De masterclasses Nuchterheid van Pieter Weening

Gisteren won Pieter Weening een heuse bergetappe in de Giro d’Italia. Best iets om even bij stil te staan: een Nederlander die een bergrit wint in een grote wielerronde, dat komt de laatste tien jaar net zo vaak voor als een ijsbeer die een volle spaarkaart bij de bouwmarkt inlevert.

Het aardige van de zege van Pieter Weening was dat hij het resultaat is van een bijna onmenselijke nuchterheid. Want dat is-ie hoor, Pieter Weening: nuchter. In de laatste kilometer probeerde Davide Malacarne, een volstrekt niet nuchtere Italiaan met een bovenlichaampje met de omvang van Pieter Weenings gemiddelde ontbijt, hem nog zenuwachtig te maken. Ging een beetje traag rijden, die pizzabakker.
(Italiaanse wielrenners zijn natuurlijk altijd lastige kwanten, maar Davide Malacarne is een Italiaanse wielrenner die in Franse dienst rijdt – twee keer fout. Een Duitse cabaretier die ook nog vrouw is, zoiets).

De Weeningschaal van Nuchterheid
Heel langzaam reden ze onder de rode vlag van de laatste kilometer door.
“Ze gaan surplacen!” gilde commentator Renaat Schotte, over wie we veel kunnen beweren, maar niet dat hij nuchter is.
“En daar komt Pozzovivo al!” riep José de Cauwer, evenmin een topscorer op de Weeningschaal van Nuchterheid. Hij lijkt altijd heel nuchter, José, met zijn relativeringen, maar in zijn borst huist de hysterie van Conchita Wurst, dat hoor je door de microfoon heen.
Ze stonden intussen inderdaad bijna stil. Malacarne begon te zigzaggen als een kitten die een vergeten glas wodka heeft leeggeslobberd. En Pieter Weening erachteraan, zijn voorwiel aan het achterwiel van de ander gekleefd. Bij ieder ander zou je kunnen zeggen: God, wat nuchter.
Maar niet bij Pieter Weening.
Pieter Weening weet niet beter.
En Pozzovivo maar dichterbij komen. Geen respect voor nuchterheid, die Italianen in Franse dienst.
Eerst keek Malacarne om.
Daarna keken alle toeschouwers om.
Alleen Pieter Weening keek niet om.
Malacarne deed alsof hij versnelde.
Pieter Weening volgde.
Malacarne hield in.
Pieter Weening volgde.
De meters gleden moeizaam onder hun wielen vandaan en de voorsprong op Pozzovivo smolt als een perenijsje op een Italiaans terrastafeltje.
Op 150 meter van de streep ontplofte het bescheiden lijfje van Davide Malacarne van de zenuwen. Hij begon te sprinten. Niet uit alle macht, meer als iemand die probeert de bus naar de tandarts te halen.
Geen partij natuurlijk voor Pieter Weening, die met de van hem zo bekende nuchterheid Malacarne passeerde en als eerste over de streep reed.
Toen hij de finish overschreed, gilde hij. Niet erg nuchter, maar dat mag, voor een keertje.

Het hoofd koel houden
Even later zat Pieter Weening op een ongemakkelijk krukje uit te leggen hoe het allemaal zo gekomen was. Luisterend naar Pieter Weening (die en passant nog even bewees dat het Australische accent niet meer is dan een mengvorm van cockney British en Harkemaas) leek het allemaal zo vreselijk eenvoudig, een Giro-rit winnen. Gewoon een kwestie van een beetje pokeren (“I gambled a little”), niet te vroeg vertrekken maar ook niet te laat.
En dan: het hoofd koel houden.

Pieter Weening, de man met het koelste hoofd van het peloton. Hij zou masterclasses nuchterheid moeten gaan geven, op hogescholen, universiteiten, bij grote bedrijven en bij topclubs. Ik zie het voor me: Pieter Weening in een reusachtige collegezaal (misschien wel de Jaarbeurs, of de RAI) voor een paar honderd topbankiers. En dan die vraag: hoe hij toch ooit zo goed is geworden.
“Pfff, tjaaaaaaaa… hoofd koel houden. Nuchter blijven. Normaal doen. En dan sprinten.”