Maar ik ben wél mijn hormonen

Het is sexy om iets ‘het laatste taboe’ te noemen. Daarom zoeken journalisten altijd naar het laatste taboe. Het is ook onzin, want er zijn natuurlijk nog heel veel taboes. Ik weet er bijvoorbeeld een. Het is taboe voor een vrouw om toe te geven dat je handelt naar, of überhaupt iets voelt van, je hormonen.

Op 17 mei jongstleden stond in de Volkskrant ‘Het raadsel vrouw opgelost’, over vrouwen en hormonen. Er werd een tijdje gedacht dat vrouwen een man uitzoeken op basis van hun hormonen, dat hun partnerkeuze afhankelijk is van hun menstruatiecyclus. Als je vruchtbaar bent, zou je anders zoeken dan als je niet vruchtbaar bent. Het is een variant op verhaal dat vrouwen die aan de pil zijn (en dus, hormonaal gezien, niet vruchtbaar) andere mannen uitzoeken om mee te settelen dan vrouwen die geen pil slikken.

Maar, haha, die onderzoeken kloppen helemaal niet, schreef de Volkskrant. Natuurlijk maakt een vrouw geen beslissingen op basis van haar hormonen, en de onderzoeken die dat hadden beweerd, waren slecht uitgevoerd. Bleek uit weer ander onderzoek.

Maar het is wél zo
Nu. Ik heb erover nagedacht. En ik maak dus wel keuzes op basis van mijn hormonen. Belangrijke keuzes zelfs. En ik geloof, serieus, dat mijn hormonen een deel van mijn leven bepalen ook al is het niet intellectueel, geëmancipeerd of salonfähig om dat toe te geven. Want hormonen, en menstruatie trouwens in zijn geheel, zijn zaken voor vrouwen, ‘mutsen’, waar je in de grotemensenwereld (lees: grotemannenwereld) niet over rept.

Volledig gebaseerd op toen opkomende ingewikkelde seksuele hormonen heb ik, toen ik vijftien was, wiskunde B en natuurkunde laten vallen uit mijn vakkenpakket. Ik vond mijn best doen voor school vanaf dat moment niet meer belangrijk. Jongens, seks, en feestjes en alles wat daarmee te maken had, wel. Die keuze heeft invloed gehad op (waar ik toen ook helemaal niet mee bezig was) mijn toekomst. Maar ik kón niet anders. Het was niet eens een keuze.

Ander voorbeeld. Of ik veel energie heb of weinig, carrière heel belangrijk vind of niet belangrijk, me goed kan concentreren of helemaal niet, of ik veel zin heb in seks of weinig, of ik zin heb om te flirten, om te sporten, om veel buiten te zijn of juist veel binnen, hangt allemaal (gedeeltelijk) af mijn menstruatiecyclus. Ik weet precies op welk moment het eitje klaarstaat om bevrucht te worden, omdat ik op dat moment werkelijk anders naar de wereld kijk. Omdat ik op verschillende momenten in de maand anders naar de wereld kijk, en naar mijn man, en naar mezelf.

Goverdekloteteringhormonen
Nu is van zwangere vrouwen algemeen bekend dat ze ‘anders’ doen, en van menstruerende vrouwen trouwens ook, die zijn chagrijnig volgens het cliché. Maar het is meer dan dat, wil ik maar zeggen. Het reikt verder dan je humeur, het reikt tot aan je blik op de wereld, je ambities, je mening. Ik schreef zelfs anders toen ik zwanger was. “Godverdekloteteringhormonen”, sms’te een vriendin een keer aan mij, en omdat het zo treffend onze relatie met onze hormonen op sommige momenten van ons leven weergaf, hebben we een hoofdstuk in onze roman zo genoemd.

Ik geloof dat het eerlijker, maar ook interessanter zou zijn en zelfs geëmancipeerder om hardop toe te geven dat hormonen en schommelingen daarin een rol spelen in je leven. Werkelijk invloed hebben. Op wie je bent en op wat je doet. En dat je, daarom, soms anders bent. Of anders doet. En dat wij, nu eenmaal, geen mannen zijn.