een vraag die vervolgens onmiddellijk beantwoord kan worden, want de redactie heeft de beelden van een eerdere salonremise – namelijk die waarin Waterreus meespeelde – al klaargezet.
Hier ontstaat een eerste misverstand aan tafel: gaat het nu om de vraag of salonremises bestaan, of dat ze door de beugel kunnen, zoals Mulder vroeg?

Hierna volgt een verhaal van Waterreus over de salonremise die hij meemaakte, elf jaar geleden. Voor het eerst – en niet voor het laatst – wordt de persoonlijke ervaring van de heren aan tafel hier boven de discussie geplaatst. Men heeft liever een anekdote dan een mening, en als er al een mening wordt verkondigd, dan graag aan het eind van een anekdote. De mensen aan tafel hebben natuurlijk veel ervaring en veel verdiensten in het voetbal, en het lijkt wel alsof dat voortdurend moet worden benadrukt.
Extra opvallend is het daarom dat de gespreksleider – en tevens de enige persoon aan tafel zonder praktijkervaring – al twee meningen heeft geponeerd. We zijn pas drie minuten ver.

Mulder: “Maar Ronald: dat is het punt niet he, je moet even verder denken. Mag dit worden toegestaan?”

Jan Mulder voelt dat zijn vraag niet meer beantwoord dreigt te worden en grijpt in.

Waterreus: “Eeeeeehhhhh, ja goed, wie ben ik om daarover te oordelen?”

Waterreus is dus niet alleen analyticus, een vaste gast van een opiniërend sportprogramma op de Nederlandse televisie, maar hij is ook nog eens ervaringsdeskundige op het gebied van salonremises. Als iemand zou mogen oordelen over dat fenomeen, is hij het wel.
Het is mooi om te zien dat wanneer een wezenlijk, misschien wel ethisch vraagstuk wordt opgeworpen en een mening er werkelijk toe doet, de analytici plots zichzelf gaan relativeren. Terwijl dit toch bij uitstek de onderwerpen zijn om in een voetbalprogramma te bespreken…

Mulder: “Ik meen dit bijna serieus!”

Huh? Eerst stelt Mulder een interessante vraag, die vervolgens niet beantwoord wordt, waarna hij terecht terugkeert naar de kernvraag, die wederom niet beantwoord wordt (op onzinnige gronden, namelijk dat de analytici autoriteit missen, wat vaak waar is, maar nu toevallig net niet), en dan zegt hij plots dat hij het bijna serieus meent.
Kortom: hij meent het niet serieus.
De kans dat de anderen serieus zullen antwoorden op zijn op het eerste gezicht serieuze vraag, heeft hij zojuist geminimaliseerd: ze waren al niet happig om hier hun mening over te geven, en als blijkt dat Mulder toch niet zo om de vraag verlegen zit, waarom zouden ze er dan nog serieus op ingaan?

Waterreus: “Ik ben het met je eens: sportief is het niet.”

Hiermee probeert Waterreus de discussie – die er nooit gekomen is, omdat hijzelf geen stelling durfde te nemen, Mulder zijn eigen vraag ridiculiseerde en de rest zijn mond hield – definitief af te ronden door te zeggen: ik ben het met je eens. Uit de lacherige manier van doen van daarvoor blijkt wel dat hij het helemaal niet met Mulder eens is, en bovendien heeft Mulder het nergens over sportiviteit gehad.
Sportief is niet ‘of iets door de beugel kan’ of ‘of iets mag’. Als Jack van Gelder nu een gespreksleider is, dan stelt hij Waterreus die vraag nog eens. Of hij benoemt op z’n minst het feit dat de vraag van Mulder niet beantwoord is.

Mulder: “Ik gun Ajax dat kampioenschap, al was het alleen maar omdat die anderen het nog minder verdienen dan zij, maar hier is dus alles toegestaan?”

Laatste poging van Mulder om zijn salonremisedilemma opgelost te krijgen. Je zou verwachten dat Jack van Gelder nu bijspringt – bijvoorbeeld door Pierre of Co het woord te geven. Maar nee: de beelden van de salonremise van tig jaar geleden staan nog steeds klaar en moeten getoond worden.

