Een hoeraatje voor het horecapersoneel

Nederlands horecapersoneel is een populair mikpunt van kritiek. Chagrijnige gezichten, gepiel met smartphones, langzame bediening en een onbeschofte benadering van gasten zijn klachten die ik regelmatig over het Nederlandse horecapersoneel hoor. Klachten waarvan ik werkelijk niets snap.

Pauline Bijster opperde vorig jaar in een veelgelezen artikel op deze website dat het geklaag over kelners niet per se onterecht is, maar dat veel restaurantgasten zich wel vrolijker en minder veeleisend mochten opstellen. Klanten dienen zich uiteraard binnen de grenzen van het betamelijke te gedragen en te voegen naar de huisregels. Zo werd ik ooit in een kroeg gebeld op het moment dat de man voor mij in de rij zijn bestelling plaatste. Onfortuinlijk genoeg lukte het mij niet om het gesprek bijtijds af te kappen en hing ik nog aan de telefoon terwijl het mijn beurt was. De barman wees op een bordje waarop stond dat ‘bellende klanten niet geholpen werden’. Prima, klant en barman verdienen elkaars aandacht.

Maar toch dienen horecamedewerkers en -eigenaren zich zo veel mogelijk aan te passen aan hun klandizie. Ook aan lastige en veeleisende klanten. Simpelweg omdat het een servicegerichte sector is en omdat de klant het salaris van de kelner mogelijk maakt. Juist de weinig benijdenswaardige combinatie van hard werken en (onredelijke) klachten incasseren zorgen ervoor dat mijn respect voor het Nederlands horecapersoneel enorm is. Sterker nog, tijdens mijn acht maanden durende reis door Zuid-Amerika miste ik de jongens en meisjes van de Nederlandse horeca.

De service op het swingende continent was zo armzalig dat ik snakte naar zinnetjes als “wilt u nog wat drinken?” of “alles naar wens?”. Ik had heimwee naar obers die alle hoofdgerechten tegelijkertijd op tafel zetten. Kelners die begrijpen dat mijn maag een rustpauze nodig heeft tussen het voor- en hoofdgerecht. Tafelbediendes die zich niet het apelazarus schrikken als ik verzoek om één ingrediënt uit een gerecht weg te laten. En het zou flauw zijn om Nederlands horecapersoneel alleen maar op te hemelen aan de hand van slechte ervaringen elders. Het is geen gevalletje van het land der blinden en Koning Eenoog.

Nu ik weer een paar weken terug ben in het land realiseer ik mij dat het Nederlandse horecapersoneel 9 op de 10 keer uitstekend presteert. Obers lopen de blaren op hun voeten, eten en drinken wordt met een glimlach geserveerd en lege glazen worden snel meegenomen. Als ik met buitenlandse vrienden op het terras zit wordt de kaart geduldig in twee talen toegelicht. Regelmatig wordt er gevraagd of alles naar wens is en verzoeken worden zonder zucht ingewilligd. Behalve de wat hoge prijzen in de Nederlandse horeca ten opzichte van buurlanden heb ik dus helemaal niets te klagen. Leuk toch? Lieve horecaprofessionals, bijbeunstudenten, afwasknechten en uitzendkrachten: jullie maken mijn avond vaak nog net een beetje leuker. Daarom een welgemeend hoeraatje voor jullie, van mij.