Gemodificeerde darmbacterie laat obese muizen afslanken

De darmbacterie produceert een stof in de darmen die hongerstillend werkt.

Het zit er al een hele tijd aan te komen: een afslanktherapie op basis van darmbacteriën. Dankzij onderzoek bij muizen weten wetenschappers immers al enige tijd dat de organismen die in onze darmen leven een impact kunnen hebben op de gevoeligheid van hun gastheer voor overgewicht en obesitas. Zo werden slanke, steriele muizen die de bacteriën van een obese muis kregen ingeplant, ook obees. Kregen ze de darmbacteriën van een gezonde, slanke muis ingeplant, dan zakte hun gewicht terug naar normale waarden.

Hetzelfde resultaat werd ook verkregen toen de steriele muizen darmbacteriën van obese en slanke mensen kregen ingeplant. Mogelijk halen bepaalde bacterieculturen efficiënter energie uit voedingsstoffen, waardoor de darmen meer opnemen. Mensen met dat type bacteriën komen makkelijker bij, en hebben dus ook meer risico op overgewicht.

Onderzoekers van de Vanderbilt University in Nashville, VS, gebruikten nu dat idee om een bacterie in te zetten als “afslankhulp”. Ze modificeerden Escherichia coli-bacteriën om in de darmen van hun gastheer de stof NAPE vrij te geven. Die stof wordt daar vervolgens omgezet in vetten die de honger van hun gastheer stillen.

Muizen die op een vetrijk dieet werden geplaatst, en de bacterie kregen toegediend, aten minder en kwamen bijgevolg ook minder gewicht bij. Dat was niet zo voor de controlemuizen die de bacterie niet hadden. Het honger stillende effect van de bacteriën was vier weken nadat de bacteriën uit het drinkwater van de muizen waren verwijderd nog steeds aanwezig, wat suggereert dat de bacteriën hun plek in de darmen definitief hadden veroverd.

De onderzoekers geloven dat hun bacterietherapie een langdurige oplossing kan bieden voor patiënten met obesitas. Het onderzoek is gepubliceerd in Journal of Clinical Investigations.

(c) EOS Wetenschap