Beelden van Groningen-PSV. Rommedahl schiet een bal over.
Waterreus: “Het is heel gek, maar daar hoeft dus niets over afgesproken te worden. Maar dan ben je die bal aan het rondspelen en dan denk je wel: wat zijn we hier in godsnaam aan het doen? Kijk, Groningen hoefde niet, wij hoefden niet, dus eeeehh… en de eerlijkheid gebiedt me te zeggen: als je ’s avonds op het plein staat met die schaal in je handen, ben je het ook alweer een beetje vergeten.”

Hier wordt nogmaals aangetoond hoe een persoonlijke ervaring, een bepaald gevoel – ook al is dat gevoel tien of twaalf jaar oud – altijd gaat boven de redenatie, de argumentatie of de analyse: Waterreus’ vergoelijking draait om twee gevoelens. Het ene – ‘Wat zijn we hier in godsnaam aan het doen?’ – wordt vanzelf vervangen door het andere – ‘Wat waren we vanmiddag ook alweer aan het doen?’

Mulder: “Maar Ronald, dit is toch hetzelfde als een keeper die op een gênante manier tijd staat te rekken bij een 1-0 voorsprong. Dan wordt die toch bestraft door de scheidsrechter, op een gegeven moment?”
Waterreus: “Ik denk dat de bewijslast erg moeilijk te verzamelen is op zo’n moment.”
Mulder: “Van vanmiddag?! Aaaaah!”
Waterreus: “Maar wie ga je bestraffen dan?”
Mulder: “De club.”
Adriaanse: “Maar dat ene is een spelhervatting, daar kun je iets van zeggen.”
Mulder: “Ik probeer het een beetje theoretisch te benaderen. Maar dit is toch onverdraaglijk. Spelbederf!”

Eindelijk krijgt Mulder, zij het via een omweg, een soort antwoord op zijn vraag: het kan door de beugel, want er is kennelijk geen regel die het verbiedt. Tenminste, dat suggereren Waterreus en Adriaanse met hun opmerkingen – alleen is het onwaar: op bladzijde 76 van het Spelregelboekje van de KNVB (meest recente uitgave: juni 2011) staat dat de speler bestraft kan worden ‘die zich gedraagt op een wijze die geen respect toont voor het spel’. Het geen poging doen te winnen – het einddoel van het spel – lijkt me in dat licht een schending van de spelregels en dus strafbaar.

Daarom is het extra jammer dat Mulder niet goed luistert naar die antwoorden, maar er ‘Spelbederf!’ doorheen roept. Dat verdiept de discussie niet: die blijft steken in een uitwisseling van opinies. Niet eens opinies over dezelfde vraag: Adriaanse en Waterreus beantwoorden de vraag of salonremises door de beugel kunnen met Ja, Mulder beantwoordt de vraag of salonremises door de beugel zouden moeten kunnen (een vraag die niemand trouwens heeft gesteld) met Nee.
Niemand is nog geïnteresseerd in het feitelijke antwoord op de vraag die Mulder aan het begin van het programma opwierp, het bleek slechts de ankeiler voor een tien jaar oud filmpje waarin Dennis Rommedahl een bal op vrij onbeholpen wijze over het doel schiet en een uitwisseling van anekdotes (die het hoogst in de hiërarchie staan), als feiten vermomde feitelijke onjuistheden (die ook nog vrij hoog in de hiërarchie staan), woordgrappen (ook goed), hyperbolen, opinies en – helemaal onderaan – argumenten.

En aan het eind staat Jack van Gelder klaar met een voorhamer om de discussie dood te slaan door te zeggen: “We hebben het al te lang over de minuten waarin niet gevoetbald werd, laten we het hebben over de minuten waarin wel gevoetbald werd.” Met andere woorden: we komen er niet uit, maar het onderwerp is ook niet sexy genoeg om ruzie over te krijgen, dus is het zaak om zo snel mogelijk het gesprek op een eenvoudiger onderwerp te brengen.
“Laten we even gaan kijken naar de mooie momenten van Ajax van dit seizoen.”
Prima, Jack.

Het terugkijken van deze aflevering van Studio Voetbal doet u hier.