De letter en de geest: het nare regelfetisjisme van Fred Teeven

Afspraken maken met Fred Teeven (staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, VVD) moet ongeveer hetzelfde zijn als afspraken maken met een aannemer: je legt uit wat je wilt, je onderhandelt wat en er wordt een prijs afgesproken.

De week erna, als de aanbetaling is gedaan en de werkzaamheden begonnen, belt hij je op:
Hij: “Dat kozijn moet wel worden weggehaald, anders kan dat muurtje natuurlijk niet worden doorgetrokken.”
U: “Maar… we hadden toch afgesproken dat je die muur zou doortrekken, en dan is het toch logisch dat je eerst het kozijn wordt weghaalt?”
Hij: “Dat staat niet expliciet in de offerte, dus je kunt het zelf komen doen of ik doe het, maar dan moet ik daar een paar uur extra voor rekenen – dat ding zit muurvast. En mijn planning loopt in de soep zo.”

Zo moet het ook ongeveer met het kinderpardon zijn gegaan, de regeling die de PvdA met de VVD uitonderhandelde in het regeerakkoord om asielkinderen die ‘geworteld’ zijn in Nederland te laten blijven. Uiteraard moeten daar spelregels voor worden opgesteld, want wat is de definitie van ‘geworteld’? Aldus werd een regeling bedacht die met frisse tegenzin werd getoetst door Fred Teeven, wat resulteerde in 1450 kinderen die een verblijfsvergunning kregen. De overige 1830 aanvragen werden afgewezen – blijkbaar waren de indieners daarvan niet (voldoende) geworteld.

Kinderombudsman Marc Dullaert heeft de afwijzingen nauwkeurig bekeken, en noemt de manier waarop Teeven de regels toepast ‘idioot’. Wat is het geval? Kinderen worden volgens de regels geacht onder ‘rijkstoezicht’ te hebben gestaan, en degenen die onder ‘gemeentelijk’ toezicht stonden komen daarom niet in aanmerking voor het kinderpardon.

Teeven: “Zo stond het nu eenmaal in de offerte.”
Dullaert: “Deze kinderen waren gewoon op school ingeschreven, gingen naar sportclubs, er was contact met een maatschappelijk werker. Zij waren dus wel degelijk in het zicht van de overheid. De gemeenten zijn ook de overheid. Bij de aankomende decentralisatie gelden ze wel als decentrale overheid en bij het kinderpardon niet.”

Het uitvoeren van wetten en regels kan naar de letter (rechtmatigheid) en naar de geest (intentie, morele doelstelling). En als er nu één regeling is die bij uitstek moreel van aard is, dan is dat het kinderpardon.

Als je wilt dat je kinderen gaan buitenspelen, stel je de regel in dat ze voor vier uur niet achter de computer mogen. Als je (stronteigenwijze) kinderen vervolgens de hele middag op de bank met hun smartphone en iPad spelletjes spelen ‘omdat dat geen computer is’, geef je ze dan gelijk of pas je de regels aan de intentie aan?

Teeven liet eerder al weten ‘de spelregels‘ van het kinderpardon niet te willen veranderen. Als het mijn kind was geweest, had ik hem een draai om z’n oren gegeven. Zonder pardon.