Hoe mijn geweldige juichpak weer een waardeloos stuk stof werd

Ik weet nog goed hoe ik het uit de verpakking haalde, een paar dagen voordat het WK begon. We moesten allemaal lachen om dit cadeau, voor mijn verjaardag gekregen van mijn zusje: een foeilelijk, knaloranje juichpak. Ik vond het ludiek en grappig en zwoer meteen dat ik het sowieso een keertje zou dragen tijdens dit WK.

Het juichpak werd vervolgens zorgvuldig opgeborgen voor het grote moment: Nederland-Spanje. De mensen met wie ik de eerste pot zou kijken, hebben niet al te veel op met de ‘oranje hoempa hoempa bos wortels op je kop’-sfeer, en ik vond het daarom wel komisch om onverwachts in zo’n over the top-outfit te verschijnen. De ludieke actie had effect. De een vond het geweldig, de ander vond me volslagen gestoord. Maar iedereen had wel iets te zeggen over het juichpak. En dat vond ik mooi.

Bijgeloof
Het pak had zodoende voor aanvang van de wedstrijd zijn waarde al bewezen en kon wat mij betreft zo weer de kast in, voor carnaval bijvoorbeeld. Ik was er dan ook al snel klaar mee, want het is ook verdomd warm, zo’n pak. Na de 1-0 van Spanje sprak ik zelfs getergd uit dat ik het pak na afloop in de fik zou steken, maar ik had de zin amper uitgesproken en pardoes werd er gescoord. 1-1.
“Je juichpak helpt!” werd er in de hysterische vreugde geschreeuwd. “Dat gaat niet meer uit,” schreeuwde ik mee. Nederland liep uit naar een 1-5 zege. Bij Australië-Nederland zou ik weer aantreden in het juichpak. Het bijgeloof was geboren.

De status van talisman werd bevestigd toen Nederland ook tegen Australië won, net als later tegen Chili, Mexico en Costa Rica. Mijn juichpak droeg ik vervolgens bij elke wedstrijd, en het trotseerde zodoende barbecues met een groot aantal wildvreemden om me heen, van wie bijna niemand een oranje kledingstuk droeg. Ook passeerde ik in mijn juichpak een gierende buurman en een huiskamer van mijn schoonfamilie en hun keurige niet-voetbalminnende vrienden, van wie een aantal dacht met een volslagen idioot te maken te hebben. In een kroeg vol juichpakkendragers trof ik gelukkig ook een keer een gelijkgestemd gezelschap en kon ik in mijn pak genieten van de anonimiteit.

Op de dag dat we tegen Argentinië speelden, kwam ik er pas laat achter dat mijn juichpak nog in de was lag. Paniek, want een wedstrijd zonder dat ding aan zouden we verliezen. Gelukkig kreeg ik het ternauwernood op tijd droog. Maar, zoals we nu weten, het mocht niet baten. Keeper Sergio Romero killde die avond niet alleen twee penalty’s, hij killde ook mijn juichpak, of althans: de status ervan als geluksbrenger. Het magische oranje hansopje ligt nu als een waardeloos oranje stuk stof verfrommeld in de hoek. Een juichpak blijkt ook maar een juichpak.