Brazilië 1 – Duitsland 7. Of: de dag dat het voetbal een beetje mooier werd

Zelden, heel zelden, maakt zich bij het kijken naar sport een geestdrift van je meester. Je kunt alleen maar lachen, je mondhoeken moeten koste wat ’t kost omhoog. Je voelt het in je benen en je voelt het in je buik. Als het geen geluk is, komt het er toch verdraaid dicht bij in de buurt.

Gisteravond, kort na de 0-1 voor Duitsland, brak zo’n zeldzaam moment aan. Het zou ditmaal vijf kwartier duren. Duitsland veegde niet alleen Brazilië van het veld, het maakte met iedere pass het voetbal als spel een beetje mooier.

Een oude liefde
Al het negatieve, het lelijke, het onaardige, het onaangename, het harde, het mazzelige, het achterbakse, het kwalijke, het massieve, het meelijwekkende en het verdachte dat de ene ploeg van de ene ronde naar de volgende had doen glijden, werd uitgewist door de andere, een team opgetrokken uit discipline, fanatisme, voorbereiding, hardheid, intellect, talent, snelheid en bovenal: zin om te spelen.

Terwijl Neuer, Hummels, Khedira, Kroos en Muller de Brazilianen opjaagden alsof het verweesde knaagdieren waren, won een vreemd soort gloeien terrein in mijn binnenste. Het duurde even voor ik het herkende: het was trots. Trots op een wedstrijd waar ik werkelijk part noch deel noch iets anders aan zou moeten hebben, maar die me beroerde alsof het mij en mij alleen aanging. Ik kende het gloeien, met name van kunst – van films, muziek of boeken, van het bezoek aan een theater: je voelt dat de schrijver, de maker of de uitvoerder zich tot jou richt, tot jou en tot niemand anders.
Dat dat niet zo is, herinner je je pas weer als de betovering voorbij is.
En toch: dit gloeien was dieper, warmer nog, het kietelde. Ik was kortstondig en halsoverkop verliefd geworden op wat er zich daar op het scherm afspeelde: niet op een moment, of een speler, of zelfs op het Duitse team, maar op het spel in zijn geheel.
Het voetbal.
Als een oude geliefde die na al die jaren plots weer voor mijn deur stond, met een microfoontje op het windjack en Anita Witzier en een KRO-cameraploeg net achter de buxus.
”Was het oude gevoel er nog?”
”Ik voelde wel iets van vlinders.”
Brazilië-Duitsland bewerkstelligde het onmogelijke: ik was weer hoteldebotel op het voetbal, dat ik zo lang had liefgehad als een van m’n beste vrienden. Voor zo lang als het duurde natuurlijk.

Mooiste meisje
Zondag speelt Duitsland de finale van het wereldkampioenschap. De steriele perfectie van het Spanje van Xavi en Iniesta kan dan definitief worden opgevolgd voor de briesende imperfectie van het Duitsland van Philipp Lahm en Toni Kroos. Het wordt een wonderbaarlijke avond, die finale: het feestje is om zeep, het feestvarken zelf is huilend naar huis en ergens midden in een verlaten huiskamer danst het mooiste meisje van de avond nog een laatste keer. Misschien glijdt ze uit en klapt ze met haar mooie gezicht in de schaal met bowl, maar wat geeft het?
Ze is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.

PS
Mocht de Duitse regering de spelers na dit toernooi een rondvaart willen aanbieden, maar met een tekort aan bevaarbare grachten kampen, dan stel ik Utrecht voor. Ik kom zeker.