Heinen klaar voor WK

Morgen begint in Rio de Janeiro het wereldkampioenschap voetbal met de wedstrijd tussen Brazilië en Kroatië. Een dag later speelt Nederland zijn eerste wedstrijd, tegen regerend kampioen Spanje. Het toernooi begint niet alleen voor de spelers en trainers, maar ook voor talloze mensen in de periferie. Een van die mensen is Frank Heinen, columnist van HP/De Tijd. Wij spraken met hem.

Het WK staat op het punt van beginnen. Ben je er klaar voor?
‘Jazeker! Je werkt natuurlijk maanden toe naar zo’n toernooi, de spanning wordt opgebouwd, in het land leeft het enorm, dus ja, het mag van mij wel beginnen, ja.’

Hoe zijn de omstandigheden?
‘Warm natuurlijk. Ik werk dan gewoon thuis, maar het blijft warm. Na het schrijven van iedere column ga ik een half uur in een bak ijsblokjes zitten, om de spieren rust te gunnen. Ik ben blij dat er nu is afgesproken dat er halverwege iedere column een drinkpauze zal plaatsvinden; dat is ook wel nodig, want je bent na 1 alinea al zo een liter vocht kwijt.’

Je hebt een zwaar seizoen achter de rug. Ben je eigenlijk wel fris genoeg voor zo’n groot toernooi?
‘Natuurlijk, het is zwaar geweest. Veel stukjes geschreven, lang meegedaan in alle grote bladen en kranten. Dat vreet energie, maar een WK, daar doe je het allemaal voor. Dat is een jongensdroom, voor iedere columnist. Daar kun je gerust je vermoeidheid en je pijntjes nog even voor uitstellen.’

Over pijntjes gesproken: je collega Thijs Zonneveld van het AD vertelde dat hij al vijf jaar met pijn schrijft. Schrik je daarvan?
‘Op dit niveau leef je natuurlijk van column naar column – er is nauwelijks hersteltijd, je moet door, je wordt geleefd. Ik kan me voorstellen dat het herstellen van kleine pijntjes soms niet lukt. Het enige wat je kunt doen, is jezelf zo goed mogelijk verzorgen, leven als een topsporter en focussen.’

Hoe is de sfeer in de groep?
‘Je merkt dat er de laatste dagen onderling wel wat kleine irritatietjes ontstaan, maar dat is niet meer dan logisch: mijn vriendin en ik staan allebei op scherp, we weten dat de komende weken alle ogen op ons gericht zullen zijn, dat we er moeten staan. Dan geef je af en toe een tikkie, dat is alleen maar goed.’

En het onderkomen?
‘Nou ja, ons onderkomen staat midden in een bekend Utrechts uitgaansgebied, dus er liggen allerlei verlokkingen op de loer. Maar we weten allebei waarvoor we hier zijn, dus het is niet moeilijk om aan de verleiding te weerstaan om op stap te gaan. Na afloop van een column vind ik trouwens wel dat je de teugels een beetje moet kunnen laten vieren. Wandelingetje maken, biertje drinken.’

Kunnen jullie zonder problemen de straat op?
‘Nou, je merkt dat het WK enorm leeft onder de plaatselijke bevolking, dus je valt natuurlijk wel op. Dit is echt een stad waar iedereen op straat leeft, dus er is altijd leven, altijd drukte. Ik hou daarvan. Bovendien is Nederland natuurlijk echt het land van de column, dat merk je aan alles. God is een kort, persoonlijk stukje, zeggen ze hier.’

Iets anders: de officiële toernooipen waarmee je schrijft, zou lekken.
‘Er is altijd wat met de officiële toernooipen. Vier jaar geleden hadden we de Fienskriever, die schreef volkomen onleesbaar. Nu heb je de Bicca, die zou lekken. Ik moet zeggen dat ik tot nu toe nergens last van heb, maar ik schrijf dan ook al sinds januari met de Bicca.’

Dan de verwachtingen. Bij vorige toernooien waren die steeds heel hooggespannen, er heerste echt een columnistenkoorts in Nederland. Dat lijkt nu minder.
‘Niet meer dan logisch. Mijn recente columns waren niet allemaal van topniveau, dat heeft het publiek natuurlijk ook gelezen. En ik moet natuurlijk meteen aan de bak, met die wedstrijd tegen Spanje. Alleen maar lekker hoor: je weet onmiddellijk waar je staat, qua niveau.’

In hoeverre heeft het veranderde systeem nog invloed op je prestaties?
‘Niet. Het is waar dat ik nu meer zekerheid in mijn columns inbouw. Dat heeft met een stukje vertrouwen te maken. Je beperkt je wat sneller tot de feiten, terwijl je kracht juist ligt bij de Mart Smeets-grap op een moment dat niemand hem verwacht. Ik heb nu drie geweldige basisgrappen, die mogen het met elkaar in de slotalinea uitvechten en voor de rest metsel ik mijn stukken dicht met feitelijkheden van Europese middelmaat.’

Duidelijk. Wie wordt er wereldkampioen?
‘De columnisten van de Braziliaanse kranten schrijven natuurlijk thuis. Bovendien schrijft ieder jongetje daar columns – er zit zo veel talent… Ze kunnen wel drie kranten vol steengoeie columns uitbrengen.’

En wie gaat er verrassen?
‘De Belgische columnisten zijn jong en fris. Ook onervaren natuurlijk, maar dat kan ook een voordeel zijn.’

Veel succes!