Zonder vrije artsenkeuze geen echte marktwerking in gezondheidszorg

Vandaag staken de huisartsen, morgen debatteert de Tweede Kamer met minister Edith Schippers over de (afschaffing) van de vrije artsenkeuze.

In Nederland hebben vier grote zorgverzekeraars zo’n negentig procent van de markt in handen. De verzekeraars profiteren van de prijsdaling van medicijnen en een ‘scherpe inkoop’ van zorg.

Als voorbeeld neem ik CZ, u allen ruim bekend, al was het maar van de golf aan reclame die de verzekeraars doorgaans in het laatste kwartaal van het jaar – éénmaal per jaar mogen we overstappen – over ons uitstorten.

CZ maakt volgens zijn jaarverslag in 2013 363 miljoen euro winst op de basisverzekering en 41 miljoen op de aanvullende verzekeringen. Met beleggingen verdiende de instelling nog eens 114 miljoen euro. Het eigen vermogen groeide aan tot 2 miljard euro; daarmee is het inmiddels fors hoger dan het wettelijk vereiste.

CZ heeft zo’n 3,5 miljoen klanten – verzekerden – en maakt dus per klant ruim €140 winst. Ook werd al eens berekend dat CZ ruim €35 per klant aan reclame uitgeeft.

Een basisverzekering kost u bij CZ in 2014 zo’n €865 per jaar.

Onder de vorige minister van Volksgezondheid, Ab Klink, is het beleid van meer marktwerking in de zorg verder in gang gezet. Klink verdient daar als consultant inmiddels tonnen mee.

Schippers loopt er nog eens achteraan, want de voordelen lijken evident: de langzamerhand niet meer te beheersen kosten van de gezondheidszorg stijgen de laatste jaren minder. Dat zou komen door de marktwerking, de tot nu vrije artsenkeuze die patiënten doet belanden in ziekenhuizen die – naar het oordeel van de zorgverzekeraars – niet de beste en in elk geval niet de goedkoopste zijn.

De door Schippers – met in haar kielzog de zorgverzekeraars – nagestreefde verdere stappen zijn vanuit de zorgverzekeraars begrijpelijk; zie het voorbeeld van CZ. Flink winst maken in een door de overheid aangeharkt tuintje: dat willen we allemaal wel.
Maar het is de vraag of Schippers oorzaak – de beoogde marktwerking – en gevolg – verlaging of tenminste beheersbaarheid van de kosten van zorg – niet door elkaar haalt.

Ik heb er niks op tegen als ziekenhuizen – huisartsen kunnen u straks niet zo maar doorverwijzen naar dat ziekenhuis in uw buurt of die medisch specialist die zij als goed en deskundig beschouwen – financieel en kwalitatief op scherp worden gezet. Het lijkt me dat dan het gevolg zou moeten zijn van goed overheidsbeleid en goede controle. Daar valt nog heel wat te winnen.

Maar het is een groot misverstand om marktwerking uitsluitend in handen te leggen van wat zo langzamerhand alle kenmerken van een staatsmonopolie lijkt te krijgen: de positie van een klein groepje zorgverzekeraars. Die persen artsen, ziekenhuizen en apothekers zonder beperking uit en noemen dat scherp inkoopbeleid.

Daarmee bereik je het tegenovergestelde van marktwerking, en het leidt er op termijn toe dat ziekenhuizen en artsen de facto in handen zijn van zorgverzekeraars die samen de markt verdelen zonder dat de patiënt er qua kosten, kwaliteit en keuzevrijheid iets mee is opgeschoten.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, Philips, Shell en Unilever en is Short in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr. Doom op Twitter.