Trendwatcher: Nederlanders hebben in toekomst geen vaste baan, maar gaan ‘hosselen’

Hosselen, het is vooral een term die op straat wordt gebruikt door hele en halve criminelen die op illegale wijze aan geld proberen te komen. Maar volgens trendwatcher Adjiedj Bakas is hosselen precies hetgene dat we straks met z’n allen gaan doen.

Bakas bedoelt met ‘hosselen’ overigens iets anders dan wat (drugs)criminelen onder het woord verstaan. Bakas, die van trendwatchen zijn beroep heeft gemaakt, verwacht dat vastigheid op het gebied van banen binnenkort voor het grootste deel van de Nederlanders verleden tijd is. Over tien jaar zal namelijk niet meer dan 40 procent van de werkzame Nederlanders een vaste baan hebben.

De rest moet het straks hebben van flexibele (lees: tijdelijke) arbeidscontracten. En dat wordt wel even wennen voor de generatie die nog is opgegroeid met het idee dat een vaste baan het hoogste ideaal is. Hosselen is volgens Bakas een woord dat z’n oorsprong in Suriname vindt en dat eigenlijk wordt gebruikt om iemand te omschrijven die met allerlei baantjes en kleine klusjes een inkomen bij elkaar schraapt.

Bakas heeft er een boekje over geschreven, Megatrends Werk, waarin hij ‘voorspelt’ dat nieuwe technologie langzaam maar zeker steeds meer banen van mensen overneemt, waardoor die mensen hun baan verliezen. Maar wees niet bang. Op de langere termijn is dat juist een goede ontwikkeling, meent Bakas, omdat nieuwe technologie (uiteindelijk) altijd voor een toenemende welvaart zorgt.

Op dit moment heeft 55 procent van de werkzame Nederlanders nog een vaste baan. Een deel daarvan zal zich binnen tien jaar moeten gaan redden op de nieuwe manier die Bakas omschrijft: hosselen. Baantje voor baantje, klusje voor klusje. En voor nieuwe generaties geldt dat al helemaal. Hosselen dus, maar dan wel op de goede manier.