Colombia voor gevorderden: op bedevaart naar Márquez

De Colombiaanse jungle klinkt niet als de beste plek om naar toe te gaan. Maar dat is gelukkig niet meer zo. Twee van ’s lands toeristische hoogtepunten liggen in de tegenwoordig veilig begaanbare jungle, het Parque Nacional Tayrona en Ciudad Perdida. In het natuurreservaat Tayrona ontmoet de jungle de oceaan. Lopen of per paard is de enige manier om er doorheen te reizen.

Vamos putos!
Vanaf het oostelijke beginpunt El Zaíno wandel ik met liters antimuggenlotion en zonnebrandcrème naar Playa Brava, volgens de Colombianen ‘het beste en meest afgelegen strand van Tayrona’. Een weelderig oerwoud aan de voet van de oceaan. In het park leven apen die hoog in de boomtoppen rondslingeren, rode eekhoorns, Caribische toekans en tig soorten vogels waar ik verder geen verstand van heb. Het is een pittige tocht, berg op, berg af in de vochtige hitte van het regenwoud.

We doen het Tanja-stijl
Na een dag arriveer ik eindelijk bij mijn beoogde strand, Playa Brava, het laatste en inderdaad het mooiste van allemaal. Verlaten en omringd door steile rotsen, waar een mysterieuze mist overheen hangt. Het oerwoud dat ik net heb doorkruist, ligt nu als een groene, bloeiende oase achter me. De zee slaat wild tegen de rotsen. Vriendelijke indianen hebben hier een milieuvriendelijke camping neergezet, Teyumaka. Paarden, kippen en varkers lopen vrij rond, en ik overnacht in een hangmat met voor mijn neus de zee en achter me de geluiden van de jungle.

Druipend voor het kampvuur
Samen met een Colombiaans stel en drie jonge Argentijnen zit ik ’s avonds druipend van de antimuggenlotion bij het kampvuur te luisteren naar de drie in het wit geklede indianen die de camping runnen. Ze vertellen over hun traditionele geloof. De Kogi-indianen vereren Moeder Natuur en brengen offers aan de berg in de regio, de Sierra Nevada de Santa Marta, volgens de Kogi’s het hart van de wereld. Zij zien zichzelf als ‘oudere broer’ van de Noord-Amerikanen en Europeanen vanwege onze desastreuze manier van omgaan met de natuur. Parque Tayrona is na deze avond nog specialer geworden.

Vind de FARC
Er wacht nog een andere jungle-attractie: Ciudad Perdida, de verloren stad. Deze grootste precolumbiaanse stad werd zo’n duizend jaar geleden gebouwd door de Tayrona’s en pas in 1975 bij toeval hervonden. Ik boek de tour naar de honderdvijftig terrassen, gedrapeerd in het spectaculaire decor van de dichte jungle. Door de meereizende kok wordt er onderweg verrassend lekker gekookt, van gefrituurde empanada’s, vers gesneden groenten tot smakelijke kokosrijst en gegrilde kip.

Turks stoombad
Met zeven man klimmen we in drie dagen naar boven en in drie dagen weer naar beneden. Deze wandelroute is wel voor mensen die van avontuur houden en een beetje afzien niet schuwen: zes dagen te voet door de jungle tot een hoogte van dertienhonderd meter in de luchtvochtigheid en temperatuur van een Turks stoombad. Zes dagen lang leef ik in het fascinerende oerwoud en slaap ik in hangmatten en rieten hutjes. Peru, Machu Picchu, eat your heart out: Colombia heeft het allemaal óók, en veel mooier.

Eeuwig bloedend hart
Als trouwe volgeling van de onlangs overleden schrijver Gabriel García Márquez reis ik per streekbus oostwaarts naar Barranquilla. Márquez werkte in zijn jonge jaren als journalist in die stad en leerde er de schrijver Alejandro Obregón en de schilder Ramón Vinyes kennen, met wie hij altijd bevriend zou blijven. Deze heren stonden later model voor twee personages in Honderd jaar eenzaamheid. De bus zit stampvol met zwetende mannen, vrouwen met kinderen aan de borst, opgestapelde koffers, boodschappen, bezems, dozen met kuikens en nog veel meer ondefinieerbare vracht. De radio staat keihard. Mensen knopen een praatje aan, lachen, zingen mee met de radio. Alle liedjes die ik hier hoor, gaan over de liefde, el corazón, het hart.

Rijst met kip
Het is druk, stoffig en heet in Barranquilla. Overal kleine winkeltjes, puffende brommers, supermarktjes met maar een paar producten, kraampjes met gefrituurde snacks en arroz con pollo, rijst met kip, het favoriete gerecht in Colombia. Grote trossen van groene tot bruine bananen liggen in de zon, en door de hele stad staan fruitkraampjes waar je jugos, vers geperste smoothies van passievrucht of sinaasappel, kunt krijgen. Luierende locals liggen in hangmatten onder luifels, groepjes ouderen spelen Rummikub onder de bomen en donkere jonge meisjes in strakke spijkerbroeken paraderen door de stoffige straten. Het zou de perfecte set kunnen zijn voor een Márquez-verfilming.

Op bedevaart
Ten westen van Barranquilla ligt de geboortestad van Márquez, Aracataca. Hier staat ter ere van hem een klein museum. In 2006 werd een referendum gehouden onder de inwoners over de vraag of de plaatsnaam Aracataca officieel veranderd moest worden in Macondo, de naam die Márquez er in zijn boeken aan gaf. Er kwam te weinig mensen  stemmen, dus hield het dorp zijn oorspronkelijke naam. Aracataca is een kleinere versie van Barranquilla. Ook hier geurt het overal naar gegrilde kip, waait er stof op bij elke windvlaag en zijn er overal kleine stalletjes en winkeltjes. Ik zie hem hier zo lopen, de padre de familia en stichter van Macondo, José Arcadio Buendiá.

Volg de avonturen van reisjournalist Iris Hannema (1985) op Twitter: @irishannema. Als blogger van National Geographic reist Hannema als Digital Nomad (@waarisiris) de wereld over. Haar rauwe, geestige reisavonturen zijn te lezen in ‘Miss yellow hair, hello!’ (De Arbeiderspers), dat nu in de winkel ligt.

Meer leuke content? Like ons op Facebook