Beesten met een babyface: waarom zijn gedomesticeerde dieren zo anders?

Het was Charles Darwin al opgevallen. Gedomesticeerde zoogdieren zijn niet alleen tammer dan hun wilde soortgenoten, maar vertonen vaak ook andere opvallende kenmerken, zoals witte vlekken in de vacht, slaphangende oren en ‘jongere’ gezichten met kleinere kaken. Hoe domesticatie zo’n uiteenlopend gamma van eigenschappen beïnvloedt, is nog steeds niet opgehelderd. Maar Amerikaanse en Oostenrijkse wetenschappers denken een verklaring te hebben gevonden.

Die verklaring bestaat uit een groepje stamcellen, de zogenoemde neurale lijst. De cellen bevinden zich in een vroeg stadium vlak bij de ontwikkelende ruggengraat in embryo’s van gewervelde dieren. Later verhuizen ze naar verschillende lichaamsdelen om zich daar tot uiteenlopende soorten weefsels te ontwikkelen. Zo eindigen ze onder meer als pigmentcellen en in delen van de schedel, in kaken, tanden, oren en in de bijnieren. Cellen uit de neurale lijst zijn ook betrokken bij de ontwikkeling van het brein.

Volgens de nieuwe hypothese is die migratie van de cellen uit de neurale lijst verstoord bij gedomesticeerde dieren. De wetenschappers vermoeden dat de mens, in zijn zoektocht naar tammere dieren, onbewust exemplaren met die tekortkoming heeft geselecteerd. De verstoring levert immers dieren op met kleinere of zich trager ontwikkelende bijnieren, die een cruciale rol spelen in de ‘vecht-of-vluchtreactie’ als dieren zich bedreigd voelen. Dat maakt de dieren minder angstig.

Andere mogelijke effecten van de verstoring zijn lokale ontkleuring van de vacht, slecht gevormd kraakbeen in de oren en afwijkingen in tanden en kaken, stuk voor stuk eigenschappen die deel uitmaken van het ‘domesticatiesyndroom’.

Bewijzen kunnen de wetenschappers hun hypothese nog niet. Daarvoor is het nog even wachten tot hun collega’s meer genen identificeren die tijdens de domesticatie van onder meer ratten, vossen en honden zijn veranderd. Als ze het bij het rechte eind hebben, zouden sommige van die genen ook bij de ontwikkeling van de neurale lijst betrokken moeten zijn.

Het vossen-experiment van Dmitry Belyaev
In de jaren vijftig ‘kweekten’ Dmitry Belyaev en zijn team tamme vossen. Ze selecteerden daarbij generatie na generatie die vossen die het minst angst voor mensen vertoonden. Na ongeveer tien generaties werden nog uitsluitend tamme vossen geboren, die er bovendien helemaal anders gingen uitzien: ze ontwikkelden een gevlekte vacht, flaporen en een krulstaart.