Zomaar een reportage uit het rijke oeuvre van Bert Maalderink

Er zaten drie vrouwen in een weiland.
‘He,’ zei de een.
‘Zitten we dan,’ mompelde de tweede.
De derde zei niets, maar keek in de camera als een hert in de loop van een geweer.
En Bert Maalderink sprak op de toon van Frank Groothof die voor de 100.000e keer een kinderopera aanheft: ‘In Santpoort waren ze er om een uur of drie vanmiddag helemaal klaar voor.’

Bert Maalderink is een alchemist: geef hem twee oude stukken postelastiek, een gebruikt boterhamzakje en half opgegeten papaya en hij maakt er een beklijvend stukje onderzoeksjournalistiek van. Minstens.

De oprijlaan van Landgoed Land en Kruidberg
Zijn wapens: een stem als zo’n tingeltangelding in de tuin – eerst erger je je dood, daarna hoor je ‘m niet meer en uiteindelijk ga je er de lol van inzien – en het vermogen vragen te blijven stellen die in ieder ander vakgebied doodnormaal zouden zijn, ware het niet dat Bert in de voetballerij werkt en dat normale vragen daar nogal eens als een buitensporige vorm van horkerigheid worden ervaren.
Trekt Bert Maalderink zich niets van aan: die babbelt gewoon door. Over het veld, over de gesprongen adertjes in het oogwit van de bondscoach of gewoon, over niets.
Af en toe belegt Oranje een besloten training. Ik vermoed dat dat alleen gebeurt om Bert Maalderink dwars te zitten. Die moet die avond in het Sportjournaal weer met drie minuten materiaal komen, dus hangen de lakeien van de bondskeizer een groot doek voor het veld. Kan Bert niks schelen: die filmt gewoon dat doek en legt dan traag en virtuoos uit dat je niets kunt zien, omdat er een doek voor hangt.
Daarom halen ze dat doek vaak na een dag weer weg.

Gisteren was Bert Maalderink in Santpoort, bij de ingang van een hotel dat ‘ongetwijfeld door Louis van Gaal zelf was uitgezocht’.
Het hotel heette Landgoed Duin en Kruidberg. Het zag eruit als een kasteeltje dat ooit gebouwd was door een geschift lid van de Habsburgse keizerlijke familie en nu in gebruik als prijzig notariskantoor.
Maar het was dus een hotel, vermoedelijk door Louis van Gaal zelf uitgezocht.
Daar kan geen Michelin-recensie tegenop.
Daarna volgde een staaltje van onversneden Bert Maalderink-brille: hij filmde de auto’s die het landgoed binnenreden en vertelde erbij wie er in die auto’s zat.
Het kan zo eenvoudig zijn.

De bondscoach kwam als een van de eersten, in een opvallend bescheiden bolide.
Arjen Robben bestuurde een karnemelkwitte Audi, met het nummerbord MR473.
Robben zwaaide en gaf als een van de weinigen richting aan terwijl hij linksaf het Landgoed Duin en Kruitberg op stuurde.
Daarna kwam Jeremain Lens.
En Kuijt.
Wesley Sneijder arriveerde in een wit autootje, een Volkswagen Sport Huppeldepup.
Gevolgd door Jordy Clasie: zelfde maat, zelfde kleur, zelfde merk, ander type.
Vervolgens kwamen ‘de zwaaiers’, zoals Bert ze noemde: Stefan de Vrij en Daley Blind.

Iemand die we niet kennen…
Er was ook nog commotie geweest, vertelde Bert.
‘Let op deze auto. Daarin zit… precies, Depay, met naast hem iemand die we niet kennen.’
De auto had een Duits nummerbord, en hij werd bestuurd door ‘iemand die we niet kennen’. Ik weet niet waarom, maar het klonk omineus.
‘Dan arriveert de vader van Giorginio Wijnaldum, met naast zich zijn zoon en achterin Terrence Kongolo.’ (prachtig beeld trouwens, Kongolo met die lange, dunne benen achterin de auto. Voetbaltas naast zich, lauw geworden flesje AA in z’n schoot. ‘Vader van Gini, mag de stoel misschien iets naar voren?’)
Je voelde de spanning oplopen. Dit was Bert in optima forma: twee auto’s op een oprijlaan en je zat op het puntje van je stoel.
Iets in je zei: dit wordt knokken.
In de verte begon Ennio Morricone al zachtjes te fluiten.
‘En je ziet het al aankomen. Dat………….. gaat niet goed.’
De cameraman draaide weg (amateur!!!), terwijl de Duitse sportauto en de Wijnaldum-familiewagen langs elkaar schraapten.
De camera zoomde in op een kras – goedbeschouwd de eerste echte calamiteit van het toernooi.
Bert: ‘Vader Wijnaldum stapt uit.’
Vader Wijnaldum – kekke witte broek – inspecteerde de kras en gebaarde met nauwelijks verholen agressie naar ‘iemand die we niet kennen’.
Bert, als de buurvrouw die de spectaculaire politieachtervolging heeft zien gebeuren, net toen jij zelf in bad zat: ‘De schade werd buiten de poort afgehandeld.’
Een van de weinigen die stopte, was Robin van Persie. Tegen de tijd dat Berts suffende cameraman bij de auto was, reed hij echter weer door.
In de verte holde een paard in de wei.

#Zinin
Tot slot stopte Bruno Martins Indi. Als een landschapsschilder zette hij met enkele doelgerichte lijnen zijn handtekeningen op het shirt van een Bruno Martins Indi-afficionado. Een journalist vroeg: ‘Heb je er zin in?’
‘Ja,’ zei Bruno Martins Indi, met de stem van iemand die eerst even een paar elanden moet wurgen voor hij goed wakker is.
‘We hebben er allemaal zin in,’ zei Bert, op concluderende toon, tegen ons, kijkers.
En wij? Wij hebben er allemaal zin in.
In Bert, vooral.

Bekijk de reportage van Bert Maalderink hier.