Wij zijn allemaal een beetje Neanderthaler

De Neanderthaler wordt doorgaans gezien als het lompe, domme neefje van de moderne mens. Toen ‘wij’ al verfijnde technieken en mooie rotstekeningen maakten, sloegen deze halve wilden elkaar nog de hersens in en vraten ze elkaar op. Terwijl dit laatste waar blijkt te zijn (kannibalisme kwam trouwens ook onder de moderne mens voor), blijkt het beeld van de Neanderthaler als achterlijke holenmens steeds minder te kloppen.

Maar waardoor stierven de Neanderthalers dan uit? Nieuwe studies van de universiteiten van Wageningen en Edinburgh brengen een nieuwe, verrassende verklaring aan het licht. De Neanderthaler stierf niet uit, maar vermengde zich met de moderne mens. Het dna van de Neanderthaler (dat in 2010 werd geïsoleerd) maakt tegenwoordig nog zo’n een tot vier procent van ons dna uit. Neanderthalers en moderne mensen plantten zich dus met elkaar voort, en dat gebeurde zo’n vijftigduizend jaar geleden in Europa en het Midden-Oosten.

Bewijs hiervan kan worden gevonden in de fossiele stamboom van beide soorten. Sommige vroege moderne mensen hebben Neanderthalerkenmerken, en andersom geldt voor de laatste Neanderthalers dat zij uiterlijke kenmerken hadden van de moderne mens. Doordat de Neanderthaler niet in Afrika voorkwam, hebben moderne Afrikanen veel minder van hun dna in zich.

De bouw van de Neanderthaler was robuuster, en hierdoor was hij waarschijnlijk beter bestand tegen het strenge klimaat van Europa en de verschillende ijstijden die ze meemaakten. Volgens de onderzoekers is het goed mogelijk dat een aantal van deze typische eigenschappen het voor de moderne mens mede mogelijk gemaakt hebben om te overleven buiten Afrika. Zo zouden wij het vermogen tot het afbreken van vet aan hen te danken hebben. Het gen om een patatje mét te verteren, komt dus van onze verre neefjes. Bedankt, Neanderthalers!