Romelu Lukaku, van gevallen held tot Belgische redder des vaderlands

Tijdens de zomermaanden schrijft Ann De Craemer wekelijks iemand een brief. Dat kan een bekende Nederlander of wereldburger zijn, maar ook een nobele onbekende of toevallige passant die een indruk achterliet. Deze week: Rode Duivel Romelu Lukaku.

Beste Romelu Lukaku,

Als men mij binnen tien jaar vraagt waar ik was tijdens de WK-match België – USA in de zomer van 2014, dan zal ik me dat nog precies herinneren. Als men me daarna vraagt wat mij van de wedstrijd het meest is bijgebleven, dan is dat het moment waarop jij het veld op rende om Divock Origi te vervangen.

Die blik in je ogen: een vers gewet mes kan niet scherper zijn. Men zegt dat voetbal oorlog is, en de manier waarop jij bij het betreden van de grasmat de camera en de wereld inkeek, was daar de perfecte bevestiging van. Jij, verguisde spits met engelenvoeten die door velen met al te vanzelfsprekend gemak naar het vagevuur werd verbannen, zou wel eens bewijzen wat je waard was.

Is het de jachtigheid van de 2.0-tijden die ons zo snel de ene held voor de andere doet inruilen – alsof ze webpagina’s zijn die we wegklikken wanneer ze ons niet meteen geven wat we ervan verwachten? Tijdens de wedstrijd van de Rode Duivels tegen Rusland moest je, net als na de partij tegen Algerije, al na één helft op de bank gaan zitten. Dat maakte je zo kwaad dat je de uitgestoken hand van bondscoach Marc Wilmots weigerde en hem daarna nog een verwijt naar het hoofd slingerde. In slechts een paar seconden was het gebeurd: niet alleen wankelde in de Belgische huiskamers het geloof in het voetbaltalent Lukaku, maar ook in de verstandige en beheerste jongeman zoals we die op televisie hadden leren kennen tijdens ‘De school van Lukaku’ en ‘Iedereen Duivel’.

Divock Origi werd de nieuwe held, en dat is natuurlijk niet onterecht: je zal het me niet kwalijk nemen als ik zeg dat je teamgenoot dé Belgische revelatie van dit WK is. Maar toen jij gisteren voor hem mocht invallen, las ik in je ogen het besluit dat je op de bank had genomen. Je zou je coach en het land niet langer van antwoord dienen met het gedrag van een nukkige kleine jongen, maar met dat van een vechtende man die zijn gram zou halen. ‘Ten aanval’, beval je hoofd – en je voeten gehoorzaamden terstond en gaven na nog geen vijf minuten een voorzet waarop een goal volgde die de lucht in het land niet langer deed trillen van spanning maar van ontlading.

Toen je daarna zelf de bal in doel trapte, liep je richting camera en school in je blik ook persoonlijke opluchting: je was weer de Romelu die je wilde zijn. Dat je daarna ‘je t’aime, papa’ zei, vond ik misschien net iets te melig – maar zie, de man bleek tegelijk nog altijd een jongen, zij het nu niet wild om zich heen trappend maar zijn moeder bedankend. Een half uur – zoveel tijd had je nodig om opnieuw op het voetstuk te klimmen waar je even vanaf was gedonderd.

Je werd de held van de match, maar wuifde dat compliment weg met het antwoord dat er gisteren 23 helden waren. En toch, Romelu: het is dankzij jou dat het hart van miljoenen Belgen het gisteren niet heeft begeven, en het is dankzij jou dat we ook collectief geleerd hebben dat kwaadheid een sterke motor kan zijn om grootse dingen te presteren.

De Amerikaanse doelman en jouw ex-Evertonploegmakker Tim Howard vatte de match bondig samen: ‘Big Rom made the difference’. Toen Rihanna daarna ‘what a match!’ tweette, was ik een trotse Belg, en dacht ik aan de woorden van de r&b-ster uit haar liedje ‘Man Down’: Rom po po pom rom po po pom, they say, one man down.

Nee, Rihanna, nee – we say: one man up.

Met euforische groet,

Ann De Craemer