Hoe voetbalanalist Jan Mulder de harten van de Belgen verovert

Tijdens de zomermaanden schrijft Ann De Craemer wekelijks iemand een brief. Dat kan een bekende Nederlander of wereldburger zijn, maar ook een nobele onbekende of toevallige passant die een indruk achterliet. Deze week: Jan Mulder.

Beste Jan Mulder,

De woorden ‘tanden’ en ‘voetbal’ in één en dezelfde zin gebruiken doet deze week alleen nog maar denken aan een krankzinnige speler die denkt dat voetbal écht oorlog is, maar laat me dat beeld verjagen door de woorden naast elkaar te plaatsen in een zin die heel wat lieflijker is: sinds jij, Jan Mulder, op de Belgische televisie dagelijks je tanden in het voetbalcommentaar zet, leveren de analyses voor- en achteraf niet langer slaapverwekkend saaie maar spannende televisie op.

Overdrijf ik als ik zeg dat je de voorbije twee weken bent uitgegroeid tot een held in België? In Trouw stond maandag nog een ingezonden brief van een lezer die vond dat ‘de uiterste kijkbaarheidsdatum van deze meneer ver overschreden’ is, maar in Belgenland, Jan, krijgen we niet genoeg van je.

Dagelijks lees ik op Facebook en Twitter reacties van mensen die je bejubelen. Mannen roemen je om je deskundige commentaar en vrouwen noemen je sexy. Afgelopen weekend lazen we in zowat alle Vlaamse kranten lange interviews met je, en in De Morgen zeg je iets wat volgens mij de verklaring is van je populariteit: “Dat gelul over voetbal, heerlijk toch.”

Ja, dat is de sleutel van de Jan Mulder-bewondering: dat relativeringsvermogen van je. Jan Boskamp en andere analisten die in de studio van Diabo naast je aan tafel zitten praten graag in dure termen en met haast wiskundige vergelijkingen over voetbal, maar jij fietst lekker door hun wollige geblaat heen, door bijvoorbeeld dit te zeggen over de eerste wedstrijd van de Belgen: “Wat zijn jullie traag, Rode Duivels! Het is wel een loopsport, hé!” Je brengt met je heldere taal – je spreekt zoals je schrijft – de anderen uit hun evenwicht, en het is heerlijk om hen verwonderd en ook een tikkeltje jaloers naar je te horen luisteren. “Jullie analisten, dat is me een gereken,” hoorde ik je zeggen. “Ik kijk naar het spel.” ‘Spel’ is het woord dat hier op zijn plaats is, want dat is precies hoe jij voetbal ziet: als een spel; een wonderlijk spel, dat wel, maar het woord ‘kunst’ (of dat vreselijke ‘systeem’) zal jij niet bovenhalen om een wedstrijd te analyseren.

Je relativeringsvermogen gaat ook hand in hand met een ontwapenende eerlijkheid: angst om iemand tegen de schenen te schoppen heb je niet, ook niet als het over je vaderlandse elftal gaat, want, zo zei je in Diabo na de eerste helft van Nederland-Chili: “In het theater zouden ze roepen: geld terug! En terecht! Dit is toch niet te verkopen. Deze wedstrijd heeft niets met de voetbalsport te maken. Het is puur betonvoetbal, zó negatief, ik vind dat je je daarvoor moet schamen.” Ja, kijk, dat horen wij Belgen natuurlijk graag, dat de Ollanders even te kijk worden gezet, en dan nog door een Hollander zelf, die nuchter genoeg is om Oranje indien nodig ook een trap tegen de kont te geven.
Maar ook voor de door jou bewonderde Rode Duivels ben je streng: “Het is zo Belgisch, dat gebrek aan ambitie en lef, ook al heb je het talent.” Recht in doel, noemen we zoiets.

Wat me helemaal voor je heeft gewonnen, is dat je vorige week in Knack een lans brak voor het vrouwenvoetbal: “Tot een wetenschapper me kan bewijzen dat vrouwen ongeschikt zijn om met de punt naar achteren te spelen, blijf ik dat onzin noemen. Waarom zouden vrouwen niet kunnen voetballen? Omdat ze borsten hebben? Natuurlijk niet, want die worden helemaal ingesnoerd.”

Deze schrijfster, Jan, is zelfs tweevoetig, dus ik nodig je uit om dat tijdens een partijtje loopsport met jou te bewijzen. Wat denk je, morgen afspraak in het stadion van Anderlecht waar je nog een keer je kwikzilveren baltoets demonstreert? Je mag daarna een paar uur over voetbal tegen me lullen, want jij bent de enige die dat kan zonder dat het ooit gaat vervelen.

“Jan Mulder moet zich tot Belg laten naturaliseren,” schreef iemand gisterenavond op Facebook. Dat hoeft niet eens: je bent nu al van ons, en moge dat nog lang blijven duren.

Vriendelijke groet,

Ann De Craemer