Je eigen boekpresentatie

Boekpresentaties zijn vaak stomvervelend en zodoende mis ik er ook wel eens eentje.
Voor m’n eigen maakte ik een uitzondering.

Zo kwam het dat ik mezelf met nieuwe schoenen en een nieuwe broek en een nieuw kapsel (‘Rock and roll, maar wel vriendelijk,’ volgens kapper Theo) te midden van een groep vrienden, collega’s en familieleden aantrof in het fantastische Schiller Theater Place Royale te Utrecht.
Geen van de aanwezigen was er ooit geweest, in het Schiller Theater Place Royale.
Niemand, behalve mijn vriendin en ik, toen we een paar weken eerder poolshoogte waren gaan nemen.

Een put
We werden ontvangen door de eigenaars van het Schiller Theater Place Royale: een man met een snor en een vrouw met een bril.
De man vroeg wat voor boek het ging worden, en voegde eraan toe dat hij bijna iedereen kende in Utrecht.
Over wielrennen, zei ik. Maar ook over het leven.
De man knikte. Van wielrennen wist hij weinig, van het leven des te meer.
Wisten wij dat hij ook schreef? Columns.
‘In het Utrecht Dichtbij. Maar dat gooien jullie zeker altijd meteen weg.’
We ontvangen geen Utrecht Dichtbij, dus zeiden we: ‘Nee.’
De man verdween en kwam even later terug met een Stadsblad. En inderdaad: een column. Over Fukushima.
Hij had al vaak over Fukushima geschreven. Hij had zo vaak over Fukushima geschreven dat de redactie hem had gevraagd om wat minder vaak over Fukushima te schrijven, het Stadsblad bracht tenslotte vooral Utrechts nieuws.
De eigenaar van het Schiller Theater Place Royale zuchtte vanonder zijn snor en vroeg zich af of de persvrijheid hiermee in het geding was.
Hijzelf vermoedde van wel.
Zijn vrouw brak in: wisten wij wel dat Mozart hier had overnacht? Nee? Dat dacht ze al. Het was dus wel zo.
Er was ook een waterput in de kelder.
We daalden via een wenteltrap af naar de kelder. Links waren de toiletten, rechts een geheimzinnige deur. Daarachter, inderdaad: een eeuwenoude waterput.
‘Hier moeten kinderen dus niet in springen,’ legde de mevrouw van het Schiller Theater Place Royale uit.

Eenmaal boven onderhandelde mijn vriendin over de huurprijs.
Ik keek naar de oude jukebox in de hoek van de ruimte en dacht aan de jonge Wolfgang Amadeus, die met vijftig cent een plaatje van Elvis aanvraagt.
Toen we afscheid namen, kreeg mijn vriendin een compliment over haar uiterlijk en ik de vraag of ik in de uitnodiging de volledige naam van het theater wilde gebruiken.
Veel mensen in Utrecht noemen het Schiller Theater Place Royale het Schiller Theater.
Dat is niet correct: het is het Schiller Theater Place Royale.

Drie weken
Vrijdag was het dus zover.
Het was warm en druk in het Schiller Theater Place Royale.
Er waren zaalvoetballers, wielerschrijvers, nieuwslezers, bankemployees. Ouders, schoonouders, grootouders. Allemaal waren ze voor mij gekomen en iedereen was lief. En ik zat in een hoekje en signeerde m’n eigen boek.
In de verte speelde mijn favoriete muziek.
Wat was het heerlijk, in het Schiller Theater Place Royale.
Vaak zijn boekpresentaties stomvervelend. Alleen je eigen, die zou drie weken moeten duren.