De wereld is geen gedicht, Pablo

Tijdens de zomermaanden schrijft Ann De Craemer wekelijks iemand een brief. Dat kan een bekende Nederlander of wereldburger zijn, maar ook een nobele onbekende of toevallige passant die een indruk achterliet. Deze week: Pablo (9) uit Rio.

Kleine Pablo,

Vierentwintig uur geleden kende ik je nog niet. Wanneer ik de naam ‘Pablo’ hoorde, dacht ik altijd aan de Chileense dichter Neruda, wiens poëzie tot in alle uithoeken van de wereld wordt gelezen.

Ook jij bent een Pablo, maar de omstandigheden waarin ik je gisteren voor het eerst zag, waren verre van poëtisch. In het VRT-journaal maakte Amerika-correspondent Tom Van de Weghe een reportage over jou en je moeder. Je woont met haar en jouw elf broers en zussen op de grootste vuilnisbelt van Latijns-Amerika, net buiten Rio de Janeiro en op een paar kilometer van het Maracanã-stadion, waar zondag de finale van het WK wordt gespeeld.

Maar voetbal is de laatste van jullie zorgen. Je moeder huilde voor de camera en vertelde dat ze zoveel problemen heeft dat ze ze niet kan oplossen. ‘Ik hou niet erg van voetbal’, zei ze. ‘Weet je waarom? Ze hebben aan dat WK zoveel uitgegeven terwijl wij op deze manier moeten leven.’ Jij, negen jaar pas, verzamelt afval op de vuilnisbelt, waar niet alleen aasgieren en varkens maar ook de gewapende vuilnismaffia je concurrenten zijn. Met een glimmende plastic zonnebril op het hoofd duwde je een kruiwagen voort waarin het afval lag dat je moeder doorverkoopt om haar gezin te onderhouden. Je droeg een t-shirt waarop ‘States’ stond, maar de rijkdom van Noord-Amerika is voor jou een onbereikbare droom.

Toch heeft de Braziliaanse overheid haar geld niet in jou geïnvesteerd, maar in de miljardeninfrastructuur die voor het WK in de betere buurten van jouw land werd opgericht. Wij, de gegoede voetbalfans die ons over weinig anders dan wel of geen doelpunt zorgen hoeven te maken, weten dat jullie onrecht werd aangedaan, maar proberen dat besef onder de mat te vegen door onszelf te vertellen dat de arme Brazilianen nu eenmaal voetbalgek zijn, en een WK in eigen land hen dus ook troost en vreugde biedt.

Waar wat stelt die vreugde voor als jullie elftal eergisteren op zo’n pijnlijke manier werd uitgeschakeld – en wat stellen die troost en vreugde eigenlijk sowieso voor? Het zijn tijdelijke pleisters op een wonde die, zodra het WK is afgelopen, zal blijven etteren. De stadions zullen leeglopen en overblijven als monumenten van onrecht, en jullie vuilnis en zorgen zullen zich steeds verder ophopen.

Ja, ik hou zelf van voetbal, en ik heb elke match van dit WK gezien. Maar toen jouw vaderland eergisteren verloor tegen Duitsland en ik je een dag later op mijn televisiescherm zag, kreeg ik een knoop in mijn maag. Nee, ik zal jouw problemen niet oplossen, en ik weet nu al dat dit stukje tekst minder lezers zal hebben dan wanneer ik iets luchtigs over het voetbal zou schrijven. Het is zomer en het is vakantie, en mensen kijken dan nog liever dan anders weg van problemen waar ze toch niets aan kunnen verhelpen. Ze richten hun blik weer op de bal – en dat is natuurlijk hun volste recht. Maar er zijn ook plichten, en ik beschouw het als de mijne om de pen die ik al gebruikte om Jan Mulder te verheerlijken nu te gebruiken om het over jouw lot te hebben.

Ik weet het: dit verhaal zal jouw vuilnisbelt niet minder doen stinken. Maar wanneer zondag op een paar kilometer van de plek waar jij voor het slapengaan je kruiwagen hebt geparkeerd twee voetbalteams vechten om de belangrijkste bijzaak ter wereld, hoop ik dat een aantal van mijn lezers ook aan jou zullen denken.

Laat me afsluiten met verzen van je naamgenoot Neruda:

Dorst van het vuur, brandende zomermassa
die met wat blad een Hof van Eden vormt,
want ’t zwart gelaat der aarde wenst geen leed
maar kou of vuur, water of brood voor allen,
niets mag de mensen onderling verdelen
dan zon of nacht, dan maan of korenaar.

Niets mag de mensen onderling verdelen, schreef Neruda. Het enige verschil tussen jij en ik, Pablo, zou dit mogen zijn: dat het hier nacht is als zondag de finale van het WK wordt gespeeld, en dat bij jou de zon dan nog schijnt.

Helaas, beste Pablo, is de wereld geen gedicht.

Ann