Waarom u niet naar het WK moet kijken

Ik kijk niet uit naar dit WK, en daar zijn talloze argumenten voor. Grote, kleine, persoonlijke en algemene. Flauwe argumenten en wezenlijke argumenten.

Je zou natuurlijk kunnen stellen dat voetbal überhaupt een onzinnige bezigheid is en dat elke minuut die je eraan besteedt een verloren minuut is, of dat het in juni veel te mooi weer is om voor de televisie te zitten, of dat een maand gewoon te lang is, maar die argumenten waren vier jaar geleden ook al valide – en toen zaten we toch met het hele land voor de buis. Dat kunt u dit jaar gerust achterwege laten.

Ik geef u zes zinnige argumenten om tijdens het WK naar Santiago de Compostela te wandelen, eindelijk uw scriptie te voltooien of u in alle rust voor te bereiden op het nieuwe voetbalseizoen. In strikt willekeurige volgorde.

1. Oranje
De meest voor de hand liggende reden – zelfs voor de antichauvinist – is dat het haast onmogelijk is geworden om anno 2014 nog voor het Nederlands Elftal te juichen. Argumenten te over: de coach is een hork en het team speelt al ruim twee jaar als RKC Waalwijk in een ernstige vormcrisis. Natuurlijk: voetbal is een wonderlijk spel en met een koe en een haas weet je het ook nooit, en bovendien vieren we dit jaar het tienjarig jubileum van de glorieuze EK-zege van elf verwarde Grieken, inclusief spits, waar ze bij Ajax en Feyenoord nog steeds niet over uitgelachen zijn. We mogen de moed kortom niet laten zakken, ook al lijkt daar alle reden toe.

Neem alleen al de keeper: toernooien lang stond in het Ne- derlandse doel een lange sladood die toevallig de beste keeper ter wereld was (Van der Sar) of een lange sladood die daar verdraaid dicht bij in de buurt kwam (Stekelenburg). Die laatste keept nog steeds, maar sinds hij bij Ajax de deur achter zich heeft dichtgetrokken, heeft hij de vreemde gewoonte opgevat om zijn handschoenen voor elke wedstrijd in te vetten met smeerolie.

De keuze in het Oranjedoel lijkt reuze, maar dat komt vooral omdat geen van de keepers werkelijk goed is: Cillessen, Vermeer, Zoet, Vorm, Krul – op allemaal is wel iets aan te merken, met name dat ze op een WK evenveel te zoeken hebben als Fiona Hering op een Dostojevski-conventie.

Ook in de achterhoede is bij gebrek aan echt goede verdedi- gers de keuze paradoxaal genoeg enorm: Nederland is een mer à boire vol redelijke mandekkers, voorstoppers en backs. Ze heten De Vrij, Vlaar, Janmaat, Verhaegh, Martins Indi, Pieters, Van Dijk, Veltman en Rekik en je moet er niet aan denken wat er zou gebeuren als een van hen in de openingswedstrijd tegen de Spaans-Braziliaanse tank Diego Costa aanloopt… (Gek genoeg was het vier jaar geleden ook niet veel soeps met de achterhoede: Van der Wiel was toen al chronisch nonchalant, Heitinga en Mathijsen strompelende middelmaat en Van Bronckhorst voetbalbejaard. Ik herhaal het nog maar eens: er is altijd hoop).

Het middenveld dan. Daar leek het allemaal neer te komen op Kevin Strootman – een soort Rotterdamse reïncarnatie van Mark van Bommel – maar na diens zware blessure moeten we het doen met De Jong (altijd goed voor een gele kaart na tien minuten) en Blind (die altijd tegen de wind in lijkt te rennen). Daarnaast is er de keuze uit Clasie – te klein – en Klaassen – te jong. De voormalige topvoetballer Wesley Sneijder – intussen fulltime echtgenoot en in zijn vrije tijd spelend bij Galatasaray – lijkt geen enkele kans te maken op een plekje in de ploeg, ondanks dat zijn talent dat van alle andere middenvelders samen overstijgt. Van Gaal is van mening dat Sneijder niet voor zijn sport leeft en dat hij te veel lekt naar De Telegraaf. Al zou hij De Telegraaf volkalken met smeuïge kleedkamergeheimen en al zou hij voor elke wedstrijd een slof sigaretten roken: Sneijder kan voetballen zoals geen van de andere middenvelders dat kan. Je zou het bijna jammer gaan vinden dat Clarence Seedorf met voetballen is gestopt. Nou ja, bijna dan.

En de aanval? Daar rekenen we op een grijzende, vaak gebles- seerde spits en een kalende, vaak geblesseerde linksbuiten. Twee briljante spelers die de bal bij voorkeur niet aan een ander gunnen. Zij worden vermoedelijk bijgestaan door Boëtius, Depay of Lens – fijne voetballers voor Roda-uit, niet per se voor Spanje-thuis.

In een interview met NRC Handelsblad liet Louis van Gaal al doorschemeren dat hij er weinig fiducie in heeft. Zelfs de keizer van het zelfvertrouwen ziet het onmogelijke van zijn missie in. Met een elftal als dat van Oranje naar een WK is als een tweeweekse junglesafari met vier kleuterklassen: het kan goed aflopen, maar een totale mislukking ligt meer voor de hand. Spanje is – ondanks niet in topvorm – een klasse of drie beter, Chili is vermoedelijk ook een maatje te groot, en Australië compenseert het gebrek aan kwaliteit met een wedstrijdinstel- ling die het Blind en Lens dun door de broek zal laten lopen. Mocht de poulefase tot een goed einde gebracht worden – wat mij betreft al reden voor een bescheiden rondvaart – dan wacht in de achtste finales waarschijnlijk Brazilië. Het thuisland en vermoedelijk het beste elftal van het toernooi. Succes.

Weten welke vijf argumenten Frank Heinen nog meer geeft in zijn pleidooi? U leest het in de nieuwe editie van HP/De Tijd, die nu in de winkel ligt. Bekijk hier de overige onderwerpen, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.

SITTARD-WK2010ZA-VOLKSWIJK