Met Sander Boschker is de Topshots-generatie definitief oud geworden

Een groot gedeelte van twintigers van vandaag vulde ooit zijn dagen met het verzamelen, ruilen en dromen over Topshots, de allereerste voetbalflippo’s die halverwege de jaren negentig een rage waren. De Topshots maakte vele kinderen voetballiefhebbers. Oud-doelman Sander Boschker maakte deze week van die kinderen ineens oude mensen.

‘Boschker heeft gisteren zijn afscheidsduel gespeeld’, vertelde ik aan een collega. ‘Goh Boschker, tot hoe lang is die wel niet doorgegaan?’, reageerde hij. ‘Tot zijn drieënveertigste’, zei ik. “Allemachtig. Die Boschker staat zelfs nog op een Topshot of niet?.

Ineens realiseerde ik me dat Sander Boschker wel eens heel goed de allerlaatste voetballer kon zijn geweest die een eigen Topshot had. Iedereen die Topshots heeft verzameld kan de elf namen van achttien verschillende teams na een beetje graven nog steeds opdreunen. En verrek, het rijtje namen van Twente haalden we. “Boschker, Oude Kamphuis, Hoogma, Boerebach, Heubach, Bosvelt, Van Halst, Bruggink, Platvoet, Mols en Petrov.” Uiteraard allemaal gestopt. Al gauw werden er andere illustere namen bij gehaald en begon er een gesprek dat alleen gehouden kan worden Topshotsverzamelaars. “Ronald Hamming had ik wel drie keer dubbel”. ” Oh ja? Ik had Virgil Breetveld zes keer.”

De Topshots-jaren legden de basis voor een echte voetbalgeneratie. Wij Topshot-kinderen konden met behulp van de flippo’s de gehele eredivisie opnoemen, we zagen in diezelfde tijd een legendarisch Ajax domineren in Europa en niet veel later keken we hoe Nederland een geweldig WK speelde. Wij kinderen van de jaren negentig hadden het altijd over voetbal, of over Crokychips, waarover we onze moeders de oren van de kop zeurden. Daar zaten de Topshots namelijk bij.

Onze vaders versleten we voor gekken met hun Panini-plaatjes, van voor ons volslagen onbekende mannen met snorren en baarden uit de jaren zeventig. Maar nu niemand van de Topshot-reeks meer profvoetbal speelt, zijn de Topshot-kinderen zelf grijs en oud. En dat komt behoorlijk hard aan.

Ik had Virgil Breetvelt dan wel zes keer, toch heb ik de verzameling nooit helemaal rond gekregen, omdat ik de extreem zeldzame Jari Litmanen nooit te pakken kreeg. Eén keer had ik hem, maar ik ruilde hem tegen Clemens Zwijnenberg en Ronald Koeman. Niet wetende wat voor zeldzaamheid ik op dat moment met Litmanen in handen had… (Dus, als iemand hem dubbel heeft, laat het me weten.)

Terwijl de verzamelwoede weer tot leven komt, begint me ineens iets te dagen: is Litmanen wel echt helemaal gestopt? Vorig jaar gingen er nog verhalen dat hij af en toe iets op een veld zou doen bij een klein Fins clubje, al zouden – uiteraard- blessures hem al heel lang aan de kant houden. Nouja, wellicht dat Litmanen de Topshot-generatie nog heel even kind kan laten zijn.