Columnist Heinen vervolgt Tour ondanks darmklachten

Na de rustdag van gisteren stapt het peloton vandaag weer op voor een relatief vlakke etappe. Ook Frank Heinen van HP/De Tijd is nog altijd in koers, maar veel had dat niet gescheeld.

‘Ik had last van darmklachten, met name de kasseienrit naar Arenberg heb ik grotendeels vanaf het toilet moeten volgen. Je hoort dan het commentaar nog wel, maar je mist toch ook cruciale dingen, dat zie je dan de volgende dag terug in mijn column. Bovendien voelde ik me daarna erg slap, weinig energie voor een snedige column of een vinnig stukje over een van de bergritten. In feite was ik vrijdag al wel weer hersteld hoor, maar je merkt dat je lichaam toch een klap heeft gehad.’

Je hoort vaak dat het eten tijdens de Tour niet veel soeps is. Zou het een voedselvergiftiging geweest kunnen zijn?
‘Ik heb dat natuurlijk ook vaak gehoord, dus ik heb geen enkel risico genomen en ben überhaupt niet naar Frankrijk afgereisd. Wat mijn vriendin dan verder in de keuken uitvoert, daar heb ik natuurlijk niet veel zicht op, maar ik ga ervan uit dat het gewoon een virusje is geweest.’

Het weer zat ook niet mee.
‘Dat is waar. Het was prachtig weer, dat maakt het binnen zitten en stukjes schrijven dubbel zo zwaar. Het is vooral een mentaal iets: je wordt wakker, doet de gordijnen open, ziet die staalblauwe lucht en weet: niet voor mij, niet voor deze jongen. Dat kan hard zijn. Maar als je daar niet tegen kan, ben je niet geschikt voor het vak, denk ik.’

Daarna ben je ook nog twee keer gevallen.
‘Klopt, het zit even tegen nu. Tijdens de etappe naar Gerardmer ging ik onderuit toen ik de trein probeerde te halen om op tijd te zijn voor de live tv-uitzending en in de rit naar La Planche du Belles Filles had ik het sowieso vreselijk zwaar: het enige wat ik nog kon doen was op de bank liggen en de wedstrijd volgen. Zeven bergjes, het was harken, maar ook aan zo’n dag komt een einde, denk ik dan maar als ik die jongens zie klimmen.’

Wat is je reactie op mensen die zeggen dat die valpartij je eigen fout was?
‘Die mensen weten niet wat het is om met die snelheid tegen het asfalt te gaan. Iedereen op zo’n perron vecht voor z’n plekje, je moet gewoon hopen dat degene voor je niet onderuit gaat.’

Denk je dan meteen: o jee?
‘Het gekke is, dat de Tourcolumnist meteen aan zijn laptop denkt. Het adagium van de columnist: jij geneest vanzelf, je MacBook niet.’

Je hebt je nog niet echt gemengd in de strijd om de etappezege.
‘Dat heeft ook met die tegenslag te maken. Een lichaam moet daarvan herstellen. Hoe ik het nu zie, mik ik vooral op de slotweek. Op dit moment zijn collega-columnisten als Thijs Zonneveld en Bart Jungmann gewoon te sterk. Maar goed, zij schrijven ook in grote ploegen, zij kunnen zich bovendien perfect op de Tour richten. Ik heb alle klassiekers beschreven, de Giro en ook nog het WK voetbal.’

Aan opgeven gedacht?
‘Halverwege mijn column over Bauke Mollema had ik het even heel zwaar. Ik begon echt aan een krankzinnig tempo, maar je merkt dat ik nog inhoud mis. Toen was het echt een kwestie van eigen tempo kiezen en in alle rust doorschrijven. Aan het eind van de dag viel het eindresultaat me dan al bij al nog mee.’

Er worden vragen gesteld. Vragen als: had jij hier wel moeten zijn, had HP niet beter een andere kopman kunnen aanwijzen en kun je de druk wel aan? Hoe reageer jij daarop?
‘Het is duidelijk dat het nog niet helemaal gegaan is zoals ik had gehoopt, maar er komen nog zoveel dagen, zoveel columns. Als deze Tour ons iets heeft geleerd, is dat je nooit zeker bent van je plek, dat er zich iedere dag weer verrassingen voordoen. Daar hou ik me aan vast.’

Vorig jaar stond je er veel beter voor.
‘Het ene jaar is het andere niet. Mijn stijl is goed, mijn onderwerpen ook, alleen qua insteek komt het er nog niet helemaal uit. Dat moet dan de komende anderhalve week maar gaan gebeuren.’

Laatste vraag: is de Tour beslist?
‘Ze hebben natuurlijk een vreselijk sterke ploeg, La Gazzetta. Indrukwekkend. Het is bijna onmogelijk om daar als eenzame Tourcolumnist van een klein ploegje als HP/De Tijd tegenop te boksen. Maar uiteindelijk zal het ook in deze Tour weer in de laatste week worden beslist, man tegen man. Als ik er dan nog bij ben – en daar ga ik wel vanuit – dan sluit ik niet uit dat ik al vroeg in mijn columns satire ga bedrijven. En dan maar kijken wie dat kan volgen. De column over de etappe naar Parijs is nog ver.’