Troostfinale: de Brazilianen en wij

Het WK voetbal in Brazilië zit er nog niet helemaal op, maar duidelijk is al wel dat er een aantal traditionele aannames moeten worden bijgesteld.

Zo behoort het idee dat Brazilianen sambavoetbal spelen nu echt definitief tot het verleden. Misschien speelde het Braziliaanse elftal van 1982 nog sambavoetbal – dat wil zeggen frivool, creatief en fantasierijk – maar anno 2014 zou ik de speelstijl eerder als boerenkoolvoetbal willen betitelen. Krullenbol David Luiz speelt de bal het liefst over grote afstand naar voren, waar de aanvallers het verder maar mogen uitzoeken. Ook heeft het Braziliaanse spel een destructief element, want gedurende het toernooi hebben de spelers een groot aantal kleine en een handvol bijzonder zware overtredingen gemaakt. Spits Fred blonk in de wedstrijden die hij speelde voornamelijk uit in het uitvoeren van schwalbes.

Normaal gesproken heeft een thuisspelende ploeg het voordeel van een fanatiek meelevend publiek, maar het kan zijn dat de Brazilianen de torenhoge verwachtingen juist als belemmerend ervoeren. Door nuchtere westerse ogen bekeken deden ze af en toe best gek. Dat zing-brullen van het volkslied bijvoorbeeld, of het shirt van de geblesseerde Neymar dat Julio Cesar en David Luiz voor de wedstrijd tegen Duitsland omhoog hielden. Arjen Robben kreeg tegen Costa Rica ook een paar flinke schoppen. Als hij geblesseerd was geraakt, kun je je haast niet voorstellen dat Ron Vlaar en Jasper Cillessen bij het zingen van het volkslied Robbens shirt aan de wereld hadden getoond. Of dat het voltallige team petjes zou dragen met de tekst ‘Hup Arjen’ (de Braziliaanse ploeg had zich voor de halve finale petjes met ‘Forca Neymar’ aangemeten).

Poldercatenaccio
Nee, dan Nederland. Ondanks de plotseling opgewakkerde oranjekoorts zijn wij hier een stuk realistischer. Zodanig zelfs, dat wij het Nederlandse totaalvoetbal opzij hebben geschoven voor wat ook wel poldercatenaccio wordt genoemd. Dit houdt in dat de bal voorzichtig heen en weer wordt geschoven, dat wij voldoende mensen achterin houden om de tegenstander op te vangen en dat wij hopen op bevliegingen van onze spitsen. Toegegeven, wij zijn er erg ver mee gekomen. Het grappige is dat wij zaterdag in onze laatste wedstrijd stuiten op de voormalige sambavoetballers van Brazilië. Beide ploegen zijn uitgeschakeld, de druk is van de ketel en zij spelen om des keizers baard. Wie weet wordt het wel een leuke wedstrijd.

Jiri Hartog