Hoe is het nu met de MERS-uitbraak? Zes vragen

In mei van dit jaar domineerde het even het nieuws: het Middle East Respiratory Syndrome-coronavirus. MERS. Het dodelijke longvirus dook in september 2012 op in het Midden-Oosten, en sindsdien is MERS volgens de laatste cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bij 701 mensen aangetroffen. 249 van hen zijn overleden.

De eerste Nederlandse patiënt werd op 14 mei opgenomen in het Medisch Centrum Haaglanden. Een dag later volgde een familielid. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meldde begin deze maand dat bieden waren hersteld en ontslagen uit het ziekenhuis, en sindsdien vernemen we niets meer over het MERS-virus. Wij namen poolshoogte bij viroloog Marion Koopmans, werkzaam bij het Erasmus Medisch Centrum en het RIVM.

We horen weinig meer over MERS in de media. Geen nieuws, goed nieuws?
“Nee. Dat het van radar is verdwenen betekent niet dat het niet meer speelt. In Saudi-Arabië zijn de laatste maanden veel gevallen van MERS ontdekt, en dat is nu redelijk onder controle. Maar 1 oktober beginnen de pelgrimstochten naar Mekka, de hadj, en de vraag is wel: zal het aantal gevallen dan toenemen?”

En?
“Dat hangt van veel factoren af. Allereerst is er nu veel meer bekend over MERS dan twee jaar geleden. We denken dat dromedarissen een rol spelen bij de overdracht van het virus, en dat het bijvoorbeeld in hun melk zit, al dan niet door verontreiniging. En we weten dat mensen die melk ‘rauw’ drinken, en dat dat ook erg populair is onder pelgrims. Het is niet duidelijk aangetoond dat men het daardoor oploopt, maar we raden het drinken van rauwe dromedarismelk wel af.
“Er worden duidelijkere maatregelen genomen wat betreft MERS. Gezondheidsadviezen aan pelgrims, bijvoorbeeld. Er zijn ook landen die mensen afraden om dit jaar deel te nemen aan de hadj. En – maar ik weet niet zeker of dat zo is – ik heb gehoord dat er nu aan het eind van de hadj minder of geen dromedarissen zullen worden geslacht, wat een gebruikelijk ritueel is.”

Maar niet iedereen komt in Saudi-Arabië in aanraking met een dromedaris.
“Dat klopt. Een groot probleem in Saudi-Arabië was de hygiëne in ziekenhuizen. Daar was het namelijk heel slecht mee gesteld. Inmiddels heeft Saudi-Arabië allerlei mensen laten invliegen om orde op zaken te stellen, dus dat probleem lijkt nu onder controle. De bron van het MERS-virus is alleen nog niet duidelijk. Waarschijnlijk zijn het de dromedarissen, maar daar zou nog een schakel tussen kunnen zitten.
“Vooralsnog lijkt het erop dat mensen die MERS oplopen in een risicogroep vielen. Dat zijn mensen met bijvoorbeeld diabetes, overgewicht of kanker.”

In mei werden twee Nederlandse MERS-patiënten ontdekt. Inmiddels zijn ze hersteld, maar hoe zijn zij besmet geraakt?
“Vermoedelijk is de eerste patiënt in de wachtkamer van een ziekenhuis in Saudi-Arabië met het virus in aanraking gekomen. Uit onderzoek van de WHO bleek dat er in die wachtruimtes inderdaad verspreiding had plaatsgevonden.”

Hoe wordt voorkomen dat er meer Nederlanders besmet raken?
“Reizigers die ziek terugkeren uit een gebied waar MERS voorkomt zullen worden getest. Zowel bij het Erasmus als bij het RIVM.”

Er is geen vaccin. Komt dat nog?
“Er wordt uiteraard onderzoek gedaan naar antivirale middelen, en naar vaccins voor mensen en dieren. Maar het ontwikkelen daarvan is lastig. Je ontdekt een virus waarvan 700 besmettingsgevallen bekend zijn in een tijd van twee jaar. Dat is niet veel. Daarvoor gaat geen enkel farmaceutisch bedrijf een vaccin ontwikkelen. Misschien komt dat nog als dit virus zich gemakkelijker tussen mensen onderling gaat verspreiden, maar dat is koffiedikkijken.”