Boe, Jeroen Grueter, boe!

Jeroen Grueter heeft het gedaan.

Ik moet zeggen dat ik weinig van zijn citroenzure commentaar heb opgevangen, omdat ik op een terras zat, op een verjaardag met mensen die ik niet eerder had ontmoet, waardoor ik een groot deel van de wedstrijd bezig was met het uitwisselen van wetenswaardigheden over onze wederzijdse boeiende levens, maar met wat ik tussen de gesprekken (Huren of kopen? Vaste baan of freelancen? Kinderen of volwassenen?) opving, wist ik genoeg: Jeroen ging te ver. Hij sprak alsof hij commentaar zat te geven bij de Apocalyps.

Na de wedstrijd controleerde ik op Twitter of mijn mening wel klopte.
Hij klopte.
De conclusie van de nationale onderbuik?
Dat het allemaal niet kon.
Dat het hartstikke kritisch was.
Dat het eigenlijk allemaal Jeroens schuld was.

Na de wedstrijd wandelde ik door het centrum van Utrecht, waar duizenden mensen in juichpakken met hun ziel en waardigheid onder de arm aan een tonic lurkten. De sfeer was vergelijkbaar met de betere teraardebestelling, overal in de stad resoneerde nog het kinderachtige gezanik van Jeroen, die bij acht miljoen mensen met zijn overdreven eerlijke gebabbel de nationale trots had doen ineenschrompelen als een ballon waar de knoop van is losgemaakt. Bij het café waar ik na afloop mijn vrienden zou ontmoeten, heerste inmiddels ook de stemming die past bij een 3-0-vernedering door elf kangoeroes. Mijn vrienden waren verdwenen. Naar huis.
Met de staart tussen de benen, vermoed ik. Als door Jeroen Grueter geslagen honden.
Bij de kroeg tegenover mijn huis werden de oranje vlaggetjes losgehaakt en opgeborgen. Iemand die We Are the Champions inzette, werd neergeslagen. Zo’n sfeer.

Walgelijk
Terug op het terras was het commentaar van Jeroen inmiddels ook ingeslagen. De verjaardagsgasten zaten zwijgend in een kring, de oranjeshirts – vrijdag nog met zoveel trots gedragen – lagen nu als dode dieren op een hoop.
Af en toe mompelde er iemand een scheldwoord.
De jarige gromde ‘Grueter’ en ramde zijn vuist tegen de muur.
Op de televisie dribbelde de hond van Henry Schut en Hugo Borst over het kunstgras alsof er verdomme niks gebeurd was. Alsof alles nog goed was.
Maar dat was niet zo.
De meest vrolijke persoon op het feestje – die heb je er altijd bij, zo’n vrolijkerd – herinnerde ons eraan dat Nederland wel gewonnen had. Dat ze vrijwel zeker de achtste finales zouden bereiken.
Kon ons het schelen? De avond was om zeep, en waarschijnlijk het toernooi ook. Jeroen Grueter had zich ernstig vergaloppeerd, hij had de boel doelbewust voor een heel land versjteerd. Ongetwijfeld zou hij berispt worden, hoogstwaarschijnlijk geschorst voor de rest van het toernooi en vermoedelijk oneervol ontslagen.

Terecht. Een beetje realistisch en objectief commentaar geven… Walgelijk gewoon.