Waarom de ‘vergeetactie’ van Google aan alle kanten rammelt

De ‘spontane’ actie van Google om Europese burgers de gelegenheid te geven een verzoek in te dienen om geen links meer te leggen naar bepaalde sites, is niet meer dan symbolisch en in zeker opzicht zelfs bespottelijk. Er zijn tientallen zoekmachines die precies hetzelfde doen (en vaak net zo goed), de internetbron waarop de informatie staat blijft gewoon zichtbaar en, last but not least: het is een aantasting van ons recht op informatie. Wie in deze tijd privacy wil, moet zich geheel buiten het publieke domein houden. Dat lukt alleen een kluizenaar zonder internet.

Toegegeven, het was niet Google zelf dat met het idee kwam. Het Europese Hof heeft dat ‘recht op vergetelheid’ onlangs vastgelegd, en dat duidt er al op dat ze daar niet zoveel van het internet begrijpen. Google, dat toch al jaren onder vuur ligt van Europa, heeft daarop besloten een formulier online te zetten waarmee wij Europeanen kunnen verzoeken bepaalde links te verwijderen. Stand na het eerste weekend: tussen de 10.000 en 15.000 verzoeken. Google wil die allemaal afzonderlijk beoordelen en verzoekt daarom de aanvragers een kopie van een identiteitsbewijs mee te sturen. Een kopie van je ID naar Google? Veel gekker moet het niet worden.

En als je dat hebt gedaan en Google verwijdert de link naar bijvoorbeeld je faillissement of veroordeling, helpt dat dan? Welnee. Ik heb net mijn eigen naam even gecheckt bij Google en vervolgens bij Bing (dat is de zoekmachine van Microsoft), en kreeg globaal dezelfde resultaten. Die overigens niet erg opwindend zijn, maar dat terzijde. Het enige resultaat van Googles vergeetactie zal dus zijn dat onderzoekers en journalisten een andere zoekmachine gaan gebruiken, wat op zich geen verkeerde ontwikkeling is. Wij mogen niet aannemen dat het Europese Hof ook uitspraken gaat doen over al die andere zoekmachines of dat Europese burgers met een belast verleden bij al die zoekmachines een formulier gaan invullen. Dat is op zich al een dagtaak.

En zelfs als dat al zou gebeuren, dan is de verfoeide informatie nog niet weg. Wat onervaren internetgebruikers weleens schijnen te vergeten, is dat Google zelf geen informatie heeft, maar alleen in kaart brengt wat andere, meer inhoudelijke sites over een bepaalde zaak of naam te zeggen hebben. Zoeken kan ook zonder index, alleen is dat wat lastiger. Maar er zullen altijd mensen blijven die daar niet voor terugdeinzen, zoals goede biografen ook jaren van hun tijd besteden aan het doorploegen van papieren archieven. Zou het Europese Hof die nu ook willen censureren?

En dan is er (niet bepaald tot slot) het recht van de Europese burger op informatie, dat naar ons gevoel zeker zo belangrijk is als het recht om vergeten te worden. Wij burgers moeten in de gelegenheid zijn om het verleden van bepaalde mensen, bijvoorbeeld politici of ambtsdragers, te kennen. In een gemeente niet ver van mijn woonstee is onlangs een wethouder benoemd die (naar pas vlak voor zijn aanstelling bleek) een strafrechtelijk verleden had: hij had geknoeid met overheidsgelden. Dat is voor een bestuurder relevante informatie, en dat kunnen en mogen wij niet vergeten, met of zonder Google.