Gruwelijk: renners die niet bewegen

In de Slag om Montecasino lagen ze plots als speelgoedpoppetjes op het asfalt. Een voor een stapten ze weer op hun fietsen. Gebutst, gehavend, gescheurd. De zin om te koersen was op het spekgladde asfalt in scherven uiteengevallen.

Joaquin Rodriguez strompelde naar boven, als de oude man die hij in tien seconden geworden was. Rick Flens kwam in beeld, zijn Belkin-shirt als een gerafeld doekje over zijn rug gedrapeerd.
Bij Svein Tuft, de natuurmens, stroomde het bloed uit zijn gehele linkerflank.
Als voetbal oorlog is, wat is wielrennen dan wel niet?

Niet-bewegen
En daar, ter hoogte van een rotonde, lag Giampaolo Caruso. Hij bewoog niet meer. Naast hem in de bocht zat de Russische Costa Ricaan Andrey Amador. Hij zag eruit alsof hij heel lang iets gezocht had, maar die zich er zojuist bij had neergelegd dat hij het nooit meer vinden zou.
En Giampaolo Caruso bleef maar liggen, op z’n zij.
Doodstil, noemen ze dat dan.
Renners die niet bewegen…… Man, renners die niet bewegen….
De koers ging voort, Cadel Evans vloog richting de top en Giampaolo Caruso lag daar maar, vergezeld door een kale man die het ook niet wist.
De camera fixeerde het niet-bewegen.
Wanneer een renner niet meer beweegt, denk je altijd onmiddellijk het ergste. Sporters zouden altijd moeten blijven bewegen. Stilstand is geen achteruitgang, stilstand doet het ergste vrezen.
Altijd weer wurmt de dood zich je gedachten binnen als renners niet bewegen.
‘Hij praat,’ zei Jose de Cauwer.
Niemand anders die het zag. De hoop had het even van de opmerkingszin overgenomen.
Terwijl Caruso bewegingloos in een ambulance werd geschoven, won Michael Matthews de etappe die nooit een ware strijd werd.
Zou hij nog zwaaien? Zijn voet bewegen? Iets mompelen?
Ik kon het niet goed zien. Renners die niet bewegen… Gruwelijk.