Waarom u moet stemmen op dat Brusselse zootje

Jazeker, Europa is een zootje, “Brussel” bemoeit zich met van alles waar het zich beter verre van kan houden en er worden megabedragen verspild aan marktverziekende landbouwsubsidies.

Inderdaad, er worden daar allerlei zaken bedisseld in oncontroleerbare achterkamertjes, het parlementaire vergadercircus is een crime en Hans van Baalen en Guy Verhofstadt misdroegen zich in Kiev met hun holle praatjes als echte volksverlakkers. U heeft helemaal gelijk dat u zich ergert, maar al die feilen, tekortkomingen en misstanden zijn even zovele argumenten om op 22 mei juist wél naar de stembus te gaan.

Europa is misschien nog niet veel soeps, maar moet dat wel worden. Zoiets duurt nu eenmaal lang en gaat met hangen en wurgen, langs diepe, niet in kaart gebrachte ravijnen waar we af en toe ongenadig intuimelen. Een garantie dat we er altijd wel weer min of meer heelhuids uit zullen klimmen, is er niet. Maar dat “we” wel zonder EU kunnen, zoals dromers als Wilders, Baudet en in Engeland Farage met zijn UKIP ons maar blijven voorspiegelen, is een illusie. Het is onmogelijk om werkelijk keihard te bewijzen dat het Europese project ons grote voordelen gebracht heeft – net zoals ook het omgekeerde niet te bewijzen valt – maar feit is wel dat de Nederlandse export naar elke nieuwe lidstaat scherp toenam, dat Europa als geheel tijdens het integratieproject een ongekend welvaartspeil bereikt heeft en er een ongekend ontspannen omgang bestaat tussen de lidstaten onderling.

Straatarme dictaturen
Nog maar veertig jaar geleden waren Griekenland, Spanje en Portugal armzalige, straatarme dictaturen waar elk recht met voeten getreden werd. Ook in die landen zijn welzijn en welvaart na hun toetreding tot de Europese gemeenschap pijlsnel toegenomen. Van alle grote problemen daar is alleen de endemische corruptie nog over. Dat is beroerd, maar toch al een hele verbetering. Vergeet ook niet waarom Noorwegen, ook zo’n land dat zou bewijzen dat het zonder Europa veel beter gaat, destijds geen lid van de Gemeenschap wilde worden. Dat was omdat het land, waarvan de gas- en oliereserves nog niet ontdekt waren, de Noren zo weinig perspectieven bood, dat de regering vreesde dat de bevolking na toetreding en masse het hazenpad zou kiezen. Tegenover dat alles vallen onverkwikkelijkheden als verplicht gekromde komkommers, de zuigkracht van uw stofzuiger en – belangrijker – het om zeep helpen van traditionele schimmelkaascultures door doorgeslagen hygiënevoorschriften, in het niet.

Stel dat de Unie uiteen zou vallen. Hoelang zou het dan duren voordat Duitsland nog veel draconischer tol van buitenlandse automobilisten ging heffen? Hoelang voor het zich niets meer aan het Europese Hof gelegen zou laten liggen, datzelfde Hof waar nu iedereen zijn hoop op vestigt als het om het blokkeren van die buitenlanderstol gaat? Dat is nog maar het begin, een kleinigheid. Wat voor levensgevaarlijke krachten bij een breuk in de unie kunnen loskomen, kunnen we leren van de Amerikanen. De Zuidelijke secessionisten hadden halverwege de negentiende eeuw na tachtig jaar Verenigde Staten zwaar tabak van de unie. De Zuiderlingen voelden zich in hun cultuur en waarden beknot en aangetast door het energieke maar onbehouwen Noorden, economisch achtergesteld en politiek tekortgedaan. Helemaal te vergelijken is het niet, maar het heeft aardig wat weg van de huidige anti-Europastemming, waarbij moet worden aangetekend dat de Amerikaanse Zuiderlingen welbeschouwd meer recht van spreken hadden. De onwil om het Amerikaanse experiment in de lucht te houden, draaide in 1861 uit op een verschrikkelijke burgeroorlog waarvan de wonden nog altijd niet volledig geheeld zijn. Veel zorgelijker dan de gewraakte feilen van “Brussel” zijn dan ook de ontwikkelingen in een land als Hongarije, waar antidemocratische ontwikkelingen een serieuze splijtzwam binnen de Unie kunnen gaan vormen en van het land een gevaarlijk ongeleid projectiel kunnen maken. Maar dáár hoor je Farages, de Wildersen en de Baudets nou nooit over. In tegendeel, tegen zulke negatieve stromingen schurken ze juist aan.

Zo is er dus een positieve reden om Europa te blijven omarmen – het is ons bij alle verspilling en alle geklungel in bijna alle denkbare opzichten bepaald goed gegaan – en een negatieve: for better or for worse, de Unie bestaat, de gevolgen van ontvlechting zijn onvoorspelbaar en de weinige voorbeelden van wat dan gebeurt allerminst bemoedigend.

Eeuwenlange Europese tradities
Het is ook niet raar en evenmin erg dat de Unie nog maar een krakkemikkig, incoherent en in veel opzichten onbevredigend geval is. Hoe kan het anders bij een project op zo’n schaal waarvoor geen echt voorbeeld bestaat, terwijl tijdens de verbouwing de winkel ook nog moet openblijven? Zelfs Amerika, waar toen de Verenigde Staten gevormd werden niet meer mensen – beter gezegd, blanken, want de rest telde niet mee – woonden dan nu in de provincie Utrecht, ging in de eerste twintig jaar van zijn bestaan op een haar na in chaos ten onder, en bezweek zoals gezegd ruim een halve eeuw daarna alsnog bijna aan de Burgeroorlog.

Dat was allemaal heel begrijpelijk, want ook de Amerikanen hadden geen voorbeeld. Ze deden hun best, zo goed en zo kwaad als dat ging. En sommigen deden minder hun best of hadden een eigen agenda. Tot zover lijkt Amerika op Europa, maar verder vormen de Verenigde Staten geen bruikbaar voorbeeld. De schaal van de onderneming is onvergelijkbaar. En wat van meer belang is: de dertien pioniersstaten hadden nauwelijks een eigen historie of cultuur, laat staan een gezamenlijke, terwijl elke vierkante meter Europa van eeuwenlange tradities, culturen, conflicten en onderling vergoten bloed doordrenkt is.

Een soort semi-eenheidsstaat als de VS is voor Europa dan ook totaal ongeschikt. Misschien biedt het Zwitserse kantonmodel meer aanknopingspunten, maar wat Europa precies moet worden, weet nu niemand. Dat moeten we al doende uitvinden, iets dat ontmoedigend langzaam en langs vele kronkelwegen gaat. Een parlement, zelfs zo’n halfbakken, in veel opzichten slecht functionerend parlement als het EP, is daarbij een nuttig instrument. Een riem om, zo goed en zo kwaad als het gaat, mee te roeien. Maar dan moeten we het wel tanden en moed geven, door met onze stem een mandaat uit te spreken: ga uw best doen, wij rekenen op u en we rekenen u af.