Dit is geen recensie, dit is een levensles

Het is de mens eigen precies daar te willen zijn waar anderen ook zijn, uit angst er later niet over mee te kunnen praten. Drukke plekken worden daardoor steeds drukker, rustige plekken steeds rustiger. Dat laatste weten veel mensen niet – ze komen immers nooit op rustige plekken. Dientengevolge weten ze niet wat ze missen.

Reeds op jonge leeftijd besefte ik hoe onverstandig dat is. Het is 25 juni 1988. Het Nederlands elftal speelt de EK-finale tegen de Sovjet-Unie en heel het land kijkt. Heel het land behalve ik, want ik ben te jong om te begrijpen hoe belangrijk voetbal is. Ik kijk een natuurdocumentaire, vermoedelijk van de EO. Een groep bevers bouwt een dam (geen cliché is de bever te groot) als Ruud Gullit op het andere net de 1-0 scoort. Een melding van dit doelpunt verschijnt onderin beeld.
Dit hoort u vermoedelijk voor het eerst, terwijl ik dat doelpunt van Gullit inmiddels kan dromen. Waarmee bewezen is dat je twee keer zoveel meekrijgt als je iets doet wat verder bijna niemand doet.

Definitieve prognoses
Terwijl Nederland naar de televisie kijkt voor diepgaande analyses over definitieve prognoses en voorlopige einduitslagen van de Europese verkiezingen, sta ik in een piepklein zaaltje om op verzoek van een gitarist zijn nieuwe band te bekijken. Ooit werkten we voor hetzelfde bedrijf, de gitarist en ik. We konden het goed vinden en toen hij ontslag nam concludeerden we dat de term ‘oud-collega’s’ onze nieuwe relatie geen recht zou doen. We besloten als vrienden uit elkaar te gaan. Onze vriendschap bestaat er voornamelijk uit dat hij op Facebook mijn stukjes liket en ik zijn liedjes. Heel af en toe beluister ik ze zelfs. Ik schat de waarde van mijn aanwezigheid bij zijn optreden op vijftien likes.

Het blijkt dat mijn vriend het voorprogramma verzorgt voor een andere band. Wanneer de band van mijn vriend begint te spelen, praat het publiek – een stuk of zestig vrienden en familieleden van het hoofdprogramma – onverstoord verder. Weinig is vernederender dan het spelen van een voorprogramma. Laat de schoonmakers van de NS één keer een voorprogramma spelen en ze gaan morgenochtend lachend weer aan het werk.

Bekende Nederlandertje
Ik vermaak me ondertussen met het spel ‘bekende Nederlandertje’. De regels zijn eenvoudig: je kijkt om je heen en je bedenkt bij iedereen die je ziet op welke BN’er hij of zij het meeste lijkt. De eerste is een lange, smalle jongen met haren van gedroogd gras en een walm deodorant zo sterk dat je erop kunt zitten. Wim Kieft. Er volgen een vrolijke kale dikkerd met een wit overhemd en een voorhoofd als een kettingbotsing (Pierre Wind) en een vriendelijke grijze dame met gouden oorknopjes en een bovenlip ter dikte van een potloodstreep (Maria van der Hoeven).

Een bolle blonde krullenbol in een ge-tie-dyed T-shirt is te jong om Gordon te zijn, dus noem ik hem Roy Donders. Op mijn telefoon zoek ik op of het klopt. Ik kom erachter dat je veel van Roy Donders kan zeggen (en dat dat ook gebeurd is; hij heeft 414.000 hits op Google, precies tweehonderdduizend meer dan Wim Kieft), maar niet dat hij blond is. Ik ben af en luister enige tijd naar het concert.

Na het optreden geeft de gitarist me een biertje. Alleszins sympathiek, al kost het me mijn voordeel qua Facebook-likes. Ik zeg dat ik het optreden goed vond en hij vertelt over de mij onbekende Gebakoorlog. Het is, kortom, een leerzame avond. Thuis ben ik binnen vijf minuten op de hoogte van al het verkiezingsnieuws.

Meer leuke content? Like ons op Facebook