Waarom ik toch weer uitkijk naar het dorpsfeest

Geloof het of niet: maar niet iedere stedeling werd geboren als stedeling. Het aantal hippe stedelingen dat groot werd in een klein en onbeduidend dorpje wordt nog wel eens onderschat, en het aantal van hen dat ieder jaar een weekendje in de stad opoffert voor het dorpsfeest, ook. Hoe komt dat toch?

Mijn stadse vrienden verklaren mij voor gek van als ik zeg dat ik niet naar Lowlands ga, omdat dan het dorpsfeest is in het dorp waar ik opgroeide. ‘Dat meen je toch niet? Wat moet je daar tussen de boeren met die kutmuziek van ze?’. Dat het mij niet altijd gaat om de beste bands, de hipste mensen en de meest stijlvolle drankjes, lijken ze niet te begrijpen. Dorpsfeesten, tentfeesten en kermissen lijken een onbeduidend gebeuren, maar zijn dat allerminst.

Soms is het gewoon lekker om pislauw bier te drinken in een galmende tent op dichtgetimmerde pallets en keihard mee te schreeuwen op een slechte coverband die AC/DC’s Highway to Hell speelt en om de middag daaropvolgend met een biertje in de zon naar een heel slechte versie van Te land, ter zee en in de lucht te kijken.

En ik ben niet de enige, hoewel niet iedereen er even graag voor uitkomt. In Heino is het voor mij ieder jaar weer een verrassend weerzien met tal van onverwacht aanwezige oud-klasgenoten, buurkinderen en voetbalteamgenoten die inmiddels in steden aan de andere kant van het land wonen. Daar sta ja dan, als Amsterdammers onder elkaar, een beetje besmuikt te glimlachen in Heino: ‘Tja, ik was toch in de buurt’.

Het jaarlijkse hoogtepunt
Een dorpsfeest, vaak gepaard met een armzalige kermis van minuscule omvang, was voor alle kinderen in het dorp een jaarlijks hoogtepunt. De botsauto’s waren een fascinatie. Ieder kind ging los op de grijpertjes van de gokmachine en de zweefmolen zou je het liefst het hele jaar door in je achtertuin willen hebben. Iets later dronk je als puber je eerste biertje (nog voor je 16 werd, meestal uit handen van een onoplettende buurman of oom). Bij de botsauto’s deden velen hun eerste versierpogingen en achter de tent werden de eerste succesjes op liefdesgebied geboekt. (Niet voor mij, ik werd alleen maar voor het eerst dronken). Al in een vroeg stadium groeit het dorpsfeest voor velen uit tot een evenement van epische proporties.

Na verloop van tijd groeit het vooral uit tot een feest der herkenning, waar je met het hele dorp lacht om de dorpsgek die wéér op het dak van de tent klimt, of die tokkie die weer drie dagen met zijn hoofd tegen een boksbal staat te rammen en iedereen weet nog hoe de buurman vorig jaar nog lag te kotsen bij het standbeeld van Tijl Uijlenspiegel.

Het dorpsfeestseizoen barst langzaamaan los en ik weet zeker dat er vele ‘import-stedelingen’ deze zomer een reisje naar hun dorp maken, puur omdat het dorpsfeest gewoon ieder jaar gevierd moet worden. De achterblijvers die nog in het dorp wonen én de mensen die het dorp verlieten zijn voor even weer één.