Waarom de Wet werk en zekerheid een ravage wordt

Volgende week buigt de Eerste Kamer zich over de Wet werk en zekerheid. Die wet leidt enerzijds – zo is het althans bedoeld – tot een vereenvoudiging van het ontslagstelsel. Anderzijds zouden werknemers die nu op basis van tijdelijke contracten werken sneller een vaste baan moeten krijgen.

Iedereen die aan de andere kant van de tafel zit – als werkgever of voormalig werkgever – weet dat die doelstellingen niet worden gehaald. De wet is een voorbeeld van wensdenken zoals dat in de politiek maar al te veel voorkomt met, naar later blijkt, desastreuze gevolgen. De wet is een vergissing gebouwd op eerdere vergissingen die gewoon in stand blijven.

Ik zal twee van die vergissingen toelichten.

Allereerst het huidige ontslagstelsel. Wie snel van een werknemer af wil maakt zoveel mogelijk ruzie, uiteraard na het maken van een rekensom. De kantonrechter zal aan de eisende werkgever dat ontslag toekennen op basis van een ‘kennelijk verstoorde arbeidsrelatie’ en vervolgens levert de tevoren al bekende kantonrechtersformule een bedrag op. Enig risico voor de werkgever is de inschatting aan wie de kantonrechter de meeste schuld zal toekennen, dat is één van drie criteria voor de hoogte van de te betalen som. De twee andere zijn ‘duur van het dienstverband’ en ‘leeftijd’. Ik schets hier bewust een situatie waarin een werkgever in mijn ogen misbruik maakt van het recht, op deze manier gespeeld zal de kantonrechter meestal de schuld verdelen en een neutrale ontbinding vast stellen. Ik heb gevallen in mijn omgeving gezien: de kennelijk verstoorde relatie is dan het handvat, niet het gegeven dat de de werkgever doelbewust ruzie schopt.

De luie rechter – ik heb er veel meegemaakt – zal de vuistdikke dossiers niet eens lezen, de vaststelling van de verstoorde arbeidsrelatie is in menig Paleis van Justitie the easy way out.

Maar in verreweg de meeste gevallen is het zo dat een werkgever op basis van objectieve criteria naar de kantonrechter stapt. De werknemer functioneert niet goed en dat is gedocumenteerd in een zorgvuldig opgebouwd dossier. Of er zijn bedrijfseconomische redenen: het geld raakt op.

In die gevallen kan een ontbindingsverzoek er toe leiden, zeker als de werknemer vijftiger is en al een jaar of 20 bij deze baas werkte, dat de werkgever aan de werknemer een vergoeding moet betalen waarvoor je een aardige recreatiewoning kunt kopen. Ik heb werkgevers om die reden failliet zien gaan.

Daarentegen: als diezelfde werknemer, wel goed functionerend, morgen zijn baan opzegt om voor meer geld elders te gaan werken, dan is hij de werkgever niets verschuldigd. Die moet dan maar op zoek naar een opvolger en alle geïnvesteerde kennis en ervaring voor niks meegeven. Ik vond en vind dat een bizarre combinatie: waarom de werkgever wel laten betalen en de werknemer nooit?

Dit probleem wordt met de nieuwe Wet niet opgelost. Straks zal het UWV de ontslagaanvragen, binnen vier weken, behandelen. Maar vervolgens zal weer de werkgever opdraaien voor kosten die in de nieuwe wet worden gemaximeerd tot € 75.000,- of, als dat meer is, maximaal één jaarsalaris. Daarnaast blijft er ruimte om naar de rechter te stappen als het de werknemer allemaal niet bevalt. Ik voorspel een massaal beroep op de rechtsbijstandsverzekeringen en de juridische helpdesks van de vakbonden. En ik ben niet de enige.

Er zijn in Nederland honderdduizenden ondernemers die zelf, na betaling van hun lasten en personeel, niet eens € 75.000,- overhouden, vaak niet eens de helft. Als dat het perspectief is voor een MKB-ondernemer, dan zal hij wel tien keer nadenken voordat hij iemand in vaste dienst neemt.

En dat brengt me op het tweede voorbeeld. Als die MKB-ondernemer al personeel inhuurt, dan doet hij dat op basis van een tijdelijk contract dat hij nog tweemaal tijdelijk mag verlengen, bij elkaar met een maximale duur van drie jaar. In de nieuwe wet wordt die maximale termijn verkort naar twee jaar, daarna moet de werknemer in vaste dienst. Of weg. Dat laatste zal vaak gebeuren want met een werkloosheid op een zo hoog niveau is het in de meeste gevallen keihard: voor hem een paar anderen. Aan vaste dienstverbanden zitten de boven beschreven ontslagrisico’s die geen enkel Kamerlid of zelfs maar rechter voor eigen rekening zou nemen. Met andermans geld, dat is een ander verhaal.

Werk gaat de Wet werk en zekerheid dus niet opleveren. En Zekerheid al helemaal niet.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, Philips, Shell en Unilever en is Short in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr. Doom op Twitter.