De gevolgen van een laptopverbod in het café

De zon scheen, ik gunde mezelf een uurtje werken op een terras. Ik vond een plekje bij een Italiaans koffietentje, uit de wind en in de volle zon. Ik streek neer, bestelde een cappuccino en klapte mijn laptop open. Het meisje van de bediening kwam af en toe om het hoekje kijken of de koffie al op was. Tot zover niets bijzonders.

Om half elf kwam de eigenaresse aankakken. Ze wierp me bij wijze van ‘goedemorgen’ (dacht ik) een boze blik toe. Die zal wel een rotochtend hebben gehad, vermoedde ik, zo’n dag waarop je te laat opstaat en vervolgens de rest van het ochtendritueel ook misgaat: het warme water is op, met scheren snij je flink in je been, een pluk van je pony belandt in de föhn en verschroeit, er zijn geen koffiecupjes meer en eigenlijk is er ook geen ontbijt in huis, geen schone sokken, waar is mijn linkerschoen, waar zijn mijn sleutels, de krant is niet bezorgd – dat werk.

Met een schort voor kwam de boze dame naar buiten: ‘We hebben hier een no laptop policy. Dat staat ook op de deur trouwens.’ Ik had nog nooit van een geen laptopbeleid gehoord, maar ze keek zo dwingend dat ik mijn computer dichtklapte. WAT MOET IK NU GAAN DOEN DAN? Als ik hier niet mag werken, heeft het ook geen zin om hier te zijn.

Maar de koffie was nog niet op. En de zon brandde zo lekker op mijn jukbeenderen. Dus ik besloot iets te doen waar ik heel slecht in ben: voor me uit kijken. Dat momentje duurde twee minuten want toen kwam ene David naast me zitten. Een vrouw liep langs met twee kleine kindjes en David zei: “Ik ben voogd van drie kinderen, maar ik moet er niet aan denken om ze zelf te hebben.” David was ook bang dat op een dag zijn deurbel ging en dat een volwassen knul dan zou zeggen: ‘Hallo. Jij bent mijn vader’. Ik weet niet of het door de zon kwam, maar het zweet stond op Davids voorhoofd.

Bij het afrekenen vroeg ik aan de eigenaresse waarom ze een no laptop-beleid had. “Als iedereen hier op zijn computer gaat zitten werken, wordt het er niet gezelliger op. Ik wil dat de mensen hier komen om te ontspannen of een praatje met iemand te maken. Of gewoon te zien wat er op hun pad komt.”

Daar had ze een punt. Het gesprek met David had ik niet willen missen. En als zij er nou wat vrolijker bij zou kijken, zou ze een gouden concept in handen hebben.