Rob Scholte spreekt: “Iedereen die betrokken was bij de aanslag, loopt nog vrij rond.”

Veertien jaar sprak hij niet meer met de pers. Voor HP/De Tijd maakt hij nu een uitzondering. Een zo openhartig mogelijk gesprek met kunstenaar Rob Scholte, over zijn leven voor en na ‘de knal’.

“Je lichaam is opeens anders. Je zelfbeeld wordt anders. Seksueel verandert er veel. Ik wilde zo snel mogelijk weer op de been. Dus probeerde ik kunstbenen te regelen. Maar ik werd niet goed voorgelicht. Ik heb drie paar kunstbenen gehad, die allemaal niet goed functioneerden. Op een gegeven moment besloot ik er mee te dealen dat ik zo klein geworden was.

“Het is nu bijna twintig jaar geleden. Vóór Van Gogh. Vóór Fortuyn. Maar iedereen die hierbij betrokken was, loopt nog vrij rond. Ik kan er niet openlijk over praten, want dan trek ik de aandacht er weer naartoe. En begint het hele gedonder opnieuw. Het was niet voorbij toen het gebeurd was. De werkelijke aanslag op mijn leven vond daarna pas plaats.

“Kijk, je wordt opgeblazen. Iemand stopt toch een bom in je auto. Je weet niet wie het is. En het is níet gelukt je te vermoorden. Dan ga je ervan uit dat het nog een keer geprobeerd gaat worden. Ik lag in eerste instantie niet rustig in het ziekenhuis. Het eerste wat de politie aan me vroeg toen ik wakker werd, was of ik de aanslag op mezelf had uitgevoerd. Ze dachten dat ik de publiciteit nodig had of zo.

“Mijn beveiliging werd na een dag al opgeheven. Omdat de aanslag zogenaamd niet voor mij bestemd was geweest, maar voor de advocaat Oscar Hammerstein. Waardoor ik maandenlang kapitalen aan beveiligingskosten ben kwijtgeraakt. Je probeert te overleven. Ik heb mijn project afgeschilderd in een kogelvrij vest. Achter mijn rug passeerden honderden mensen per dag.

“Ik ben een publieke figuur geworden. Een BN’er. Je wordt herkend op straat. Iedereen spreekt je aan. Omdat ik geen benen heb. Niemand kent mensen zonder benen. Je ziet al op honderd meter afstand: daar rijdt Rob Scholte! Ik kan geen hoed opzetten of een regenjas aantrekken om onherkenbaar te zijn. Er ontstond een heel andere levenshouding. Ik ben opgeblazen.

“In 2000 heb ik besloten geen pers meer te woord te staan. Omdat toch niet wordt weergegeven wat ik zeg. Het heeft geen zin. Uiteindelijk functioneer ik beter als de schijnwerpers niet permanent op mij gericht zijn. Dat is financieel misschien eerst moeilijk. Omdat mensen pas geloven dat iets veel waard is als de media dat zeggen. Vroeger gebruikte ik de pers voor het promoten van mijn werk. Tot die knal. Daarna ging het altijd éérst over die bom. Ik moet altijd eerst door een web van verdachtmakingen heen, voordat ik überhaupt over mijn werk kan spreken. Met vragen als: wat is het verschil tussen vóór en na de aanslag? Dat is gewoon bullshit. Ik maak nog hetzelfde werk. Alleen is mijn scope nu wat breder.

“Ik ben nog steeds dezelfde persoon. Alleen, zoals Martin Bril zei: ze hebben een stukje van me afgezaagd. Meer niet. Nadien zijn mijn opvattingen gemanipuleerd weergegeven. Ik heb veel processen moeten voeren met roddelbladen. Ik had in de media constant met vooroordelen te maken. Dus besloot ik niet meer mee te doen. Ook om mijn gezin te beschermen.”

In het complete interview van Tom Rooduijn met Rob Scholte leest u ook over zijn werk, toen en nu, en doet hij een boekje open over de kunstscene destijds. Dat en meer in de nieuwste HP/De Tijd, die nu in de winkel ligt. Bekijk hier de overige onderwerpen, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.