Een lang weekend Drenthe met Cristiano Ronaldo

We logeerden in het huisje van een familielid.
Dat huisje staat in Drenthe, het grote zijraam biedt uitzicht op een vergeten weitje waar in de schemering reeën samenscholen, om weer gezamenlijk weg te hupsen op het ritme van hun eigen irreële angsten.

Eerst zouden we er tot maandag blijven, maar toen het maandagochtend geworden was, keken we elkaar aan en vroegen ons af waarom we eigenlijk niet zouden wegblijven. Wie zou ons missen? Niet ons vaste werk, want dat hebben we niet. Misschien de buurpoes in Utrecht.
Maar hoe gaat dat met poezen: je denkt dat ze zich aan je hechten, maar hun werkelijke affectie betreft de hand die ze herkennen als de hand die de brokken in hun bakje schudt.
Dus bleven we.

De regen kwam. Overdag speelden we bordspellen bij lamplicht, en ’s avonds keken we naar films die we thuis te lang vinden duren.
Het werd dinsdag, de zon scheen, en er zat een konijn voor de deur.
Nog altijd was onze afwezigheid niemand opgevallen.
Morgen, zeiden we tegen elkaar, morgen gaan we weg.
We fietsten op geleende fietsen over de hei, halverwege aten we een pannenkoek en we fietsten weer terug. Het meest enerverende was het glas melk dat ik kreeg, terwijl ik een glas karnemelk had besteld.
Zo’n dag. Zo’n dag dat je merkt dat rust ook niet veel soeps is.

Een babyree
’s Avonds zaten we naast elkaar op de bank. We droegen geleende joggingpakken en lepelden soep uit pak. Buiten bleven de reeën binnen.
‘Er is voetballen vanavond,’ zei ik.
‘O,’ zei mijn vriendin.
‘De twee beste ploegen van het ogenblik,’ zei ik en koerste met mijn lepel door het bord.
Ze knikte. Het is louter uit liefde dat zij haar sporthekel nog nooit heeft uitgesproken. Toch weet ik dat hij er is – een soort doorgefokte desinteresse is het, die als de lucht van oud frituurvet in de gordijnen kan gaan zitten, als je tenminste niet regelmatig lucht.
Ik vrees de dag dat de in haar opgetaste desinteresse te immens wordt en mijn vriendin ontploft.

‘Even kijken hoeveel het staat,’ zei ik, maar ze had haar boek er al bij gepakt en hoorde mij zogenaamd niet meer.
Het stond 0-3. Bayern München, het godenelftal van oppergod Pep Guardiola, het team dat het voetbal voor de zoveelste keer had vernieuwd, werd op eigen veld onder de voet gelopen door een groepje mannetjesputters uit Madrid.
Vermoedelijk was er iets mis met het scorebord, had een suffende UEFA-stagiair per ongeluk met z’n elleboog de drie beroerd. Zoiets.
Volgens de statistieken zou Sergio Ramos twee doelpunten hebben gescoord.
‘Ze zeggen dat Sergio Ramos twee doelpunten heeft gemaakt,’ zei ik, maar ze leek helemaal verdiept in de avonturen van een paar niet bestaande figuren in een andere tijd.
‘Kijk, een babyree,’ zei ik, zacht.
‘WAAR?’.
Op televisie schoot Robben een bal naast.

‘Ola’
In de rust vroeg ik: ‘Zullen we een film kijken? De wedstrijd is wel gelopen.’
“Zet je dan ook thee?’ vroeg mijn vriendin.
‘Als je dat wilt.’
‘Dat wil ik.’
Ze bestudeerde de stapel DVD’s die we van huis hadden meegesjouwd wegens “te lang”. Nu, in Drenthe, leken de dingen plots niet lang genoeg te kunnen duren.
‘Ik heb zin in een spannende film,’ zei ze, terwijl ze een spannende film van de stapel pakte en hem in de speler duwde. Op de tv werd de analyse van Ronald Waterreus en Co Adriaanse ruw de nek omgedraaid.

De film was tien minuten onderweg, de eerste dooie kon niet lang meer op zich laten wachten, toen mijn vriendin plots rechtop ging zitten, haar nek gestrekt, als een ree die een tank dichterbij hoort komen.
‘Er is iets buiten,’ zei ze.
‘Dat is de film,’ suste ik, maar nu hoorde ik het ook. ‘Waarschijnlijk een beest.’
We hielden onze adem in, luisterden naar het geritsel van blaadjes en toen: een schrapend geluid. Iets of iemand was bezig met het verschuiven van het tuinmeubilair.
‘Dat is geen konijntje,’ zei mijn vriendin. ‘Ga kijken!’
Ik wilde nog inbrengen dat de meeste dieren vanzelf weggaan, zelfs dieren die tuinmeubels verschuiven, maar zag er vanaf.
‘Jaag hem weg,’ siste ze.
Ieder leven kent een paar momenten waarin kaf en koren op nietsontziende wijze van elkaar worden gescheiden. Dit was zo’n moment.
Ik kon koren worden.
Of kaf.
Ik opende de deur.
Klaar om een held te worden.
Of om de dood te omhelzen.
De adrenaline liep me dun door de broek.
Kom op!
Buiten, in de schemering van een Drents bos bij avond, lag Cristiano Ronaldo languit op twee tuinstoelen.
‘Ola,’ zei hij.

Nootjes
Cristiano Ronaldo ruikt naar aftershave en denappels.
Dat rook ik toen de Real-spits naast mij op de bank plaatsnam.
Hij wilde rooibosthee, maar dat hadden we niet. Wel groene, en Earl Grey.
‘Doe dan maar water,’ zuchtte hij.
‘We waren een film aan het kijken,’ bitste mijn vriendin.
‘Ah, David Lynch,’ zei Cristiano Ronaldo. ‘Ken ik al.’
‘Wij niet,’ zei zij.
‘Ze eindigen weer in diezelfde straat,’ mompelde Cristiano Ronaldo, terwijl hij een velletje van zijn teen trok.
‘Dat is toch geen plot,’ zei mijn vriendin.
‘Nee, precies,’ zei Cristiano Ronaldo, rolde een balletje van het velletje en schoot dat richting de keuken. ‘Wordt Bayern – Real nog ergens uitgezonden?’
‘Ja,’ zei mijn vriendin, ‘maar niet hier’.
Maar Cristiano Ronaldo had de DVD-speler al uitgeschakeld. Daar draafde hij al over het scherm, achtervolgd door het halve elftal van Bayern.
‘Ik zou wel iets te knabbelen lusten,’ zei hij.
‘We hebben nootjes,’ zei ik.
‘You know what I like,’ zei Cristiano Ronaldo. ‘Nou, huphup.’
Snuivend stond mijn vriendin op van de bank en verdween met haar boek en een zak nootjes naar de badkamer annex wc. Ik hoorde nog net hoe ze de deur op slot draaide.
Om 2:00 wankelde Cristiano Ronaldo zonder te groeten het huisje uit, het Drentse duister in.

We zijn inmiddels een halve dag verder.
Ik hoop dat ze er zo eens af komt.