Raad van State vindt Jeroen Dijsselbloem knap overmoedig

Vandaag maakt de Raad van State gehakt van een wetsvoorstel waarmee Jeroen Dijsselbloem beoogt bankiers financieel in hun hok te jagen.

Bonussen zouden niet hoger mogen zijn dan 20 procent van hun salaris, vertrekregelingen zouden niet meer dan één jaarsalaris mogen bedragen.

Het lijkt erop dat Dijsselbloem een beetje overmoedig is geworden door al die klappen op z’n schouders die hij voortdurend krijgt. Dat is overigens het lot van elke minister van Financiën in ons land – die schouderklopjes – want het overkwam ook Jan Kees de Jager destijds. En wie weet nu nog wie dat was?

Op Europees niveau is besloten dat, om bankiers nog een beetje op aarde te houden, de jaarbonus maximaal één jaarsalaris mag zijn. Waarom Dijsselbloem er dan 20 procent van wil maken is mij een raadsel want zo’n maatregel zal uiteindelijk sneuvelen zodra de eerste ‘benadeelde’ bankier naar het Europese Hof stapt.

Dat snapt de Raad van State ook en daarom wordt Jeroen Dijsselbloem terug gestuurd naar de tekentafel. En niet alleen om die reden. Stel: je bent in Nederland aangesteld als lokale directeur van een Amerikaanse bank. En dan zou je naar Nederlands recht maar 20 procent aan gouden handdruk mogen krijgen en naar Europees recht 100 procent. Daarvoor komt niemand uit z’n stoel, dan kun je beter opteren voor Londen of Dubai.

We zijn met de omvang van de Nederlandse financiële wereld weer een beetje binnen behapbare proporties gekomen maar tegelijk blijft ons land een land dat het in grote mate met het buitenland moet doen. De bulk van onze grote ondernemingen verdient daar zijn geld.

Uiteindelijk zullen we toch ook weer de concurrentiekracht van onze banken moeten stimuleren. Welke bonussen en afvloeiingsregelingen daar bij passen wordt in elk geval niet door Nederland bepaald. Laat staan door een PvdA-minister van Financiën waarvan de Raad van State zich ook nog eens afvraagt welk probleem hij eigenlijk denkt op te lossen. De Raad gebruikt daarbij woorden die we niet vaak – zo ooit – uit die deftige setting hebben gehoord: ze spreekt van ‘excessieve wetgeving’.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, Philips, Shell en Unilever en is Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr. Doom op Twitter.