Stilte en rust op het prachtigste stukje Thailand. Op bezoek bij de Thaise moslims

Ik was eens logeren bij de locals in het zuiden van Thailand om zo het massatoerisme op de eilanden eromheen te vermijden.

Maar toen ik in Bangkok bij de bodymassage (vier euro voor een uur) vertelde dat ik de volgende ochtend naar Krabi zou vliegen, reageerde de masseur met zijn zware accent verbaasd: ‘Het is er prachtig, maar er wonen zoveel moslims!’ Nee, dat vond de jongen van de massagesalon maar niks, hij bleef liever thuis.

Eerlijk gezegd kende ik Thailand alleen als boeddhistisch walhalla, maar de drie meest zuidelijke provincies hebben een moslimmeerderheid. Daar strijden separatisten voor onafhankelijkheid en zij zetten zich al tientallen jaren af tegen de regering. Momenteel laait het geweld weer op. Daarom, speciaal voor de jongen van de massagesalon in Bangkok, mijn paradijselijke reismémoire: op bezoek bij de Thaise moslims in het meest zuidelijke puntje.

Wees niet bang, wij zijn moslim
‘Wa Aleikum Salaam’, een vriendelijke begroeting van de vrouw des huizes. Op het eiland Koh Por is het dé attractie om bij een lokale familie te logeren. Hotels zijn er niet. De eilandbewoners zijn moslim, een minderheidsgroep in Thailand, maar een meerderheid in de zuidelijke provincies. De houten Thaise huisjes op palen aan zee zijn simpel, maar schoon. Electriciteit werkt alleen in de avonduren en binnen hangen posters van Thaise supersterren. Een chique geklede Surinaamse voelt zich bij deze avontuurlijke logiesvariant niet gemakkelijk. Haar dure Yves Saint Laurent schoenen moeten buiten bij de deur blijven staan. ‘Worden die niet gestolen?’ De trotse heer des huizes, stelt haar in vloeiend Engels gerust. ‘Wees niet bang, wij zijn moslim!’ lacht hij. Koh Por is een ongerept, idyllisch eiland. Palmbomen wuiven statig als een talrijke koninklijke familie aan de voet van de oceaan.

Schoolmeisjes met hoofddoekjes
Jonge gespierde mannen sloven zich voor de buitenlanders uit door in tientallen meters hoge palmbomen te klimmen. Ze snijden de groene kokosnoten los en gooien die naar beneden. Het eiland heeft honderden rubberbomen met kleine tonnetjes vastgebonden aan hun stam, waarin de witte kauwgomsubstantie lekt. Rubber is een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het eiland. Kleine schoolmeisjes zwaaien vrolijk met hun witte hoofddoekjes naar elke westerling die voorbijkomt. Voor de ingang van de enige basisschool die het eiland telt, staan tientallen kleine kindersandalen op een rijtje. De schoolkinderen krijgen aardrijkskunde. Koh Por ligt in de Krabi provincie en is nog nauwelijks beïnvloed door toerisme. Toch heeft het eiland dezelfde uitgestrekte zandstranden en de tropische looks als de toeristische buureilanden Koh Phi Phi, Koh Pha Ngan en Phuket.

Geen alcohol
Maar hier, op het eiland Koh Por, zijn de grote hotelketens niet welkom. De locals willen hun eiland puur houden en het leven simpel. Toeristen worden hartelijk ontvangen, maar moeten overnachten bij de vissersfamilies en rubberboomeigenaren. Die dag bestaat het lokale familiediner uit dagverse krab en rode curry met jasmijnrijst. De Surinaamse zit blootsvoets op de grond in kleermakerszit, net als het Thaise gezin. Een grote blonde Nederlander schuifelt van de ene bil op de andere. Zijn lange benen zijn deze standaard boeddhahouding niet gewend. Dit ongerepte eiland heeft (nog) geen westerse toiletgelegenheden en airconditioning, en in de moslimgemeenschap wordt geen alcohol geschonken. Armen en benen liever bedekt dan ontbloot. Maar héél streng is het er ook weer niet. Ik ga rustig achterop de brommer van de heer des huizes het eiland bewonderen.

Meest schone strand ever
Vijftig kilometer zuidoostelijk liggen de twee broer- en zustereilanden Koh Rok Nok en Koh Rok Nai. Twee exotische, onbewoonde eilanden – allebei slechts een paar kilometer in omtrek, op zwemafstand van elkaar. Het zand op beide Koh’s is zo wit als op de cover van een tropische reisgids. In de zee zo blauw als zwembadwater is het continue spitsuur: kleurige regenboogsoorten, vissen met tijgerprint en bladvormige, zigzagoesters en ongewervelde fluorescerende waterdieren. De melkwitte stranden van Koh Rok zijn door de Pollution Control Department uitgeroepen tot een van de mooiste van Thailand met vijf sterren.

Weg met de Farangs!
Op het eiland Koh Rok Nok liggen leguanen van bijna een meter lang, stil als stenen in de schaduw van de brede bomen. In dezelfde schaduw staan kampeertentjes van avontuurlijke reizigers. Er mogen niet meer dan vijftig mensen op het eiland overnachten. Ook hier geen hotels of spa resorts. Veel eilanden in het zuiden van Thailand zijn nationale parken, net als deze Koh Rok’s. En daar mag niet naar hartelust gebouwd worden. Volgens de opzichter van het eiland komen er langzamerhand steeds meer toeristen, maar alleen mensen op zoek naar eenvoud en rust. ‘De Farangs (Thaise uitdrukking voor blanke buitenlanders, IH.) gaan naar de toeristische Phi Phi eilanden met overal hotels en bars’. Soms is hij daar zelf ook te vinden, maar dan op het feesteiland Koh Phangan. ‘Ik houd erg van die stilte, al heb ik wel mijn iPod bij me’, grinnikt hij.

Volg de avonturen van reisjournalist Iris Hannema (1985) op Twitter: @irishannema. Als exclusieve knuffelblogger van National Geographic reist zij als Digital Nomad de wereld over. Haar rauwe, geestige reisavonturen zijn te lezen in ‘Miss yellow hair, hello!’ (De Arbeiderspers).