Koning Voetbal: ‘Wohohohoho, wat lekker!’

We zouden naar de film, maar om redenen waarover ik verder niet kan uitweiden, zat ik thuis op de bank en keek naar Koning Voetbal.
Volgens de televisiegids betrof het een kennisspelshow. Dat bleek een iets te eenvoudige omschrijving.

Zo markeert Koning Voetbal vooral de terugkeer van Jack Spijkerman op de televisie. Je kunt het je nu nauwelijks nog voorstellen, maar ooit was Jack Spijkerman de succesvolste presentator op de Nederlandse televisie. Sinds de Kopspijkers-succesformule als een vloerkleed onder hem vandaan is getrokken, is er van Spijkerman weinig anders over dan een wat oudere man met blond spriethaar wiens voornaamste talent bestaat uit het giechelen om bijna niets.
Dat talent heeft Spijkerman ditmaal de presentatieklus van Koning Voetbal opgeleverd.

Lekker!
Het programma begon al in de kleedkamer: twee meisjes in korte, zwarte rokjes stonden tegen een bal te hengsten.
Viggo: ‘Ha! Ha! Hahaha!’
Johnny: ‘Wohooooo! Lekker!’
De mannen in het publiek – vooral baardloze jongens – juichten om de teamcaptains: een aan een stuk door gierende Johnny de Mol en Viggo Waas.
Daarna kwamen de gasten: Joris Linssen, Theo Lucius, Johnny Rep en Lange Frans.
Joris Linssen droeg een gevlekt overhemd en Johnny Rep een oranje vest.
Spijkerman: ‘Theo, je bent nu cafébaas. Waarom?
Lucius: ‘Da’s gezellig.’
Lucius ging ook regelmatig vissen met gehandicapte kinderen.
Dat was wel een applausje waard.
Johnny Rep moest even denken toen hem gevraagd werd wat hij ook alweer deed.
‘Iets voor De Telegraaf,’ zei hij tenslotte.
Dat was het.
‘Ik zou wel graag in de scouting willen.’
Het was meer dan een open sollicitatie. Meer een noodkreet.

Heel lekker
De quiz bestond uit allerhande voetbalvragen, er werd veel gegierd en van Amstel biertjes genipt. Af en toe draaide Johnny of Viggo zich om naar de tribune en gilde: ‘HIJ GAAT LEKKER!’
Lekker was een toverwoord.
Bijna alles was lekker. Of ging lekker.
Bij voorkeur heel lekker.
Als het heel lekker ging, werd er omhelsd.
Om onduidelijke redenen werden de tussenstanden in het Portugees omgeroepen.
Het was erg spannend. Dan stond het ene team voor, dan het ander.
O, wat lekker was dat. Soms was het zo lekker dat Viggo van gekkigheid niet meer wist wat hij moest doen en een paar Amstel-bierviltjes door de studio wierp.
Theo Lucius zei de hele uitzending lang niets.
Jack Spijkerman vroeg aan Johnny de Mol of hij het goed vond als Theo ook meepraatte.
Maar Theo zei niets. Het vissen had van hem een zwijgzame oud-voetballer met een matje gemaakt

Er werden vragen beantwoord, er werden wat vrouwonvriendelijke grapjes gemaakt, er werden wat panna’s uitgedeeld en er werden nog wat meer vragen beantwoord.
Tussendoor was er tijd voor een beetje ontspanning.
‘Hahahahaha,’ zei Johnny.
‘Hahahaha,’ zei Viggo.
En Jack Spijkerman zei: ‘Hihihihihihihi.’
Halverwege de quiz ging een deurbel en kwam Berry van Aerle binnen met de post.
De grap was dat Berry van Aerle ooit postbode is geweest.
De post betrof een vraag over Berry van Aerle.
Toen de kijkers hiervan bekomen waren, las journalist Fons de Poel een voetbalverhaal voor vanaf een oude Chesterfield.

Ontzettend lekker
Tot slot mochten alle deelnemers proberen een bal in een wasmachine te schieten.
Dat lukte niet.
Jack: ‘Hihihihihi!’
Johnny: ‘Oooooohhhhh!’
Viggo: ‘Wohohohohoho!’
Het was ontzettend lekker gegaan.