Waarom Peter van Uhm terecht ‘diep respect’ heeft voor Nederlandse Syriëgangers

Ex-generaal Peter van Uhm vindt de houding van Nederlandse Syriëgangers vergelijkbaar met die van zijn gestorven zoon Dennis.

De radiodocumentaire Verloren zonen – Een eeuw ten oorlog, die gisteravond werd uitgezonden op Radio 1, ging over het verlies van kinderen die als soldaat in een oorlog zijn omgekomen. Van Uhm en zijn vrouw verloren hun zoon Dennis, en hij sprak over het verlies gedurende een reis naar Belgische militaire begraafplaatsen van de Eerste Wereldoorlog. Zijn relaas werd vastgelegd door Hasan Evrengün, Robert Wichink en Joost Wilgenhof.

De Eerste Wereldoorlog is confronterender dan de Tweede, omdat we bij die laatste het kwaad buiten onszelf kunnen stellen. Het waren ‘de nazi’s’ en ‘de NSB’ers’. Bij de Grote Oorlog, met zijn miljoenen vrijwilligers die de ander kapot wilden schieten, is dat een stuk moeilijker. Het kwaad zijn wíj. De Eerste Wereldoorlog dwingt ons meer tot ons voor te stellen hoe oplopende haat kan leiden naar een volgende gewapende strijd.

De letterlijke tekst (terugluisteren, met prachtige muziek) van Van Uhm:

“Dat zijn mensen die los van het avonturen zoeken – dat hoort er ook zeker bij – vanuit je levenscomfortzone verder de wereld in, dat speelt zeker ook mee. Maar het zijn uiteindelijk wel mensen die op een of andere manier wel ervaren dat je iets moet doen om de wereld beter te maken.
“Maar die nog verder hun nek uitsteken en zeggen: ook op de plekken waar het slechter is dan in Nederland wil ik een bijdrage leveren, dat we uiteindelijk met z’n allen daar beter van worden. Daar heb ik altijd diep respect voor gehad…
“Laten we blij zijn dat er nog steeds mensen zijn, jongelui zijn die nog steeds bereid zijn om toch die rol te vervullen die helaas af en toe nodig is.”

De makers tegen Van Uhm: “Vindt u het moeilijk als wij uw zoon gelijkstellen met een jongeman die nu vanuit Nederland in Syrië vecht?”

Van Uhm: “Van de ene kant wel, en van de andere kant niet. Het is niet allemaal eendimensionaal in het leven. Ik kan mij voorstellen dat de gedrevenheid van mijn zoon en van zo’n jongeman best te vergelijken zijn. Wat niet te vergelijken is, is het beeld waar ze voor gaan.”

Moedige opvatting
Een moedige opvatting van Peter van Uhm over moed, in een tijdperk waarin slappe houdingen en gratuite meningen de boventoon voeren. Een tijdperk waarin we vol verontwaardiging voor de televisie toekijken hoe Assad zijn volk uitmoordt, maar er om tactische redenen niets tegen doen. Is dat nog (rationeel) te begrijpen uit strategisch oogpunt, wat niet te begrijpen valt is dat we Syriëgangers die terugkomen hun paspoorten afnemen en zelfs willen vervolgen. In plaats van die jongens als verzetshelden binnen te halen.

De behandeling is vergelijkbaar met de onvoorstelbare kilte en het formalisme waarmee de Spanje-veteranen werden behandeld na hun terugkeer in 1938. We maakten ook hen statenloos, en ze bleven dat ook na de oorlog in het anticommunistische klimaat dat toen ging heersen. Zo’n zevenhonderd jongemannen – net als de huidige Syriëgangers een combinatie van rapalje, avonturiers en idealisten – vochten mee. Voornamelijk in de Internationale Brigades tegen Franco.

Nee, de talloze Nederlanders die in het laatste halfjaar van de Tweede Wereldoorlog, of erna, plotseling van ‘fout’ naar ‘goed’ wisten te schakelen, dat is de Nederlandse ‘moed’ ten voeten uit.
Peter van Uhm heeft gelijk, en hopelijk voelt hij geen reden om zijn mening met mitsen en maren af te zwakken om in een politiek gewenst straatje te geraken.