De waarheid achter de cijfers: hoe Lodewijk Asscher 185.000 nieuwe banen creëert

Afgelopen week sloot de eerste termijn voor het indienen (én accepteren) van zogeheten sectorplannen voor het scheppen van banen. Netto heeft het kabinet 590 miljoen (600 miljoen minus 10 miljoen uitvoeringskosten) beschikbaar gesteld als bijdrage aan plannen van sectoren om arbeidsplaatsen te scheppen.

Dat ‘scheppen’ is mijn containerbegrip voor een een aantal activiteiten, daarover straks.

Het principe komt erop neer dat het kabinet 100 procent bijpast bij wat de sector zelf inbrengt. Als je het optelt, heeft de Staat straks dus de helft voor zijn rekening genomen.

Juichende persberichten en een klinkende brief aan de Tweede Kamer: er worden met dit eerste deel maar liefst 185.000 banen gecreëerd. U begrijpt dat ik daar van opkijk, want tot nu toe loopt de werkloosheid elke maand verder op, en dan zouden er nu opeens een kleine 200.000 nieuwe banen voor het oprapen liggen? Knap werk van Lodewijk Asscher. Als het klopt. Dat weten we pas in 2016 als de regeling wordt geëvalueerd. Maar eigenlijk komen we het nooit te weten, want stel dat het zo zou zijn dat de crisis achter ons ligt, zoals Jeroen Dijsselbloem ons wil doen geloven, dan waren die banen er toch wel gekomen. Maar zelfs in een nog altijd krimpende arbeidsmarkt zou er sprake zijn van ‘vervangingsvraag’: mensen gaan met pensioen, en ook al vervang je maar een deel van hen: dat zijn dan toch weer banen.

Benieuwd naar de wijze waarop dit huzarenstukje tot stand kwam, las ik mezelf maar eens in.

Wat opvalt is dat van de toegekende ruim 230 miljoen (in deze eerste fase) er zo’n 90 miljoen (bijna 40 procent van het totaal) gaat naar wat ik ‘de bouw’ zou willen noemen (in de brief aan de Kamer: Bouw & Infrastructuur, Schilders, Onderhoud & Afbouw, Hoveniers, Installatie en Dakdekkers).

Dat lijkt me nu precies zo’n sector waar de crisis achter de rug is: de huizenmarkt trekt weer aan en hier is sprake van een stapeleffect met de extra belastingmaatregelen, zoals de tijdelijke verhoging van het belastingvrij schenken en de verlaging van de btw.

Een tweede groep die opvalt is de Zorg: die ontvangt, verspreid over vijf aanvragers, zo’n 60 miljoen. Ook hier geldt: in deze sector zijn flinke ontslaggolven aan de orde doordat het Rijk taken overdraagt aan gemeentes. Tussen die overdracht zit een tijdsverschil waarin thuiszorgorganisaties – die zonder contract met de overheid komen te zitten zonder dat er al sprake is van nieuwe contracten met gemeentes – tienduizenden medewerkers op straat zetten. Maar een groot deel ervan komt vanzelf weer aan een baan als de gemeentes hun gedachten hebben bepaald.

Saillanter is het misschien nog wel dat opgeteld 150 miljoen – ofwel 65 procent van die 230 miljoen – gaat naar twee sectoren waarvan je kunt zeggen dat de overheid de werkloosheid zelf heeft opgejaagd door het creëren en instandhouden van grote onzekerheid: de huizenmarkt en de zorg.

Nog droeviger wordt het als je kijkt naar de samenstelling van het aantal beoogde banen: 30.000 van de 185.000 valt onder de noemer arbeidsbemiddeling. Op elke vijf nieuwe banen is er dus één nodig om die banen tot stand te laten komen. Ruim 70.000 van de 185.000 nieuwe banen vallen onder de noemer Scholing. Voeg daar de ruim 40.000 banen onder de noemer Gezondheidscheck en Verbeteren Gezondheid bij en je hebt 140.000 van 185.000 banen die je in het bedrijfsleven alleen maar als overhead zou betitelen.

Deze sectorplannen worden vooral een financiële bonanza voor partijen die besparen op kosten die ze toch wel zouden hebben gemaakt in hun normale bedrijfsvoering. Ze krijgen nu de helft terug van de overheid. En na 2016? Zo’n jongere die via een leerwerkplek ervaring opdoet hoeft maar één jaar in dienst te blijven om die 50 procent van het Rijk voor zijn werkgever naar binnen te kunnen harken.