Bellen met de Giro d’Italia

‘Hallo?’

Hallo, spreek ik met de Giro d’Italia?

‘Nee meneer, u spreekt met de Ronde van Trentino.’

Mag ik je moeder dan even aan de telefoon?

‘Mijn moeder is in Belfast.’

Wat doet ze daar?

‘Papa zegt: werken.’

En wie is je papa?

Milaan-San Remo.

Is hij misschien thuis?

‘Hij is even op vakantie, zegt mama.’

Ben je helemaal alleen thuis?

‘Nee. Mijn broer is er ook.’

En hoe heet je broer?

‘De Ronde van Lombardije.’

‘Mag ik hem even aan de telefoon?’

‘Hij is zich aan het voorbereiden.’

‘Waarop?’

‘Papa en mama zeggen: op zichzelf.’

Is er een andere manier waarop ik je moeder kan bereiken?

‘Ze heeft haar mobiele nummer achtergelaten.’

Wil je dat even aan mij geven?

‘Ze is heel druk, mijn mama.’

Ik ook, vandaar.

‘Wie bent u?’

Een fan.

‘Mijn mama heeft veel fans. Papa zegt wel eens: geen vrouw met zoveel minnaars als jouw mama.’

Je vader heeft ook veel minnaars.

‘Dat komt door stug volhouden, zegt papa. Eigenlijk is hij helemaal niet zo mooi.’

En je moeder?

‘Die is wel echt HEEL mooi.’

En jij?

‘Ik moet nog groeien, zeggen papa en mama. Veel renners die mij gehad hebben gaan daarna door naar mama, volgens papa en mama is dat heel belangrijk.’

Mag ik nu het nummer van je mama?

 

Hallo?

‘Hallo?’

Spreek ik met de Giro d’Italia?

‘Ja?’

U spreekt met Frank Heinen van HP/De Tijd. Ik wilde u een paar vraagjes stellen, als het uitkomt.

‘Hoe komt u aan dit nummer?’

Van uw dochter?

‘Hoe kwam u aan mijn dochter?’

Via uw man.

‘Ah ja, dan is het goed.’

Bent u klaar voor vrijdag?

‘God , “klaar”, “klaar”; ik heb er heel veel zin in, dat wel. Of ik klaar was, kun je eigenlijk pas zeggen als het achter de rug is.’

Als het klaar is.

‘Precies.’

Op het eerste gezicht ziet u er prachtig uit. Veel zware cols, een ploegentijdrit, kansen voor de sprinters en het zwaartepunt in het laatste deel.

‘Over mijn zwaartepunt doe ik geen uitspraken en ik raad u aan hetzelfde te doen, meneer.’

Verheugt u zich op de rit naar de Zoncolan?

‘Ik verheug mij op iedere rit.’

U staat dit jaar in het teken van Marco Pantani. Is hij iemand met wie u een speciale band had?

‘Marco en ik waren close, dat is zeker. Ik vind het heel verdrietig dat hij er niet meer is.’

Het parkoers dit jaar is weer ontzettend zwaar. Is het geen gek idee voor u dat vrijdag meer dan tweehonderd mannen u zullen aanvatten, maar misschien maar de helft de finish zal halen?

‘Nee.’

Wie zijn uw favorieten?

‘Ik verheug mij op Sonny Colbrelli, om zijn naam, en Marcel Kittel, om zijn kuif.’

En wie denkt u dat u het snelst zal kunnen afwerken?

‘Wat is dat nu voor gekke vraag?’

Laatste vraag: wat vindt u van Belfast?

‘Nou ja, het is geen Bologna – to say the least. En het is ook niet om het even welke andere Italiaanse stad. Ach, zo zie je nog eens wat van de wereld: ik ben de enige van de familie die nog wel eens over de grens komt.’

Bedankt voor dit gesprek.

‘Wil je niet weten waarom de roze trui roze is? Heb ik een leuke anekdote over.’

Weet ik al.

‘Jammer. Mag ik het interview van tevoren..?’