De valse noten van Anna Enquists ‘Kwartet’

Zou het ook weleens andersom gaan? Dat een thrillerschrijver zegt: als het allemaal niet lukt met die spannende boeken, kan ik altijd nog literatuur gaan schrijven? Desnoods onder een vrouwenpseudoniem? Zo’n psychologische roman bijvoorbeeld, met karakterontwikkeling, een goed verzorgde stijl, en een pessimistisch wereldbeeld?

Het is een tamelijk hardnekkig cliché in literaire kringen: dat een schrijver die een paar aardige zinnen achter elkaar kan zetten ook een aardige thriller kan schrijven. En dat het hele genre leunt op flauwe trucs en doorzichtige effecten. Dat het een makkelijke manier is om te scoren bij een groot publiek, als je tenminste bereid bent om je literaire integriteit te verloochenen. Zoiets.

Uit Kwartet, Anna Enquists nieuwste roman, spreekt beslist geen dedain voor thrillers. Je zou het zelfs kunnen opvatten als een eerbetoon aan het genre. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze het genre ook beheerst. In elk geval lang niet zo goed als het meer vertrouwde terrein, de psychologische roman.

Het verhaal? Een getraumatiseerd echtpaar en hun twee beste vrienden vormen een strijkkwartet. Ze musiceren wekelijks. Mozart, Bach, Schubert. In korte hoofdstukken volgt Enquist de leden van het kwartet, plus een oude, dementerende man. Ooit een gevierd cellist, nu een paranoïde eenling.

De roman speelt zich af in de hoofdstad, in een nabije toekomst waarin het culturele aanbod compleet is wegbezuinigd en ouderen min of meer achter gesloten deuren wegrotten. Een verharde, tamelijk angstaanjagende samenleving, die niet eens heel ver weg lijkt van de onze. Het land is in de ban van het proces van de eeuw, tegen een verdachte die aan Willem Holleeder doet denken.

Het gaat om een soort vierdubbele misdaad: moord, ontvoering, afpersing, bouwfraude. Een sensationele zaak, die keurig lijkt te passen bij het maatschappelijk klimaat. Het is een logisch gevolg van de corruptie die tot in alle lagen van de samenleving is doorgedrongen. anna enquist kwartetKwartet bevat een stuk of zes verhaallijnen, die uiteindelijk allemaal samenkomen. Of zouden moeten komen.

Dat lukt maar half. Niet elke verhaallijn is even overtuigend, en zeker twee ervan lijken rechtstreeks uit een ongeïnspireerde Hollywoodfilm geplukt, zo’n film die zo slecht is dat het bijna weer vermakelijk wordt. Zonder al te veel van de plot te verklappen: wat dreigend had moeten zijn, is eerder komisch, en de actie is houterig en voelt misplaatst.

Misdaad en geweld staan Enquist niet. Het is een beetje alsof David Baldacci een genuanceerde roman schrijft over het innerlijk leven van een gekwelde aristocraat. In De verdovers, Enquists vorige roman, was iets vergelijkbaars aan de hand: lachwekkende, cruciale plotwendingen, die vloekten met de overtuigende realistische passages.

Je vraagt je regelmatig af hoe Kwartet eruit had gezien als Enquist de thriller-elementen aan de thrillerauteurs had overgelaten, en zich volledig had geconcentreerd op waar ze wél sterk in is: de constante pijn en het zeldzame geluk van goedbedoelende mensen. Met name de worsteling van het echtpaar, Jochem en Carolien, is aangrijpend. Enquist beschrijft hun enorme verlies en het lange rouwproces, dat nooit écht overgaat – hoogstens neemt het andere vormen aan. Eerst is er de pijn, dan komt daar nog de schaamte voor de pijn bij, en die schaamte maakt het leven zo mogelijk nog ondraaglijker. Elke dag een nieuwe helletocht. In een van hun pogingen om nader tot elkaar te komen zegt Jochem tegen Carolien: “Je zou wel willen dat je alles kon zoals vroeger, maar je kan het niet. Zo is het. We zijn aangetast, mismaakt, geamputeerd. Zo moeten we ons vertonen, en dat lukt ons niet.”

Ook in de simpele, terloopse omschrijvingen van kleine gebaren of gewoontes klinkt de wanhoop door. Bijvoorbeeld in de observatie dat Carolien het in de eerste weken na de ramp altijd koud had. En in Jochems razernij in het verkeer: “Hij balt zijn handen tot vuisten in de zakken van zijn broek en klemt zijn kaken zo krachtig op elkaar dat hij de kiezen hoort knarsen.”

Een groot deel van het boek zit Carolien dicht tegen de totale instorting aan. Enquist geeft haar emotionele chaos bijzonder helder weer. Nuchter, maar niet afstandelijk, beschrijft ze de depressieve gedachten waarmee je jezelf steeds dieper de depressie in duwt. Het is als een wond die je blijft openkrabben: je weet dat je het alleen maar erger maakt, je ziet het jezelf doen, en toch sta je volstrekt machteloos. Goede bedoelingen van vrienden helpen ook al niet. Of niet genoeg. Keer op keer vragen de hoofdpersonen zich af hoe je dat in godsnaam doet, hulp geven, en, nóg veel moeilijker, hulp accepteren. Het enige dat een beetje helpt, dat nog iets van troost biedt: muziek. De repetities en de optredens van het strijkkwartet worden nauwkeurig beschreven – niet vaak is de ervaring van het musiceren zo compleet in beeld gebracht. Enquist heeft aandacht voor het meer technische gedeelte, zonder droog of specialistisch te worden, ze heeft aandacht voor de concentratie én de vervoering. De troost van de muziek, sterk invoelbaar gemaakt en scherp beredeneerd. Want dat is Kwartet óók: inzichtelijk, en vaak ook grappig. Over de terechte ergernissen van de personages. En over de opluchting die die ergernissen bieden, omdat ze je in elk geval afleiden van de wanhoop. Er is de scène waarin Carolien aan het werk is op haar huisartsenpraktijk, bang om weg te zinken in een chronische labiliteit: “Gelukkig komen er concrete ergernissen tussendoor en moet ik tandenknarsend wachten tot een oude dame haar panty eindelijk heeft afgestroopt om haar open been te tonen, of met tegenzin mijn vingers in een anus steken.” Een hele verlossing, inderdaad. Ook Enquists maatschappijkritiek is goed getroffen: subtiel is het allemaal niet, maar ook niet belerend of drammerig, en het maakt de roman sterker, omdat de problemen van de samenleving doorwerken in de levens van de personages. Des te vreemder is het dat al die rake passages geschreven zijn door dezelfde auteur die het klungelige plotje in elkaar heeft gezet, dat van krankzinnige toevalligheden aan elkaar hangt. Anna Enquist bewijst met Kwartet dat een goede auteur nog geen goede thrillerauteur hoeft te zijn.

Kwartet is een uitgave van de Arbeiderspers en ligt nu in de winkels.