Mark Rutte: voor een ouderwets en arrogant Europa

Met de Europese verkiezingen in aantocht is de geruchtenstroom over de hoge posten weer in volle gang gezet. Blijven Timmermans en Dijsselbloem in Den Haag? Wie wordt de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie? Voor het kabinet blijken beide vragen een gouden kans om een bijzonder punt te maken: we hebben schijt aan de kiezer.

Voor het eerst sinds het ontstaan van de EU leek het erop dat er serieuze stappen werden gemaakt richting democratisering van het bestuur. Onder leiding van het Europarlement schoven de grote families in Brussel allemaal één kandidaat naar voren voor het voorzitterschap van de EC. Met Verhofstadt (zotte federalist), Juncker (drankorgel), Schulz (dictator) en Keller (wie?) is er nog wel iets aan te merken op de geboden opties, maar je weet in elk geval waar je voor stemt. Een goede eerste stap naar meer draagvlak en betrokkenheid, maar niet als het aan de premier ligt. Rutte liet tijdens het vragenuurtje doodleuk weten zich niets te zullen aantrekken van de kiezer en het parlement. Hij en zijn collega-regeringsleiders zullen wel uitmaken wie het wordt, in de achterkamertjes. Mark Rutte: voor een ouderwets en arrogant Europa.

Den Haag is geen oefenveldje
Ook Jeroen Dijsselbloem gaat niet vrijuit. In de wandelgangen wordt er druk gespeculeerd over een mogelijke overstap naar een hoge Europese post voor het supertalent van Nederlandse bodem. Arie Slob uitte eerder deze week al zijn zorgen en vroeg de minister om garanties dat hij niet getransfereerd zal worden naar een grotere club. Maar daar begint Dijsselbloem niet aan. En dat is ongelooflijk. Je kunt je al afvragen waarom een Nederlandse minister überhaupt naar Europa zou willen. Ver van huis, minder directe zeggenschap, bureaucratie, verguisd instituut; om maar eens wat te noemen.

Maar nog veel belangrijker is dat Dijsselbloem is beëdigd om Nederland voor minimaal vier jaar te dienen, en dat is een belangrijke taak. Een taak die, als je hem aanneemt, uitgediend zou moeten worden. Een minister zou niet mogen jobhoppen uit carrièremotieven en, belangrijker nog, hij zou het moeten willen noch durven. Ministers zouden kraakhelder moeten zijn over hun prioriteiten, en die dienen altijd bij het uitoefenen van hun functie te liggen. Den Haag is geen oefenveldje voor het grote Europese werk, maar het hoogst haalbare voor een Nederlands politicus. Wie dat niet ziet, verdient niet langer het vertrouwen van volk en parlement. Jeroen, hak die knoop door!