Mag ik al die ‘intern gesubsidieerde’ cultureel belangrijke boeken eens zien?

De discussie over de vaste boekenprijs laait weer op. Elke vier jaar evalueert de politiek nut en noodzaak ervan, al was het alleen maar omdat het voor zo ongeveer elk ander product dan een boek verboden is om afspraken te maken over een vaste prijs.

Ik ben tegen de vaste boekenprijs. Die zou uitgevers in staat stellen om boeken uit te brengen – cultureel belangrijke boeken – die markttechnisch eigenlijk onmogelijk zijn (lees: je kunt er geen bal mee verdienen), intern gesubsidieerd met de winst van de bestsellers.

Dat is een mythe.

De vaste boekenprijs werkt in de praktijk alleen maar gunstig uit voor de uitgever zelf, de auteur krijgt immers alleen betaald voor dat armetierige aantal wél verkochte exemplaren. Een paar honderd euro voor het schrijven van een boek is eerder norm dan uitzondering. En dan is de auteur zover gekomen dat het werk überhaupt gepubliceerd is. Tenzij de debutant om veel meer redenen dan de kwaliteit van het werk marketingtechnisch interessant is – bijvoorbeeld omdat het een voormalig allochtoon borderline-type is of een hoogblonde aantrekkelijke vrouw – kan hij of zij jaren vruchteloos bezig zijn met het rondsturen en weer retour ontvangen van het manuscript. Uitgeven is gewoon business en dat is eigenlijk altijd zo geweest.

Daarin is inmiddels wel een kentering gekomen: de auteur heeft de uitgever niet meer nodig, het uitgeven van het eigen werk is laagdrempelig en het internet biedt enorme kansen om via crowdfunding meer op te halen dan die armoedige paar honderd euro aan royalty’s via de uitgever. Promotie via de social networks brengt al snel meer verkoop met zich mee dan het liggen in het schap van de reguliere boekhandel. Want het is maar helemaal de vraag of die je wel aanschaft.

Dat brengt me op een ander argument: de reguliere – zeg maar: fysieke – boekhandel ligt zwaar onder druk van de Bol.com’s van deze wereld die het voordeel zouden hebben geen voorraad aan te hoeven houden. Ook dat zou een argument zijn voor het handhaven van de vaste boekenprijs. Dat roept dan wel de vraag op waarom die vaste boekenprijs al veel langer bestaat dan het Internet.

Tegenover de kosten van een ‘voorraad’ voor de reguliere boekhandel staan de ICT-investeringen en kosten van de webwinkels. Overigens zou ik die ‘voorraad’ eerder ‘assortiment’ willen noemen want van het echt moeilijk verkoopbare werk hoeft de boekhandel er maar één in het schap te hebben – ook dat is een keuze – want vandaag bestelt betekent morgen door het CB een nieuw exemplaar geleverd.

Ik heb zowel ervaring – als uitgever – met de boekenwereld als met de Nederlandse filmindustrie. De Staat stelt jaarlijks vele tientallen miljoenen beschikbaar – onder meer via het Filmfonds en de omroepen – voor de productie van Nederlandstalige speelfilms en documentaires omdat het Nederlandse taalgebied – de markt dus – te klein is om zonder die subsidies als filmproducent te kunnen overleven.

Ik zou zeggen: afschaffen die vaste boekenprijs en – als experiment – een subsidieloket voor de uitgave van ‘cultureel belangrijke’ boeken die commercieel onhaalbaar zijn. Laten we zeggen dat dat er maximaal 100 per jaar zullen gaan worden. Laten we zeggen € 25.000,- per boek – wel direct te verdelen over uitgever én auteur. Uiteraard wordt dan wel – net als in de filmwereld – de aanvraag door deskundigen beoordeeld. Honderd boeken à € 25.000,- en nog eens eenzelfde bedrag aan uitvoeringskosten maakt dat je met jaarlijks € 5.000.000,- meer cultureel belangrijk werk kunt uitbrengen dan waarvan nu sprake is. Want echt: die uitgevers met die interne subsidies, als ze al ooit bestonden, die zijn er niet (meer).

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, Philips, Shell en Unilever en is Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr. Doom op Twitter.